Wetenschappelijk onderzoek naar Therapie, liefde en relaties

We houden de vakliteratuur en wetenschappelijke onderzoeken nauwgezet bij. Ook testen en verbeteren wij onze producten doorlopend. In 2021 hebben we onze RelatieTest aan een wetenschappelijk onderzoek onderworpen.

Wetenschappelijk onderzoek naar De RelatieTest

De RelatieTest is gemaakt om mensen inzicht te geven in hun relatiestijl én te kijken welke partners goed bij elkaar passen. Het centrale idee is dat partners met een hoger matchpercentage, een fijnere relatie hebben. Maar is dit ook zo? Om dit te onderzoeken hebben we i.s.m. de Universiteit van Tilburg de RelatieTest afgenomen bij bestaande koppels.

De onderzoeksvraag: is er een verband tussen het matchpercentage en de mate waarin koppels gelukkig zijn in hun relatie?

Wat doet de RelatieTest? 

Op basis van wetenschappelijk onderzoek naar fijne relaties en duurzame partnercombinaties hebben wij een RelatieTest ontwikkeld. Het centrale idee is dat stellen die veel overeenkomsten delen (en elkaar op sommige aspecten aanvullen) een fijnere relatie hebben. De RelatieTest vergelijkt achtergrond, normen en waarden, persoonlijkheid, relatievoorkeuren, seksuele voorkeuren, communicatiestijl, dagelijkse gewoonten en interesses van beide partners. Sommige aspecten wegen daarbij zwaarder dan andere. Uiteindelijk komt hier per koppel een matchpercentage uit dat tussen 0 en 100 % kan zijn. Onze hypothese; hoe hoger het matchpercentage, hoe meer relatietevredenheid een stel zal ervaren. In ons onderzoek namen we de proef op de som.

Het onderzoek

In totaal hebben 274 personen (137 koppels) deelgenomen aan het onderzoek. Beide partners hebben onafhankelijk van elkaar de RelatieTest ingevuld en vragen beantwoord over hun relatie over de kwaliteit van hun relatie. (Hoe tevreden zijn jullie met de relatie? Hoe lang zijn jullie samen? Enzovoorts.)

Uit ons onderzoek bleek dat het gemiddelde matchpercentage van de koppels 73,5% was, en dat deze stellen in het algemeen erg tevreden waren met hun relatie (een gemiddelde score van 4,5 op een schaal van 1 tot en met 5). Dit geeft ons vertrouwen dat een matchscore van minimaal 70% een goede basis is voor een prettige relatie.

En dan nu het antwoord op de belangrijkste vraag: zegt het matchpercentage ook iets over hoe fijn partners het met elkaar hebben?

Uit dit onderzoek blijkt van wel: koppels met een hoger matchpercentage waren ook meer tevreden met hun relatie. Interessant genoeg was dit vooral het geval voor stellen die al langer samen waren. Dat is goed nieuws, omdat we weten dat mensen hun relatie vaak minder leuk gaan vinden naarmate ze langer samen zijn met hun partner. Dit is niet zo gek: als de roes van de verliefdheid wegzakt, kunnen lastige aspecten en onderlinge verschillen eerder uitvergroot worden.

Ook in ons onderzoek zagen we dat de stelletjes die net samen waren meer tevredenheid rapporteren met hun relatie dan de koppels in langdurige relaties. Maar dit gold niet voor alle stellen! Voor de stellen die lang samen waren én die een hoge score hadden op de RelatieTest, gold dit effect niet. Deze mensen waren net zo dol op elkaar als kersverse, verliefde stelletjes.

Voorlopige conclusie

De conclusie van ons onderzoek is dat de RelatieTest ons informatie geeft over de kwaliteit van een relatie. Bestaande koppels die hoger scoren op de RelatieTest zijn meer tevreden met hun relatie, vooral als ze al langer samen zijn. Dat geeft ons hoop dat wij ook vrijgezellen kunnen helpen om een relatie te vinden die beter bij ze past. Als je als vrijgezel een relatie krijgt met iemand met wie je een hoog matchpercentage hebt, is er een grotere kans dat jullie elkaar na vele jaren nog steeds gelukkig maken.

Hoe weet je of het werkt? Onderzoek naar therapie en coaching

De wereld van therapie, coaching en zelfhulp is nogal verwarrend: er zijn inmiddels tientallen, nee honderden therapeutische theorieën en methoden. Bovendien mag iedereen zichzelf therapeut of coach noemen en vaak vinden behandelaars hun eigen theorie en methode het best. Lastig dus om door de bomen het bos te zien. Hoe weet je nou eigenlijk of een bepaalde theorie klopt? Hoe weet je of een methode écht werkt en past bij jouw wensen, klachten of persoonlijkheid? Objectief onderzoek is dé manier om dat te testen.

Wetenschap is geen geloof of instituut, het is een methode om de werkelijkheid beter te leren kennen.

Goed onderzoek legt lang niet altijd feiten bloot, maar kan wél valse veronderstellingen weerleggen. Dat is net zo belangrijk. Als een zelfhulpgoeroe beweert dat zijn wonderpil of -methode jou supergezond of gelukkig maakt, dan moet dat eerst onderzocht worden. De resultaten zijn soms ontnuchterend, maar we weten daarna wel beter hoe het (niet) zit. Een therapeut die zich aan de wetenschap houdt zal geen beloften doen die hij of zij niet waar kan maken. Je hebt uiteindelijk meer aan gegronde kennis dan valse hoop en onrealistische sprookjes.

Onderzoek naar therapie

Zestig jaar onderzoek naar psychotherapie geeft ontnuchterende conclusies: het werkt redelijk tot bescheiden bij 2 op 3 cliënten en nauwelijks bij de rest. Daarnaast is het verschil tussen al die verschillende therapieën verwaarloosbaar. Dat komt omdat elke therapie elementen gemeen heeft (die je niet kunt scheiden van de unieke kenmerken): het placebo-effect, motivatie en vaardigheden van de cliënt zelf en zijn /haar klik met de behandelaar. Therapie helpt pas als de client dénkt dat het zal helpen. Dit betekent ook dat kwakzalvers hun gebakken lucht met succes kunnen inzetten. Maakt het eigenlijk nog uit voor welke methode je kiest? Jawel.