Jouw account | Logout | SESSION MADE? =

Introductie Goed communiceren

Goede communicatie is de smeerolie van elke relatie: het vergroot wederzijds begrip en brengt mensen bij elkaar. Slechte communicatie vergroot de kloof en het wantrouwen. Helaas is goed communiceren best lastig: we hebben de kunst van goed communiceren niet van huis uit meegekregen en er zijn een aantal obstakels waar we allemaal last van hebben.

Inhoudsopgave

Inleiding: hoe taal verduidelijkt én verwart

‘Het grootste probleem in communicatie is de illusie dat het daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.’ George Bernard Shaw, schrijver

Taal wordt ook wel de voertuig van geest genoemd. Het heeft de mens veel gebracht. Door taal kunnen wij alle aspecten van ons leven in woorden vangen, met elkaar delen en dus beïnvloeden. Door taal kunnen wij afspraken met elkaar maken en op grote schaal samenwerken. Dat heeft ons aan de top van de voedselketen gebracht. Maar… hoewel taal een hoop verduidelijkt, verwart het net zo goed. Taal creëert namelijk haar eigen werkelijkheden. Zo gebruiken we taal soms om te verhullen wat we écht vinden.

Je zegt het één…

Hee, staat goed je nieuwe kapsel…’

… je denkt het ander

‘… als je als vogelverschrikker naar een Halloween-party zou gaan.’

En dat doet die ander dus ook.

Die zegt ‘dankjewel!’ en denkt ondertussen: ‘Huh? Vind jij mijn kapsel leuk? Niks voor jou. Jij bent een grijze muis met een suffe smaak. Volgens mij ben je aan het slijmen en wil je iets van me?’

Liegen, slijmen, goedpraten, subtiele hints, leugentjes om bestwil, humor; allemaal producten van de taal. Meestal bedoeld om ons er fraaier en voordeliger uit te laten komen of iets van de ander gedaan te krijgen.

Bovendien, mensen gebruiken vaak precies dezelfde woorden terwijl ze toch echt iets anders bedoelen. Veel woorden verwijzen naar dingen die je niet concreet in de werkelijkheid kunt aanwijzen waardoor we er allemaal een eigen draai aan geven. Dat kan misverstanden en ergernissen geven.

En het kan zelfs potentiële liefde in de kiem smoren.

A: ‘Hee, wat een verrassing: ik had jouw telefoontje nu niet meer verwacht. Je zei dat je me binnenkort zou bellen? ‘
B: Huh, ja klopt. Binnenkort is nu. Ik had gezegd dat ik druk zou zijn met werk toch? Zullen we morgen iets leuks doen?
A: ‘Eh, oh. Ik had er eigenlijk niet meer op gerekend en heb nu al een date met een andere jongen.’

Tja, betekent ‘ik bel je binnenkort’ dat iemand jou vandaag nog belt? Of ergens deze week? Voor het einde van het jaar? Of betekent het misschien: ‘Ik zeg dat ik je bel, maar dat zeg ik om aardig te klinken want ik ga je waarschijnlijk niet bellen’.

Wat betekenen ‘een opgeruimd huis’, ‘vriendschap’, ‘doe normaal’ of ‘ik bel je binnenkort’ bijvoorbeeld? Het is goed mogelijk dat jij en die ander daar heel verschillend over denken.

Goede communicatie is dus niet alleen horen wat er wel wordt gezegd, maar ook kunnen horen wat er NIET wordt gezegd. Het eerste probleem bij communicatie is dat we niet in elkaars hoofd kunnen kijken en genoodzaakt zijn om elkaars woorden en gedrag continu te interpreteren. Terwijl we met de ander praten, zijn we in ons hoofd aan het bedenken hoe we de woorden en het gedrag van die ander moeten interpreteren en hoe we daar dan weer op moeten reageren. Kortom: er is veel ruimte voor ruis. We gaan allemaal iets anders met deze uitdaging om.

Er zijn hierbij twee grote valkuilen.

  • Boodschappen te letterlijk nemen – Sommige mensen komen in de problemen omdat ze slecht zijn in het lezen van non-verbale signalen en gaan vooral af op de letterlijke boodschap. Ze missen hierdoor de ondertoon van een bepaalde boodschap. Non-verbale signalen zijn vaak veel belangrijker om communicatie in goede banen te leiden dan het louter begrijpen van de letterlijke inhoud. Boodschappen heel letterlijk nemen is een bekend symptoom van mensen op het autismespectrum: het is ook een mooie eigenschap omdat iemand er blijkbaar vanuit gaat dat die ander gewoon eerlijk zegt wat er aan de hand is. Helaas is dat lang niet altijd het geval

 

  • Boodschappen te vrij interpreteren – Een andere valkuil is om te veel te vertrouwen op jouw eigen interpretatie van iemands verbale of non-verbale gedrag. Veel mensen overschatten hun eigen mensenlees-skills. Ze interpreteren misschien correct dat die ander wat sip kijkt, maar menen ook te weten waarom die ander precies sip is. En hier slaan ze de plank vaak mis.

Goed communiceren is een kunst die we niet van huis uit meegekregen en er zijn een aantal obstakels waar we allemaal last van hebben:

  • We zijn niet helderziend. We kunnen niet in elkaars hoofd kijken en moeten dus constant elkaars gedrag en woorden interpreteren. We vullen de (onuitgesproken) intenties van de ander zelf in.

 

  • We verdraaien de waarheid. Elkaar begrijpen is extra lastig omdat we (bewust en onbewust) de waarheid voor elkaar verdraaien: uit fatsoen, angst voor conflicten, voor eigen gewin of omdat we onszelf voor de gek houden. Elke (sub)cultuur heeft daarin eigen sociale regels waarvan sommige lastig te volgen zijn.

 

  • We hebben blinde vlekken. Bovendien hebben we allemaal last van blinde vlekken die ervoor zorgen dat we onze eigen communicatieskills overschatten (en onszelf als logischer, betrouwbaarder, eerlijker en wijzer zien dan de ander). In de zelfkennis-module gaan we daar dieper op in

 

  • We zijn bang om kwetsbaar te zijn of te kwetsen. Vooral op liefdesgebied is het niet makkelijk om accuraat én opbouwend te verwoorden waar je behoefte aan hebt. Emoties (angst voor afwijzing of conflicten bijvoorbeeld) vertroebelen onze communicatie vaak nog meer.

Het resultaat van de valkuilen is dat onze communicatie in zekere zin altijd een invulspelletje is. Je weet namelijk nooit of je elkaar wel écht helemaal begrijpt. De ‘gaten’ vul je automatisch in met je eigen vermoedens en vooroordelen. Zonder dit besef verwar je al snel je eigen gedachten met die van de ander.

Dat gaat bijvoorbeeld zo.

(Gedachten staan tussen haakjes)

Zij: ‘Hee man, hoe gaat het?’ (Oef, die ziet er slecht uit. Die kan wel wat steun en een koffie gebruiken sinds het uitging met zijn vriendin.)
Hij: ‘Ja, prima hoor!’ (Life is good! Ik heb gisteren een wilde nacht gehad en ben lekker vrij vandaag! Maar ik ga jou die details besparen.).
Zij: ‘Leuk je te zien zeg. Zullen we anders nu een koffie doen?’ (Ik heb wel zin in wat gezelligheid en nu ik zelf geen relatie meer heb moet ik zeggen: hij ziet er ook wel aantrekkelijk met zijn ongeschoren slaaphoofd.)
Hij: ‘Ah… ik kan nu niet, maar anders app ik je binnenkort even!’ (Oef, echt geen zin in. Die gaat weer uren voor haar slechte relatie zeuren.)
Zij: ‘Gezellig, doen we!’  (Ha, die ongemakkelijke lach op het einde. Kan niet anders: hij vindt mij ook wel leuk.’

Kortom: we vullen elkaars gedachten in. En we zullen nooit helemaal weten of we het bij het rechte eind hebben.

We gaan niet allemaal even handig met bovenstaande obstakels om. Om communicatieve misverstanden op te helderen zullen we communicatie in meerdere delen opdelen zodat jij meer oog krijgt voor wat er echt toe doet.

Zenden versus ontvangen (output versus input)

Om beter te communiceren zijn er twee grote aandachtspunten:

  • Ontvangen: het interpreteren en ontcijferen van andermans (verbale en non-verbale) boodschappen zodat je elkaar begrijpt en miscommunicatie kunt corrigeren
  • Zenden: het goed kunnen overbrengen van je boodschap

Er is groot een verschil tussen ‘aanhoren’ en luisteren’. In het eerste geval hoor je welke geluiden er gemaakt worden. In het tweede geval begrijp je de betekenis van die geluiden. Een nog belangrijker onderscheid is die tussen ‘denken dat je iets begrijpt’ en ‘iets echt begrijpen’. Veel mensen hebben de neiging om een eigen draai aan de uitspraken van anderen te geven. In werkelijkheid is het best lastig om een ander echt goed te begrijpen.

Uiteraard kun je zenden en ontvangen niet los van elkaar zien. Mensen die goed van begrip zijn en gezichten van anderen kunnen lezen, zijn er ook beter in om hun boodschap te brengen. Als ik aan jouw gezicht zie dat je mijn uitspraak niet snapt, dan kan ik mijn boodschap aan jou verhelderen net zolang je het snapt. Iemand die daar niet zo handig in is, heeft het minder snel door wanneer de ander verward, verveeld of gekwetst is.

Inhoud versus vorm van de boodschap

Elke boodschap bestaat uit twee onderdelen:

  • De (letterlijke) inhoud van je boodschap (de woorden die je gebruikt)
  • De (uiterlijke) vorm waarin de boodschap wordt verpakt (denk aan toon, gezichtsexpressie, lichaamshouding)

Dit onderscheid ken je waarschijnlijk als verbale en non-verbale communicatie. In het beste geval ondersteunen ze elkaar, in het slechtste geval spreken ze elkaar tegen. Goede therapeuten zien bijvoorbeeld al snel of de inhoud van iemands boodschap klopt met de non-verbale signalen (zoals gezichtsexpressie, toon en lichaamshouding). Iemand die op monotone toon met een verdrietig gezicht zegt intens gelukkig te zijn, geeft tegenstrijdige signalen af. Welke boodschap neem je serieus? Iemands positieve woorden of iemands ongelukkige uitstraling?

Een veel voorkomend probleem tussen stellen is wanneer de één meer waarde hecht aan de letterlijke inhoud en de ander meer aan de vorm. Dat geeft bijvoorbeeld zulke discussies:

‘Hee joe, geef me effe het adres.’
‘Ik negeer je als je zo tegen me praat hoor! Je kunt het ook gewoon vragen.’
‘Niet zo gevoelig: ik wil gewoon uitzoeken waar we naartoe moeten. Zeg nou gewoon.’
‘Ja, dag, zoek zelf maar uit. Ik ben je schoothondje niet.’

Praktische communicatie versus ‘emotionele’ communicatie

Dit onderscheid is belangrijk (en makkelijk te verwaarlozen in intieme relaties):

  • Praktische communicatie is bedoeld om informatie uit te wisselen
  • Emotionele communicatie is bedoeld is om een bepaalde emotionele reactie bij elkaar op te roepen

Het doel van communicatie is vaak informatie uitwisselen waar jij/die ander praktisch wat aan heeft. Het doel is dan vooral die kennis zelf.

  • ‘Ik heb maandagochtend vrij: zullen we dan samen sporten?’
  • ‘Vind je dat dit jurkje mij staat?’ Of vond je die andere leuker? 
  • ‘Olifanten worden gemiddeld 60 jaar oud en kunnen zo’n drie tot zes ton wegen.’

In intieme relaties echter verlangen we naar veel meer dan praktische informatie of duidelijke afspraken. We communiceren vaak met als doel om vertrouwen, lust, romantiek of intimiteit op te roepen. We praten om emotionele steun te krijgen. We willen serieus genomen worden. We gezien en gehoord worden om te voelen dat we bestaan. We willen de ander opvrolijken. Dat maakt communicatie uiteraard een stuk ingewikkelder.

Mensen reageren nou eenmaal niet zo goed op bevelen of vragen als ‘doe eens lief’ of ‘geef me emotionele steun’ Het zijn eerlijke vertalingen van jouw wensen, maar ze werken averechts. In relatietherapie wordt dit ook wel de ‘wees spontaan’-paradox genoemd. Als ik jou vraag om ‘spontaan’ te doen, en jij probeert het, dan doe je dus op commando spontaan. Zo werkt het natuurlijk niet. Net zoals ‘spontaniteit’ kun je een leuke sfeer, ontspanning, lust of vertrouwen niet zomaar op commando afdwingen. Toch wordt dit in veel relaties onbedoeld wel geprobeerd door dit soort vragen:

  • ‘Kun je niet meer interesse in mijn leven tonen?’
  • ‘Ik wil dat je me weer zoals vroeger verovert en verrast!’
  • ‘Je moet meer uit jezelf vertellen.’
  • ‘Je moet meer initiatief tonen, alles gaat van mij uit.’
  • ‘Ik wil dat je me vaker belt, maar wel omdat je dat zelf wilt.’

Ook ontstaat er vaak ergernis wanneer de een op emotionele steun na een heftige middag op het werk terwijl de ander direct met praktische oplossingen aan komt zetten. Het is dus niet altijd duidelijk waar de spreker behoefte aan heeft. (Bij twijfel: vraag ernaar.)

Als je het onderscheid tussen deze aspecten stelselmatig negeert, wordt het veel lastiger om doeltreffend te communiceren. In de stukken hieronder, gaan we er dieper op in. Het doel van deze training is om:

  • Anderen beter te leren ‘lezen’ en jullie communicatie te verduidelijken 
  • Begrijpelijker en doeltreffender te communiceren
  • De kans te vergroten dat jij emotioneel krijgt waar je behoefte aan hebt

 

De ontvanger 1. Begrijpen jullie elkaar wel?

Als je praat, herhaal je slechts wat je weet. Als je luistert, leer je iets nieuws.  Dalai Lama, geestelijk leider

De kern van veel relatieproblemen klinkt ongeveer zo: ‘Ik voel mij tekortgedaan. Je geeft mij iets niet of te weinig.’ Dat iets is dan bijvoorbeeld vrijheid, complimenten, aandacht, seks, de autosleutels. Het is essentieel te ontdekken wat dat iets is voordat je vervalt in vage verwijten en eindeloze welles-nietesdiscussies. Pas als jullie allebei weten wat dat iets is, pas dan kunnen jullie erachter komen of je dat iets aan elkaar kunt en wilt geven. Partners kunnen echter urenlange discussies voeren zonder te specifiëren wat dat iets is.

Zij (teleurgesteld): ‘Ik vind het belangrijk dat je er voor elkaar bent.’
Hij: ‘Ja, wie vindt dat niet?’
‘Ik merk daar bij jou dus helemaal niks van.’
‘Onzin, ik ben er altijd voor je als het nodig is. Weet je best.’
‘Waar was je gisteren dan toen ik het zo moeilijk had?’
‘Ik was bezig in het magazijn met Cees, ik kan toch niet zomaar weggaan?’
‘Dus, je bent er gewoon niet voor me als het écht nodig is.’
‘Ik wist niet dat je er zo doorheen zat.’
‘Ik zei vorige week al dat ik gisteren dat gesprek had en de hele tijd zenuwachtig was.’
‘Duh, ik had je toch meegenomen naar Carré omdat je wat ontspanning nodig had.’
‘Ja, maar dat vind jijzelf gewoon leuk, heeft niks met mij te maken.’
‘Hoezo? Moet ik dan iets doen waar ik zelf geen zak aan vind?’
En. Zo. Eindeloos. Voorts.

Wat gaat hier mis volgens jou?

Het blijft onduidelijk wat ‘er voor elkaar zijn’ betekent. En omdat ze dat niet concreet maken, blijft hun communicatie verwarrend. Hij probeert vooral iets troostends te zeggen, waardoor zij stopt met verwijten. Maar omdat hij eigenlijk niet weet wat ze nou echt bedoelt, en er ook niet naar vraagt, zegt hij steeds het verkeerde en jaagt hij haar juist verder op de kast. Andersom geeft ze hem ook geen kans. Vragen stellen en onbevooroordeeld luisteren (en eerlijk durven zijn) is oneindig veel belangrijker dan ervan uitgaan of raden dat je weet wat de ander bedoelt. Alleen zo corrigeer je elkaar en kom je tot de kern van het conflict. Het gesprek had ook zo kunnen lopen:

Zij: ‘Ik vind het belangrijk dat je er voor elkaar bent.’
‘Ja, ik ook, maar wat bedoel je daarmee precies mee? Hoe had ik er nu voor je kunnen zijn?’
‘Die baan is nou eenmaal heel erg belangrijk voor me. Toen ik je belde had ik je nodig, ik wilde het liefst dat je naar me toe kwam.’
‘Echt waar? Ik had geen idee!’
‘Was je wel gekomen dan als ik het had gevraagd?’
‘Ja natuurlijk!’

Er ‘voor elkaar zijn’ betekent in dit geval: ‘Kom naar me toe en steun me als ik me zo slecht voel.’ In een andere situatie kan het betekenen: ‘Sms me als je later thuiskomt dan verwacht.’ Of: ‘Zet me niet voor schut bij je vrienden.’ Of: ‘Laat blijken dat je het waardeert als ik voor je gekookt heb.’

Mensen zeggen vaak in vage bewoordingen wat ze van elkaar missen:

  • ‘Neem me nou eens serieus.’
  • ‘Ik wil dat je er vaker voor me bent.’
  • ‘Ik wil meer qualitytime.’
  • ‘Ik voel me niet bijzonder voor jou.’

Partners denken soms te begrijpen wat de ander hiermee bedoelt, maar al deze uitingen niet gespecificeerd zijn weet je eigenlijk niet wat die ander bedoelt. Zelfs als twee partners dezelfde woorden gebruiken, betekent het lang niet altijd dat ze ook hetzelfde bedoelen.

Stel dat twee partners opgeruimd huis belangrijk vinden, maar toch vaak ruzie hebben. Dan is het belangrijk te weten wat zij beiden verstaan onder ‘opgeruimd’. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Is dat één keer per week schoonmaken? Of drie keer? Is het de afwas doen en er geen kleren laten rondslingeren? Of moeten de vloeren ook geveegd en gedweild? Misschien ziet je partner dat anders dan jij. Daar moet je dus achter komen, voordat je de ander allerlei verwijten naar het hoofd slingert als: ‘Je bent een vuile smeerpoets!’ En zo geldt dit ook voor andere belangrijke, maar abstracte begrippen in relaties. Wat bedoelt je partner bijvoorbeeld met liefhebben, eerlijk zijn, tijd maken voor elkaar en een fijn seksleven hebben?

De grootste valkuil waardoor communicatie misloopt: ervan uitgaan dat jij de ander wel begrijpt en/of de ander jou, zonder goed te checken of dat wel écht zo is. Hierdoor kunnen zelfs kleine misverstanden tot grote relatieproblemen leiden.

Als deze valkuil genegeerd wordt groeit elke relatie vroeg of laat scheef, met toenemende misverstanden, ergernissen en ruzies tot gevolg. Het feit dat iemand jou gehoord heeft, betekent niet dat iemand jou echt heeft begrepen, en andersom.

De kunst van het verduidelijken

 ‘Het belangrijkste in elke communicatie is te horen wat er niet gezegd is.’ Peter Drucker, schrijver en zakenman

Misverstanden hebben er bijna altijd mee te maken dat iemand niet goed luistert, wel veel praat én geen (of de verkeerde) vragen stelt. Je kunt praten tot je een ons weegt, maar als je ondertussen niet doorhebt wat die ander beweegt, kun je net zo goed tegen jezelf praten. Je creëert op die manier in elk geval geen betere connectie of meer begrip. Nieuwsgierigheid is de perfecte brandstof om jouw connectie met een ander te verdiepen en jullie communicatie te verduidelijken. Als je nieuwsgierig bent, stel je namelijk vanzelf vragen als:

  • ‘Wat bedoel je precies?’
  • ‘Kun je dat uitleggen?’
  • ‘Bedoel je dat zus en zo?’
  • ‘Begrijp ik nou goed dat jij…?’

Het verschil tussen mensen die bovenstaande vragen wél of niet stellen is enorm. Mensen die de gewoonte hebben om hun communicatie te verduidelijken hebben betere gesprekken (en daardoor betere relaties). Ze worden vaak gezien als betrouwbaarder, oprechter, geïnteresseerder en warmer.

Als geen van beide de communicatie in goede banen leidt en eventuele misverstanden corrigeert dan gaat het in elke relatie vroeg of laat mis.

In de blokken hieronder krijg je handvatten om je communicatie te verhelderen en van ruis te ontdoen. Zoals je zult zien, gaan ‘beter luisteren’ en ‘beter je boodschap brengen’ hand in hand. Beide vaardigheden versterken elkaar. Op het moment dat jij jouw boodschappen bondiger, relevanter en krachtiger brengt, stimuleer je de ander automatisch om ook duidelijker te communiceren.

 

1. Lees geen gedachten, check of het klopt

Omdat we niet in andermans hoofd kunnen kijken, vullen we bedoelingen van de ander en de ‘gaten’ in zijn of haar verhaal zelf in. Ons brein doet dat haast automatisch waardoor we meestal niet doorhebben dat we dat doen. Precies die neiging leidt tot misverstanden. Wij hebben de illusie dat we iemand voldoende begrijpen, terwijl dat vaak echt niet zo is.

Hoe gedachtelezen tot problemen leidt

Gedachtelezen is een vorm van conclusies trekken die vaak tot misverstanden leidt. Veel partners raden de gedachten of intenties van hun geliefden. Veel mensen gaan door het leven met vermoedens en vooroordelen die ze nooit direct bij de ander checken. Uit desinteresse, fatsoen, gewoonte of gêne vragen ze er gewoon niet naar. Behalve voor minder begrip zorgt dit ook voor meer emotionele afstand tussen jou en die ander.

Jij denkt: ‘Oei, ze vindt me vast een vaatdoek sinds ik niet meer sport. Nu al drie weken geen seks meer gehad.’

Zij kan ondertussen denken: ‘Wat doet hij afstandelijk de laatste tijd! Ik heb geen idee wat er in hem omgaat. Zo heb ik geen zin in seks.’

Invullen maakt gesprekken oppervlakkig
Veel mensen zijn geneigd mee te gaan in hun gesprekken met anderen en te doen alsof ze allemaal prima begrijpen. Dat geeft je het gevoel dat je leuk meedoet en slim bent. ‘Oh, tuurlijk. Snap ik helemaal.’ Het kan ook gênant zijn om te erkennen dat je iets niet begrijpt. En misschien heb je ook geen behoefte om het te begrijpen omdat het je stiekem geen bal interesseert. In beide gevallen is het makkelijker om de ‘gaten’ in het verhaal van die ander te vullen met je eigen vermoedens:

  • ‘Huh? Ik kan me niet herinneren dat ik daar ook bij was, maar dat zal ik maar niet zeggen.’
  • ‘Geen idee wat ecocide betekent, maar dat zeg ik niet want misschien vindt ze me dan dom.’
  • ‘Hij doet alsof ik dit zou moeten snappen, maar ik heb eigenlijk geen idee. Ach boeien…. ik vind het sowieso saai.’

Als meeknikken en invullen een gewoonte van je is, heb je waarschijnlijk erg oppervlakkige gesprekken en leer je weinig nieuws over je gesprekspartners. Voor een echte connectie is vragen stellen belangrijk. De enige reden om dat niet te doen is wanneer iemand jou de oren van het hoofd praat. In dat geval moet je gewoon zorgen dat je wegkomt.

Gedachtelezen leidt tot irritatie
Onuitgesproken vermoedens niet uitvragen leidt tot misverstanden en emotionele verwijdering. Als je jouw vermoedens wel stellig uitspreekt leiden ze vaak tot irritatie. Zelfs al heb je het vaak bij het juiste eind en ben je gezegend met veel mensenkennis: het zorgt sowieso niet voor een goede sfeer door te doen alsof jij beter weet wat je partner voelt en denkt dan hij- of zijzelf. Gedachtelezen kan de sfeer verpesten.

‘O gut, is er weer iemand chagrijnig.’
‘Valt mee. Gewoon een zware dag. Ik ben moe.’
‘Ach man, ik ken je toch. Ben je nog steeds boos vanwege ons akkefietje gisteren?’
‘Waar heb je het over, mens. Ik ben moe.’
‘Ik ben dat passief-agressieve gedrag van jou meer dan zat, weet je dat. Nu ook nog ontkennen.’

Het is beter voor de sfeer om wat minder stellig te zijn en er toch naar te vragen:
‘O gut, je ziet er niet vrolijk uit. Chagrijnig?’
‘Valt mee. Gewoon een zware dag op het werk. Dat komt zo wel goed.’
‘Vervelend, wat is er gebeurt op je werk dan?’
‘Misschien dat ik er zo over wil praten. Eerst koffie?’

2. Stel vragen ter verduidelijking

Goede vragen stellen is een kunst. Het opent de deur naar andermans geest. Afhankelijk waar jij naar op zoek bent, vind je daar kennis, intimiteit, wijsheid, relevante informatie, romantiek, oplossingen, enzovoorts. Vragen stellen is de belangrijkste vaardigheid om jouw communicatie in goede banen te leiden. We komen daar in latere modules op terug. Hieronder alvast de twee basisvragen: open en gesloten vragen.

Hoe gebruik je die het best?

Open vragen zijn een basisvaardigheid omdat ze de toehoorder niet in een hoek drukken en het gesprek zich vrijelijk kan ontwikkelen. Je maakt al snel een valse start als je niet open het gesprek in gaat. Een open vraag zoals ‘Hoe voel je je?’ geeft jou betere informatie als: ‘Voel je je erg verdrietig door gisteren?’ Misschien voelt iemand zich namelijk niet verdrietig, maar boos of verward.

Gesloten vragen beperken antwoordmogelijkheden (en daardoor het gesprek)
Hij: ‘Is Marleen niet onwijs boos dat je niet komt?’
Zij: ‘Eh… beetje misschien. Ze vindt het vooral jammer, volgens mij.’
Hij: ‘Zegt ze dat niet gewoon om jou te paaien?’
Zij: ‘Volgens mij niet. Waarom zou ze boos moeten zijn?’
Hij: ‘Nou, omdat iedereen komt behalve haar bloedeigen zus. Wat zal je moeder denken?’

Gesloten vragen doden vaak de flow van een gesprek. Als het voorgekauwde antwoord niet aansluit bij die ander, dan moet die eerst jouw antwoord is van tafel vegen. ‘Eh, nee, ik haat haar helemaal niet. Hoe kom je erbij?’

Open vragen stimuleren een open gesprek
Hij: ‘Hoe reageerde Marleen dat je niet komt?’
Zij: ‘Ze vindt het heel jammer, maar ze snapt het volgens mij wel.’
Hij: ‘Ah, dat is wel relaxt van haar.’
Zij: ‘Ja, en ze hoorde ook wel aan mijn stem dat ik het zelf ook echt klote vond.’

Gesloten vragen hebben uiteraard ook nut
Af en toe wil je gewoon andere antwoorden uitsluiten en een duidelijk antwoord op een specifieke vraag hebben.

  • ‘Ik kan donderdag niet. Kun je ook morgen afspreken?’
  • ‘Suiker in de koffie?’

Gesloten vragen zijn heel nuttig om iemands verhaal echt te snappen:

  • ‘Sorry, ik hoorde het niet goed. Bedoelde je nou dat jij het niet erg vind of juist wel? ‘
  • ‘Ben je toen weggegaan? Of was dat al eerder?

De vuistregel: stel geen open vragen als je eigenlijk op zoek naar een specifiek antwoord. Als je wilt weten of iemand na een woordenwisseling met jou nog steeds boos is op jou dan kun je daar ook gewoon direct naar vragen:

  • ‘Is de boosheid al wat gezakt sinds gisteren?’
  • ‘Heb je er nog steeds vrede mee hoe we het gisteren hebben afgehandeld?’

3. Maak de wereld achter woorden concreet

We hebben het eerder gezegd: veel ‘betekenisvolle’ woorden verwijzen naar zaken die je niet concreet in de werkelijkheid kunt aanwijzen. Ze verwijzen naar een gevoel of situatie. Bijvoorbeeld: een fijne relatie, onzekerheid, geluk, een goed gesprek. Hierdoor geven we er allemaal een eigen invulling aan en dat kan ruis in de communicatie veroorzaken.

Wat is het verhaal achter deze woorden?

Welke kleur heeft een goede afspraak? Hoe zwaar weegt liefdesverdriet? Hoe ruikt bindingsangst? Waar zit dat zelfvertrouwen precies? Deze vragen klinken onzinnig, toch denken we te weten wat het betekent als iemand zegt: ‘Ik heb geen zelfvertrouwen.’ Dat is een illusie.

Cliënten zeggen soms iets als ‘Ik heb geen zelfvertrouwen’ en kijken me aan alsof ik daarmee voldoende weet om op de knop ‘start behandeling’ te drukken. Alsof ‘geen zelfvertrouwen’ een eigenschap is zoals ‘rood haar’ of ‘brildragend’ of ‘keelpijn’. Die woorden zeggen niets. ‘Geen zelfvertrouwen’ over wat? In welke situatie? Op je werk? In de disco? Bij welke mensen? En wanneer dan? En wanneer niet? Dat zijn de vragen die je moet stellen om te begrijpen wat het concrete verhaal achter die woorden is:

De vraag is: hoe ziet jouw gebrek aan zelfvertrouwen eruit? Wat is jouw verhaal daarachter?

In de praktijk bleek een cliënte met ‘een waardeloos zelfbeeld’ vooral onzeker in romantische situaties waarin ze iemand ‘écht leuk en aantrekkelijk’ begon te vinden. Van dat waardeloze zelfbeeld had ze verder eigenlijk geen last, terwijl ze toch wekelijks op een podium stond, audities deed, regelmatig op tv verscheen en als enige op de werkvloer discussies durfde te hebben met haar vervelende baas. Allemaal bezigheden waar de meeste mensen meteen voor zouden terugdeinzen. Als zij de postergirl voor zelftwijfel is dan is Vladimir Poetin dat ook.

Wat betekenen de woorden in de uitspraken hieronder?

  • ‘Ik wil gewoon weer gelukkig zijn.
  • ‘Ik wil dat je me serieus neemt.’
  • ‘Laten we vanaf nu werken aan onze communicatie.’
  • ‘Ik ben zo ontzettend in de war.’
  • Niemand wil mij toch.’
  • Alle mannen gaan vreemd als ze kunnen.’

Deze woorden zijn alleen te begrijpen wanneer de spreker ze specificeert tot er een concreet verhaal (met hoofdrolspelers, een decor en een situatieschets) tevoorschijn komt. Dat verhaal ontstaat vanzelf als je de juiste vragen stelt. Vragen zoals:

  • Wanneer ben je ongelukkig? En wanneer niet? Hoe vaak ben je ongelukkig? 
  • Wat zou er volgens jou moeten veranderen om je gelukkig te voelen?
  • Wat zie jij als goede communicatie? Heb je een voorbeeld?
  • Wat maakt precies dat je je nu zo verward voelt?
  • Weet je dat helemaal zeker dat er niemand is die jou leuk kan vinden?
  • Hoe weet je dat alle mannen vreemd gaan? Ik ben een man: ga ik ook vreemd?

Als je goed doorvraagt onthul je de relevante nuances in iemands verhaal.

 

4. Vat het in je eigen woorden samen

Wil je een therapeutisch ‘instrument’ krijgen waarmee je jouw luistervaardigheden direct een belangrijke upgrade geeft? Een remedie tegen ‘gedachtelezen’ waarmee je toetst of je wel écht hebt begrepen hebt wat een ander zegt, zodat die ander kan vervolgens aanvullen wat je mist of corrigeren wat je fout hebt.

Het instrument om je communicatie te zuiveren.

Vat tussendoor in je eigen woorden samen wat je denkt dat de ander bedoelt en vraag daarna of het klopt: ‘Als ik het goed begrijp, zeg je <…>: klopt dat of mis ik iets?’

Vat kort samen en vraag of het klopt. Dat is het. Door dit simpele principe te oefenen, krijg je feedback over je luistervaardigheden en zorg je dat je in tune bent met die ander. Feedback krijgen is de enige manier om ergens beter in te worden.

Misschien ben jij al een goede luisteraar, maar mogelijk zal het je verbazen hoe vaak je ‘iets’ hoort dat die ander niet heeft gezegd. En misschien merk je dat je de grote lijnen wel hebt begrepen, maar de nuances niet. Of misschien merk je dat het wel hebt begrepen, maar dat jouw samenvat-skills en woordgebruik wel wat verbetering kunnen gebruiken. Deze oefening corrigeert jouw communicatie dus op meerdere niveaus.

Disclaimer: je hoeft deze vaardigheid uiteraard niet toe te passen in ‘beleefdheidsgesprekjes’ in de supermarkt of bij de kapper. Deze vaardigheid is vooral nuttig in gesprekken die er écht toe doen. Zoals met een vriend die ergens mee zit of met je geliefde die een ergernis met jou wil uitpraten.

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht: goed leren samenvatten
Goede vragen stellen is belangrijk. Zo corrigeer jij je communicatie en blijf je in tune. Vat af en toe in je eigen woorden samen wat je denkt dat de ander bedoelt en vraag daarna of het klopt: ‘Als ik het goed begrijp zeg je <…>: klopt dat of mis ik iets?

 

 

De zender 2. Wat wil je nu écht zeggen?

We zien en ervaren liefde allemaal op een unieke manier. Geliefden vatten de acties die de ander voor hen doet vaak anders op dan hoe hun geliefde ze bedoelt.

Zo is het toch, Tom?

Als Tom uit liefde de fietsband van Petra plakt, en als extraatje de ketting oliet, doet hij moeite die hij misschien nooit gewaardeerd ziet. Die fiets interesseert haar niet, ze neemt de bus wel. Hij ziet haar desinteresse misschien als onrespectvol, maar zij is zich van geen kwaad bewust. Ze heeft liever dat hij luistert als ze het over haar werkstress heeft, en dat niet afdoet met een dooddoener zoals: ‘Ach, gelukkig werk je nog maar drie dagen per week.’ Ook zou ze het leuk vinden dat hij opmerkt ze naar de kapper is geweest. Aan de andere kant zou het helpen als Petra oog zou hebben voor de goede intenties van Tom. Hij toont zijn liefde wél, alleen niet op de manier die zij graag ziet.

Vaak is de ene partner geïrriteerd of teleurgesteld is omdat die ander niet snapt wat voor hem of haar zo vanzelfsprekend is. Hieronder nemen we bovenstaande en andere misverstanden onder de loep. Eerst krijg je hier de rode draad om je communicatie te verbeteren. Het zijn twee essentiële vragen die je losjes in je achterhoofd kunt houden:

  • Welke reactie wil ik uiteindelijk bij de ander oproepen?
  • Hoe communiceer ik zo dat de kans dat dit gebeurt zo groot mogelijk is?

De vragen kun je ook vertalen als: in wat voor relatie wil ik zitten en hoe vergroot ik de mogelijkheden die te krijgen? Als de ander jou niet begrijpt of steunt is dat misschien niet zijn of haar schuld. Het kan zijn dat jij onduidelijk of onhandig communiceert. Als een ander niet positief reageert op jouw goedbedoelde advies of compliment dan heb jij die misschien niet zo fraai geformuleerd.

In goede communicatie gaat er niet alleen om dat jij je boodschap kwijt bent, het gaat erom dat jij je boodschap tot aan de deur begeleidt. Pas als de ontvanger je boodschap opvat zoals jij het hebt bedoeld, pas dan is je communicatie geslaagd.

Om handiger te worden in je communicatie is belangrijk dat jij helder voor ogen hebt welk doel je concreet voor ogen hebt. Dat is nog best lastig.

  • Ik wil jouw emotionele steun omdat ik me klote voel
  • Ik wil dat je mijn uitleg over kwantummechanica snapt 
  • Ik wil samen de vakantiedagen gaan inplannen zodat ik het aan mijn baas kan doorgeven
  • Ik wil weten of jij te vertrouwen bent en hoop dat je me geruststellen 
  • Ik wil seks

Als je goed oplet zijn bijna alle voorbeelden in een van twee groepen onder te verdelen:

  • Praktische communicatie die bedoeld is om informatie uit te wisselen
  • Emotionele communicatie is bedoeld is om een bepaalde emotionele reactie bij elkaar op te roepen

In het eerste geval gaat het om de inhoud van de boodschap. Het gaat er vooral om dat het duidelijk is wat beide partijen van elkaar verwachten. Hoe duidelijker jouw vraag of boodschap, hoe groter de kans dat de ander jouw begrijpt en dat jij de respons krijgt die je wilt.

De vuistregel is hier: hoe duidelijker jij je boodschap of vraag formuleert, hoe groter de kans dat jij terugkrijgt wat je verwacht.

Vaak kun je rechtdoorzee vragen waar je behoefte aan hebt of zeggen wat er op je hart ligt:

  • ‘Zullen we morgenmiddag koffie drinken?’
  • ‘Vind je dat dit jurkje mij staat?’ Of vond je die andere leuker? 
  • ‘Olifanten worden gemiddeld 60 jaar oud en kunnen zo’n drie tot zes ton wegen.’

Daar kan vrij weinig misgaan. Met een beetje aandacht en geduld lukt het jullie vast om tot elkaar te komen (tenzij het over politiek en religie gaat). In intieme relaties echter verlangen we naar veel meer dan concrete boodschappen en duidelijke afspraken. We verlangen naar gevoelstoestanden waar je eigenlijk niet rechtstreeks om kunt vragen: vertrouwen, lust, romantiek, intimiteit, liefde. Dat maakt communicatie al meteen stuk ingewikkelder.

Maak kennis met de Grote Liefdesparadox

Als het doel een glimlach op het gezicht van je partner is, kun je er niet zomaar om vragen. Mensen reageren nou eenmaal niet zo goed op bevelen als ‘Lach eens’ of ‘Kun je niet wat vrolijker doen?’ Het zijn eerlijke vertalingen van jouw wensen, maar ze werken averechts. Een verwijt is nog erger: ‘Joh, moet ik nu de hele dag tegen die zure kop aan kijken?’ De kans dat jouw partner vrolijker wordt, is exponentieel afgenomen. Je kunt in dit geval beter zelf glimlachen of een lekker lunch klaarzetten. In relatietherapie wordt dit ook wel de ‘wees spontaan’-paradox genoemd. Als ik jou vraag om ‘spontaan’ te doen, en jij probeert het, dan doe je dus op commando spontaan. Zo werkt het natuurlijk niet. Net zoals ‘spontaniteit’ kun je een leuke sfeer, ontspanning, lust of vertrouwen niet zomaar op commando afdwingen. Toch wordt dit in veel relaties onbedoeld wel geprobeerd.

  • ‘Kun je niet meer interesse in mijn werk tonen?’
  • ‘Ik wil dat je me weer zoals vroeger verovert en verrast!’
  • ‘Je moet meer uit jezelf vertellen.’
  • ‘Je moet meer initiatief tonen, alles gaat van mij uit.’
  • ‘Ik wil dat je vaker belt, maar wel omdat je dat zelf wilt.’
  • ‘Kun je mij vaker tegenspreken? Je hebt geen ruggengraat.’

Deze (niet als zodanig herkenbare) commando’s’ werken verlammend. De ander zal zich gedwongen voelen om op bevel initiatief te tonen, de partner tegen te spreken, interesse te tonen of lust op te wekken. Dat werkt averechts: de ander zal zich juist eerder willen terugtrekken of ergeren (waardoor de een nog meer commando’s afvuurt, enzovoorts). Zelfs als de ander wel gehoor geeft aan deze ‘bevelen’, is er een grote kans dat dit met tegenzin gebeurt.

Het is beter om dit soort commando’s achterwege te laten en de ander op een meer indirecte manier te stimuleren: door vragen te stellen, iets voor hem/haar te doen, enzovoorts. De kans dat daardoor die leuke, geïnteresseerde sfeer alsnog ontstaat wordt dan al groter.

Kortom: veel van wat we onze partners verwachten, kunnen we niet afdwingen. Intimiteit, liefde, lust en interesse bijvoorbeeld. Het enige wat we kunnen doen is onze communicatie verbeteren zodat we de kans vergroten dat die toestanden ‘spontaan’ ontstaan. In de blokken hieronder geven we je tips die de kans vergroten dat jij de reactie krijgt waar je behoefte aan hebt.

 

 

Het BEAR-model: wees Betrouwbaar, Eerlijk, Aardig en Relevant

Over het algemeen loont het om jouw boodschappen zo helder, direct en eerlijk mogelijk te brengen. Dat vergroot de kans dat jij terug krijgt wat je geeft. Zo weet je allebei waar je aan toe bent.

Toch is dat niet zo makkelijk. Als we bang zijn in een conflict te komen of de ander te kwetsen, draaien we liefst om de hete brei heen. Het ontbreekt veel mensen vaak aan moed om aan te geven waar ze écht behoefte aan hebben. Deze ‘luiheid’ voorkomt strijd op de korte termijn, maar brengt partners op de lange termijn vaak in de problemen. Als jij niet duidelijk maakt dat je ontevreden bent weet je zeker dat er ook niet gaat veranderen. Relaties kunnen door deze onuitgesproken onvrede langzaam maar zeker scheefgroeien tot op het punt dat herstel moeilijk wordt.

De algemene vuistregel is: hoe vager en indirecter de communicatie, hoe meer speling en ruimte er is voor misverstanden en groeiende onvrede.

Omdat ik (M) van nature ook geen ster ben in heldere, effectieve communicatie heb ik ooit voor mezelf een simpel model onder het acroniem BEAR verzonnen. Het BEAR-model verkleint misverstanden, vergroot de kracht van je boodschap en verbetert de relatie.

Maak kennis met het BEAR-model

Disclaimer: in dit model zitten mijn eigen vooroordelen verwerkt. Toch staan deze vier woorden voor alles wat goede, effectieve communicatie volgens mij behelst. Ik gebruik dit model (onbewust) in zowel mijn persoonlijke als professionele communicatie.

Hieronder een korte introductie:

  • Betrouwbaar: ik wil dat de informatie uit mijn mond betrouwbaar en accuraat is. Zodat wij allebei weten waar we aan toe zijn. Er is al genoeg gebakken lucht: nepnieuws, pseudokennis, stellige meningen, slordige uitspraken en lege beloften. Ik probeer mijn mening niet te verwarren met de waarheid en als ik iets niet weet dan zeg ik dat eerlijk. Dat zorgt ervoor dat ik open sta voor corrigerende feedback en oog houd voor nuances. Op die manier houd ik zowel mezelf als anderen eerlijk. Daar hebben we allebei meer aan.

 

  • Eerlijk: ik ben een pleaser: liefst vermijd ik conflicten en stuit ik niemand tegen de borst. Daardoor vind ik het soms lastig eerlijk te zijn. Die neiging heeft me vaak in de problemen gebracht op werk- als relatiegebied. Ik heb inmiddels geleerd mijn twijfels, weerstanden en kwetsbaarheden eerlijk te delen. Dat heeft er voor gezorgd dat ik nu fijne, eerlijke relaties heb met mensen. Eerlijkheid zorgt ervoor dat je allebei weet waar je aan toe bent en dat je niet de schijn hoeft op te houden. Mensen (en partners) die niet in je leven passen, filter je er op deze manier makkelijk uit.

 

  • Aardig: eerlijk zijn is vooral nuttig als het jullie allebei dient. Als ik eerlijk zeg dat ik jouw gedrag zorgwekkend vindt, dan zeg ik dat niet om je een rotgevoel te geven, maar om jouw situatie (of onze relatie) te verbeteren. Ik wil je helpen. Dat vereist soms ook dat ik mijn eerlijkheid tactisch en opbouwend breng, op een manier die jou verder helpt. Zelfs als ik woedend bent op iets dat je me hebt aangedaan, kan ik die woede uiten op een manier die onze relatie niet onnodig beschadigt. Ik probeer mijn gekrenkte ego in toom te houden. Negatieve communicatie schaadt relaties veel meer dan positieve communicatie achteraf goed kan maken.

 

  • Relevant: mensen gebruiken vaak onnodig veel woorden, voorbeelden en zijpaden om uiteindelijk een heel simpel punt te maken. Hele monologen kunnen vervangen worden door één zinnetje: ‘Ik voel me gekwetst doordat je mij uitlachte waar je vrienden bij stonden.’ Wees spaarzaam met woorden als jullie elkaar niet willen verdrinken in een woordenvloed. De oplossing? Denk eerst na wat de kern van je boodschap is (liefst in één zin!). Op die manier wordt het makkelijker de rode draad vast te houden (zelfs als jouw gesprekspartner praatziek, manipulatief of verwarrend is).

De combinatie van deze 4 karakteristieken tezamen verkleint automatisch misverstanden, vergroot de kracht van je boodschap en verbetert de relatie.

In de blokken hieronder gaan we hier iets dieper op in.

Wees betrouwbaar

Communiceren is het uitwisselen van informatie. Helaas is het makkelijker om ‘foute’ informatie te creëren en te verspreiden dan betrouwbare informatie. Dat verklaart de hoeveelheid nepnieuws in de wereld. Het is makkelijker om een onware roddel over jou te verspreiden, dan eerst uit te zoeken hoe het écht zit. Dat laatste kost meer moeite en tijd en vereist soms onderzoek.

Betrouwbaar communiceren vereist dit.

  • Onderscheid maken tussen feit en fictie.
  • Eerlijk zijn over wat je wel en niet weet.
  • Het zoeken naar nuances.
  • Openstaan voor feedback en tegenspraak.
  • Het doorzien van je eigen blinde vlekken.

Waarheidsgetrouw communiceren is belangrijk omdat het misverstanden uit de weg ruimt en mensen gemeenschappelijke grond geeft om hun conflicten uit te spreken. In de module Zelfkennis gaan we hier dieper op in.

Betrouwbaar zijn vereist ook dat je doet wat je zegt en zegt wat je doet. Daardoor worden je relaties veel beter. Het betekent dat je aan afspraken houdt, geen valse beloften doet en eerlijk bent.

Eerlijkheid versus betrouwbaarheid
Eerlijk zijn is overigens iets anders dan betrouwbaar zijn. Ze hebben met elkaar te maken, maar zijn niet hetzelfde. Ik kan eerlijk zeggen wat ik vind en toch onbetrouwbare informatie delen.

Wees eerlijk

Niets zuivert je persoonlijke relaties meer dan eerlijk zijn. Eerlijkheid houdt jullie in tune met elkaar. De ander weet wat hij zij/aan jou heeft: dat voorkomt misverstanden. Een specifieke vorm van eerlijkheid is kwetsbaar zijn: dat is dé voorbode voor intimiteit en vertrouwen. Pas als jullie elkaars kwetsbare kanten hebben gezien en omarmd, pas dan kan er een échte connectie ontstaan.

Waarom is dat?

Niet eerlijk zijn is eigenlijk een scheiding in stand houden tussen jou en die ander. Je kunt hartstikke gek op elkaar zijn, maar zolang jullie niet delen wat er in jullie hoofd en hart omgaan, zolang ontstaat er ook geen diepere connectie.

We besteden een hele module aan eerlijkheid.

Disclaimer: hoewel eerlijkheid in je professionele leven ook een kracht is, gelden daar andere regels dan bij intieme relaties. Het is logisch dat je regelmatig een masker opzet en strategischer handelt als het om je werk gaat.

Eerlijkheid versus betrouwbaarheid
Eerlijk zijn is overigens iets anders dan betrouwbaar zijn. Ze hebben met elkaar te maken, maar zijn niet hetzelfde. Ik kan eerlijk zeggen wat ik vind en toch onbetrouwbare informatie delen.

Wees aardig

Vriendelijkheid wordt ondergewaardeerd in communicatie-cursussen. Daar gaat het vaak over slimmer, strategischer, charismatischer, overtuigender, sluwer of assertiever zijn. Dat is ook niet raar want vriendelijkheid vereist nauwelijks handigheid of studie. Wat valt er te leren? Toch is vriendelijkheid dé voedingsgrond voor effectieve communicatie. Zowel zakelijke onderhandelingen als het oplossen van relatieproblemen verlopen beter als ze plaatsvinden in een sfeer van warmte en positiviteit.

Toch loop je gemakkelijk aan deze open deur voorbij.

Twee onderzoeksresultaten die de kracht van positiviteit onderstrepen:

Psycholoog John Gottman ontdekte in zijn liefdeslab het evenwicht om een relatie gezond te houden: elke negatieve uitwisseling (kritiek, schelden, kwetsen, negeren) staat in gezonde relaties tot vijf positieve interacties (complimentje, aandacht, interesse, attent zijn). Negativiteit heeft een veel destructievere kracht dan de meeste partners zich realiseren.

Onderzoek laat zien dat ons brein 30% beter werkt wanneer we in een positieve stemming zijn. FBI-onderhandelingsexpert Chris Voss gebruikt dit principe in al zijn onderhandelingen. Hij begint zijn onderhandelingen pas nadat hij een goede, fijne band heeft gecreëerd. Zowel jij als de ander zijn geneigd meer voor elkaar over te hebben als je elkaar oprecht én aardig vindt. Eén glimlach kan het verschil maken.

Voor het oplossen van welk relatieprobleem dan ook is de gunfactor doorslaggevend of jullie het probleem naar tevredenheid zullen oplossen. Toch is dat lastig wanneer je allebei tevreden of boos bent.

Om alvast een misverstand uit de weg te ruimen. Zie dit gebod om aardig te zijn niet als een verbod op boosheid. Boosheid tonen is prima. Het is vaak een gerechtvaardigde emotie als iemand over je grenzen heengaat. Maar ook dan kun je besluiten om op een ‘gulle’ manier te reageren en de ander een kans te geven om zijn/haar misstap te herstellen. Als jij aardig bent, dan is de kans dat de ander positief reageert.

‘Aardig zijn’ is dan: maak jullie conflict niet erger dan het is en je te richten op het positieve. Schelden, bedreigen, iemand in een hoek drukken: daarmee verklein je de kansen dat je alsnog krijgt waar je behoefte aan hebt. Houd oog voor het gewenste resultaat: een relatie hebben waarin je elkaar begrijpt en steunt.

Zie aardigheid nooit als zwakte of teken van onderdanigheid. Wees niet bang dat anderen jouw vriendelijkheid misbruiken. Je kunt prima aardig blijven en ondertussen je grenzen bewaken. Daar gaan we in andere stukken dieper op in.

Manieren om al je relaties te verbeteren:

  • Gun de ander het voordeel van de twijfel.
  • Schenk aandacht, luister onbevooroordeeld.
  • Neem je gekrenkte ego niet als basis voor je gedrag en reacties.
  • Zie en benoem ook de positieve kant, voordat je iemand kritiek geeft

Ons brein is van nature het gericht op wat er mis gaat of stuk is. Wat goed gaat kunnen we negeren omdat het geen verbetering nodig heeft. In relaties is het echter heel belangrijk om het positieve te blijven zien. In plaats van alleen maar kwaad worden, is het goed ook het positieve te benoemen.

Dus liever niet: ‘Godver, noem je dit afwassen? Dit is gewoon smerig man.’
Beter is: ‘Oh bah! Leuk dat je hebt afgewassen hoor, maar als je het doet, kun je het volgende keer dan wel goed doen?’

De kans dat de eerste uitspraak tot een goed resultaat leidt is véél kleiner dan de tweede uitspraak.

 

Wees relevant

Misschien ben je iemand die veel woorden nodig heeft om een punt te maken, maar in de drang naar volledigheid of zorgvuldigheid gaat de kern van je boodschap bijna altijd ten onder. Je bent je publiek kwijt. Verdronken in een woordenvloed. Voordat je je partner verwijt niet te luisteren: misschien is het beter om eerst stil te staan bij wat nou eigenlijk de kern van je boodschap is. Kom snel ter zake, dan kun je later nog uitweiden over de details.

Doe dus niet zoals Hein!

Misverstanden en ergernissen ontstaan vaak door een breedsprakige manier van praten.

Hein: ‘Ik kan niet vaak genoeg zeggen dat je wel eens mag nadenken over hoe je eigenlijk tegen mij doet… laatst ook, staan we blabla… doe je weer zo raar. Mag ik niet gewoon zelf weten wat ik aantrek… ga je weer lopen muggenziften over die blabla… ik heb ze net nieuw gekocht en ja sportschoenen lopen gewoon lekker… mag ik gewoon lekker na mijn werk op sportschoenen lopen? Nee echt hoor, blabla… doe je gisteren even aardig, maar vergeet ik de vuilnisbak buiten te zetten, krijg ik weer zo’n blik. Dan weet ik hoe laat het is… moet ik zeker weer blabla… nou daar pas ik voor, hoor. Wat dat betreft lijk je op je moeder… ja, vind ik echt… je moeder doet ook zo tegen je vader blabla.’

Sofie: ‘Eh… whatever….’

Op welke uitspraak of vraag moet Sofie nou reageren? Het zijn er te veel. Vermijd dit soort verbale diarree. Hein doet er beter aan om na te denken wat zijn hoofdklacht is (of nog beter: zijn hoofdvraag) en, nadat hij die geuit heeft, stil te zijn zodat Sofie bij het gesprek betrokken wordt:

Hein: ‘Ik heb er moeite mee dat je me als een klein kind behandeld. Kun je me uitleggen waar het net misging? Waar kwam dat vandaan?’
Sofie: ‘Nou, ik denk dat ik echt geïrriteerd raakte op het moment dat jij besloot om niet even op mij te wachten in de Nike store en dat ik je daarna niet meer kon vinden.’

Dit is al een beter begin. Als Hein en Sofie deze ergernissen in de toekomst willen voorkomen, dan heeft het geen zin om alleen maar te klagen tegen elkaar. Nog beter zou zijn als hij haar daarna een vraag zou stellen als:

Hein: ‘Ok, ik snap het. Ik merk dat ik helemaal van slag ben als je zo koud en afstandelijk tegen me doet. Kunnen we iets doen om dit in de toekomst te voorkomen?

Op deze manier vraagt hij Sofie mee te denken over een oplossing voor hun terugkerende irritatie. In het stuk hieronder lees je meer over dit soort oplossingsgerichte communicatie.

Opdracht: goede afspraken maken
Maak een goede afspraak. Stel … etc

Onderhandelen voor liefdespartners

 Effectiever communiceren? Vermijd deze valkuilen

Je kunt natuurlijk van alles willen van je partner, maar moderne liefdesrelaties bestaan niet uit contracten met rechten en plichten. Jouw geliefde is jou helemaal niets verplicht. En als je steevast niet krijgt waar jij behoefte aan hebt, dan kun je hoogstens – in plaats van kniezen, klagen of schelden – duidelijker of aangenamer aangeven waar je wél behoefte aan hebt.

Alvast een formule uit eigen stal: hoe meer je denkt recht te hebben op aandacht, seks of liefde van je partner, hoe kleiner de kans dat je het krijgt.

Je krijgt hieronder in de blokken een kort en krachtig overzicht van de belangrijkste communicatievalkuilen. Het gaat erom dat je over de gehele linie iets preciezer, doelgerichter en tegelijkertijd wat flexibeler wordt in je communicatie zodat je meer uit je relatie haalt.

Hou ondertussen het meta-doel van jouw communicatie altijd in het vizier: dat is een fijne relatie hebben waarin je elkaar begrijpt en steunt. En hoed je voor het grootste obstakel dat dit in de weg staat: een groot ego. Op het moment dat jouw gekrenkte trots je communicatie laat bepalen heb je eigenlijk al verloren.

 

Het gevaar van de machtsstrijd (en twee gekrenkte ego’s)

‘Zelfmedelijden is de meest destructieve kracht waar de mens aan kan lijden. Het verziekt alles om zich heen, behalve zichzelf.’ Stephen Fry, komiek

Ik kende een stel dat regelmatig ruzie had over het gebruik van de computer. Ze hadden vaste computermomenten afgesproken, maar hij had de computer ook weleens voor zijn werk nodig op ‘haar’ momenten. Gevolg: schelden, koude oorlog en apart slapen en zelfs fysiek geweld. Deze intelligente, welgestelde mensen konden geen antwoord geven op…

… een nogal voor de hand liggende vraag.

‘Waarom kopen jullie geen tweede computer?’

In hun emotionele getouwtrek hadden ze daar nooit serieus over nagedacht. De oorzaak van hun issues lag natuurlijk dieper dan de strijd om de computer. Hun relatie was verzand in een machtsstrijd waarbij het niet ging om de vraag: ‘Hoe kunnen we leuker met elkaar omgaan?’ maar: ‘Wie heeft hier de touwtjes in handen?’ Ze wilden allebei niet voor elkaar onderdoen. Na jarenlang therapie te hebben gegeven kan ik met zekerheid zeggen: sommige psychologische klachten en relatieproblemen zijn totaal overbodig. Ze zijn het product van een groot ego en klinken vaak zo: ‘Je luistert toch ooit naar mij.’ ‘Waarom zou ik afwassen als jij het ook niet doet.’ ‘Ik werk me rot, terwijl jij maar op je luie reet zit.’

Zelfmedelijden is altijd een obstakel dat een constructieve samenwerking in de weg staat. Niet het rondslingerende tandpastadopje is de échte oorzaak van hun laatste ruzie, maar twee gekrenkte ego’s die al veel langer tevergeefs wachten op een stukje ‘rechtvaardigheid’ van de ander.

Mijn (M) therapeutische leermeester Alfred Lange herinnerde mij vaak aan het belangrijkste adagium van relatietherapie: ‘Waar één gelijk krijgt, verliezen er twee.’ Wanneer allebei de partners het laatste woord willen hebben, neemt de Lulligheid der Ruzies toe.


Dat deze vechthouding funest is voor liefde heeft relatiepsycholoog John Gottman wetenschappelijk kunnen bevestigen. Gottman kan na vijf minuten observatie in zijn ‘liefdeslaboratorium’ met een zekerheid van 91 procent zeggen of een stel over vier jaar nog bij elkaar is of niet.

Hoe doet hij dat?

De man heeft geen glazen bol en bijhorende helderziende gaven, dus… hoe doet hij het? Hij laat ze een ‘oude’ discussie opnieuw voeren en afgaande op de manier waarop ze hun conflicten proberen op te lossen, weet hij al snel genoeg. Als voorbeeld een conflict over de afwas:
Stelletjes die het niet zullen redden, beginnen direct met een valse start. Een negatief of sarcastisch verwijt waarmee de ander direct in de hoek wordt gezet. Iets als: ‘Zal ik maar weer de afwas doen? Jij doet het toch niet.’ Daarmee is de toon gezet. De ander heeft de keuze om zich te verdedigen of in het verdomhoekje te gaan staan. Welke strategie hij of zij ook kiest, de uitkomst is hoogstwaarschijnlijk (met 96 procent kans) negatief:

Of er ontstaat een discussie met tegenverwijten die niemand wint of de ander voelt zich vernederd. Ook als de vaat daarna blinkend in de kast staat, belooft dit geen goeds voor de relatie.

Het gevolg van het verwijt is tweevoudig (en nooit positief): ofwel de andere partner begint terug te verwijten en rechtvaardigt zijn gedrag. ‘Ja, maar als ik het een keer doe is het toch nooit goed.’ Ofwel de partner gaat in het verdomhoekje staan en voelt zich vernederd. Misschien doet hij alsnog de afwas, maar het zal de sfeer en de relatie op de lange duur niet ten goede komen. Verwijten uiten is vaak het begin van een vicieuze cirkel. Een Machtsstrijd die ontstaat als twee ontevreden partners het idee hebben dat zij pas iets positiefs voor hun partner hoeven te doen als hun partner iets aardigs voor hen doet. In de praktijk betekent dat meestal: lang wachten.

Het gevaar van de koude oorlog

Uit onderzoek van relatietherapeut John Gottman blijkt dat partners die elkaar adempauzes gunnen een betere kans hebben om bij elkaar te blijven dan stellen die een koude oorlog proberen vol te houden. Ook hebben eerstgenoemden minder last van gezondheidsproblemen. Spanning eist duidelijk haar tol. Mannen blijven, misschien onverwacht, langer met de relatiestress in hun lichaam zitten dan vrouwen. Terwijl de vrouw klaar is voor verzoening, is de man nog aan het afkoelen. Veel mannen die als verwijt krijgen dat het ze geen bal interesseert of dat ze koud, kil en afstandelijk zijn, laten onderhuids een ander plaatje zien, als je hun hartslag meet. Van buiten lijken ze onverschillig, van binnen ervaren ze stress. Deze afgestompte houding – ook wel ‘de muur’ genoemd – is een logische, fysieke reactie op de dreiging die ze voelen binnen de relatie. Eindeloze discussies zonder bevredigend einde, een koude oorlog of een muur van onverschilligheid zijn tekenen dat de liefde wordt uitgeput.

Onthoud: een kleine klaagzang op zijn tijd geeft lucht, maar hou het beperkt. Heb je kritiek? Het uiten van een echte vraag of wens maakt het voor de ander veel aantrekkelijker om positief te reageren. Wacht niet tot de ander eerst gaat: als jij verandert, verandert je partner eerder mee.

John Gottman ontdekte in zijn liefdeslab het evenwicht om een relatie gezond te houden: onthoud het:

In gezonde relaties staat elke negatieve uitwisseling (kritiek, schelden, kwetsen, negeren) staat tot vijf positieve interacties (complimentje, aandacht, interesse, attent zijn). Negativiteit heeft een veel destructievere kracht dan de meeste partners zich realiseren.

Stop met verwijten, vraag waar je behoefte aan hebt

Klaagzangen en verwijten brengen elke relatie in gevaar. Het is besmettelijk: je partner gaat hetzelfde doen en/of voelt zich vernederd. Dat leidt onnodig tot (eindeloze) discussies. Het uiten van een wens of vraag zorgt voor betrokkenheid en vergroot de kans dat je partner positief reageert.

De belangrijkste vuistregel: uit je kritiek als positieve vraag of wens. dat vergroot de kans dat die ander positief en constructier reageert.

Liever niet zo dus!

‘Weer op pad? Je doet veel leukere dingen met je vrienden dan met mij!’
‘Vind je het gek? Jij zeurt alleen maar! Logisch dat ik dan liever met mijn vrienden op pad ga.’

Beter is: ‘Vind je het leuk om vrijdag samen naar het strand te gaan? Ik heb die dag vrij.’
‘Ik zou met Marie sporten, maar dat kan eventueel ook op woensdag. Ik bel haar zo even.’
Verwijten zijn niet altijd als zodanig herkenbaar.

In de 3 volgende blokken zie je de verschillende gedaanten waarin het verwijt zijn lelijke kop opsteekt. Vermijd ze het liefst, stuk voor stuk.

Content

 

Geen etiketten en labels, veroordeel het gedrag

Etiketten en labels saboteren de mogelijkheid van je partner om positief te reageren en te veranderen. Ze werken als selffulfilling prophecy. Woorden als: ‘altijd’ en ‘nooit’ in combinatie met de persoonsvorm ‘jij bent’ zijn veroordelingen voor het leven. Logisch dat iemand daartegen in verzet gaat. In plaats van een stempel te drukken, kun je beter het gedrag veroordelen en een alternatief suggereren. De kans dat iemand daar wat beter op reageert is een stuk groter.

Dus liever niet zo!

  • ‘Jij bent aartslui, net als je vader, ik ga zelf wel weer naar de apotheek. Aan jou heb ik niets.’ 
  • ‘Ach waarom zou ik ook proberen met je te praten, je luistert toch nooit! Je bent nou eenmaal een narcist die alleen om zichzelf geeft.’

Bij dit soort uitspraken is het niet alleen zo dat je de ruzie alleen maar verder laat escaleren, het legt als het ware een bom onder je hele relatie. Als jij niet gelooft dat je partner een beter mens kan worden, waarom zouden jullie dan nog samen zijn?

Je hebt er meer aan om het zo te verwoorden:

  • ‘Nou lekker dan. Je zei dat je naar de apotheek zou gaan: wat ging er mis?’
  • ‘Als je zo tegen me doet, stop ik met praten. Kun je ook naar mijn kant van het verhaal luisteren?’

 

Laat oude koeien in de sloot

We houden allemaal een mentaal kasboek bij van de dingen die de ander ooit verkeerd heeft gedaan. Hoe vaker die ander over de schreef gaat, hoe meer negatieve gevoelens opgestapeld worden en het vertrouwen afbrokkelt. Sommige partners zullen bij elk nieuw voorval een vers bijgewerkt cv’tje van hun partner erbij pakken. Logisch om oude koeien uit de sloot te halen wanneer je je partner niet meer vertrouwt. Hoe gerechtvaardigd het ook voelt, het zorgt niet voor het gewenste effect…

Namelijk: dat je partner het nu wel goed doet.

Probeer het verleden erbuiten te houden als je het huidige conflict wilt oplossen. Het gevaar van oude koeien is dat je ruzie krijgt over iets wat nu niet aan de orde is.

A:‘ Je zegt wel ja, maar ik ken je: dan doe je het gewoon weer niet. Laatst zei je ook dat je op tijd thuis zou zijn, maar toen zat je doodleuk in de kroeg.’
B: ‘Krijgen we dat weer! Ik heb toch al 10 keer gezegd dat ik was vergeten dat ik had afgesproken met Toon!’

Ook de volgende uitspraken zijn dodelijk voor een constructief samenzijn – ofwel omdat ze verlammend werken, ofwel omdat ze irrelevant zijn:

  • ‘Het is je nog nooit gelukt om clean te zijn, het gaat je nu ook niet lukken.’
  • ‘Ach, jij bent toch zelf ook vreemdgegaan in een vorige relatie, nu weet je eens hoe het is als een ander dat bij jou doet.’

Pas op voor de waaromvraag

Partners verschuilen zich regelmatig achter ogenschijnlijk ‘redelijke’ vragen die stiekem een stekend verwijt inhouden. De ‘waaromvraag’ leidt bijna altijd tot een discussie. De vraag ‘Waarom doe je dat toch telkens?’ roept bij je toehoorder de neiging op om zich te verantwoorden. ‘Ik doe het omdat ik haast heb en geen tijd heb voor jouw gezeik!’

Wat kun je beter doen?

Dat antwoord krijg je niet als je je vraag anders formuleert: ‘Ik weet dat je het druk hebt, maar kun je nog de woonkamer opruimen zoals je had beloofd?’

Deze vragen leiden bijna altijd tot ruzie of ergernis:

A: ‘Waarom wil jij dat ik me klote voel?
B: ‘Ik snap je niet. Ik wil niet dat jij klote voelt…’
A: ‘Waarom lach jij dan naar haar?’
B: ‘Ze lachte naar mij… ik lachte terug.’
A: ‘Waarom zet je me zo voor schut?’
B: ‘Moet ik boos kijken als een vrouw naar me lacht?’

Deze woordenwisseling had constructiever geweest als het zo was gegaan. Bijvoorbeeld door een gevoelsreflectie te geven:

A: ‘Ik vond het best ongemakkelijk dat jullie naar elkaar lachten waar ik bij was. Ik voelde me echt gepasseerd.’
B: ‘Ik vond het ook wel een beetje weird ja. Ook wel vleiend, maar raar.’ 
A: ‘Maar je lachte wel terug gap!’
B: ‘Ja, dat ging haast automatisch. Dat zou ik ook bij een omaatje doen. Vervelend dat jij je daardoor zo voelt, maar je weet toch dat het goed zit tussen ons?’

A’s reactie in dit tweede voorbeeld leidt eerder tot een constructief gesprek. Ze uit hier haar jaloezie zonder B in een hoek te drukken en een nutteloze discussie uit te lokken. Hierdoor reageert B veel steunender.

En wil je oprecht weten waarom je partner iets heeft gedaan, dan kun je het ook zo doen:

  • ‘Ik ben oprecht benieuwd waarom je wegging zonder mij gedag te zeggen? Is daar een reden voor?’
  • ‘Waarom heb je me eerder niet gezegd dat je geen zin heb? Het is geen verwijt hoor, ik ben gewoon benieuwd.’

 

 

Vermijd algemene waarheden, spreek voor jezelf

Wil je dat je partner iets van je aanneemt? Vermom jouw wensen en klachten niet door te doen alsof ze van een ander zijn en verwoord ze niet alsof het algemene waarheden zijn. Deze trucs lokken onnodig een discussie uit. Het is oneerlijk, want je vermijdt te zeggen wat jíj van je partner vindt of verwacht.

Doe niet zoals Manon

Liever niet doen zoals Manon:
‘Het is voor je eigen bestwil om minder te drinken. Mijn moeder zei laatst ook dat je er verrot uitzag.’
‘Wat? Je moeder? Die ziet er zelf uit als een zombie. Het is mijn leven, ik doe verdomme wat ik zelf wil.’

Spreken vanuit je eigen wensen of zorgt voor een eerlijker gesprek:

‘Ik zou graag willen dat je iets minder drinkt als we samen uit zijn, ik vind je zó vervelend doen en jouw katers geven mij ook hoofdpijn.’
‘Huh? Heb jij daar dan last van? Ik dacht dat ik de enige was.’

Door stelselmatig de persoonsvorm ‘ik vind’ te gebruiken doe je de relatie veel plezier. Het is voor je partner veel makkelijker om positief en duidelijk te reageren als jij je niet verschuilt achter indirect, verhullend taalgebruik. ‘Men vindt’, ‘Het is’, ‘Iedereen weet’, ‘Je weet best’, ‘Dat doe je gewoon niet’. Het gesprek neemt hierdoor al snel de vorm aan van een discussie.

Voorbeeld Jeroen en Mira:
Jeroen: ‘Doe eens normaal, zoals ieder weldenkend mens. Waarom moet jij nou weer halfnaakt op het balkon? Wie doet dat nou?’
Mira: ‘Ga uit mijn zon. Ik doe wat ik wil.’
Jeroen: ‘Ja, leuk voor die buren. Die zijn streng gelovig. Dat kun je echt niet maken.’
Mira: ‘Hallo, dit is mijn balkon.’
Eerlijk taalgebruik maakt zaken bespreekbaar:
Jeroen: ‘Stom misschien, maar ik voel me ongemakkelijk als jij in bikini op het balkon ligt.’
Mira: ‘Hmm, hoezo dan? Ik hoef me toch niet te schamen?’
Jeroen: ‘Nee, maar behalve dat ik me dan niet goed kan concentreren, voel ik me ongemakkelijk dat de buren je zien. Ik ken die man. Hij is heel religieus.’
Mira: ‘Zit je daar echt mee?’

Voorbeeld Alex en Fred
Alex: ‘Dus je wilt niet dat ik meega? Jammer.’
Fred: ‘Lijkt me heel gezond dat een vader met zijn kind op stap gaat, toch?’
Alex: ‘Eh ja, maar waarom zeg je niet gewoon dat je liever alleen met Max naar de film wil?’
Fred: ‘Misschien vind ik wel dat ik dat niet zou hoeven zeggen.’
Alex: ‘Ik snap het niet. Ik vraag het toch aan je. Wat bedoel je?’
Fred: ‘Misschien wil ik gewoon niet weer met jou hoeven discussiëren… dan denk ik: laat maar. Misschien komt Alex daar zelf wel achter.’
Alex: ‘Waarachter?’
Fred: ‘Nou eh.. dat ik het misschien ook wel leuk zou vinden om eens met Max alleen te zijn.’

Fred durft niet eerlijk te zeggen wat hij nou wil. Zijn reden om indirect te zijn, is anders dan die van Jeroen uit het eerste voorbeeld. Bij Jeroen gaat het om het maken van een punt, bij Fred gaat het erom dat hij bang is voor een confrontatie. Het gesprek zou beter verlopen als Fred eerlijk zou zeggen wat híj wil. Waarschijnlijk zal Alex dan meer vertrouwen hebben in Fred, nu heeft hij vaak het gevoel dat Fred dingen achterhoudt.

Alex: ‘Zeg gewoon dat je liever met Max naar de film wilt en mij er niet bij wil hebben.’
Fred: ‘Oké, klopt. Ik vind het inderdaad fijn om af en toe met Max te zijn. Ik ben blij dat jij en Max het goed kunnen vinden… maar af en toe wil ik hem voor mezelf.’
Alex: ‘Waarom zeg je dat dan niet gewoon?’
Fred: ‘Ik zeg het nu toch.’
Alex: ‘Ik wou dat je dat vaker deed… ik word er zo moe van als ik alles uit je moet trekken.’

Vermijd debatteertrucs, hou het eerlijk

Een ander nadeel van lange betogen: ze bieden de ander de mogelijkheid op een irrelevant punt in te gaan. Iets wat er niet toe doet kan ineens een punt van discussie worden. Als jij je hierin herkent: stop met deze debatteertruc. Inhaken op foutjes of zaken die irrelevant zijn maken van je communicatie een doolhof zonder uitgang.

Nogmaals, doe niet zoals Hein!

Sofie: ‘Hé, dit weekend eindelijk de zolder opknappen?’
Hein: ‘Ja, dag. Zodat jij die lekker kunt volproppen met al jouw troep. Ik heb wel wat beters te doen.’ (Irrelevant)
Sofie: ‘Wat? Dat zien we later wel toch. We hadden het afgesproken, weet je nog? Ik heb speciaal een uitje afgezegd.’
Hein: ‘Ja, maar zo belangrijk vind jij die zolder helemaal niet. Ik hoor je er verder nooit over. En dit weekend wordt het mooi weer.’ (Allemaal irrelevant)

Beter is:
Sofie: ‘Hé, zullen we dit weekend de zolder opknappen?’
Hein: ‘O ja, shit, dat hadden we afgesproken. Kunnen we het niet toch het weekend daarop doen? Het wordt lekker weer en ik had een heftige week: ik zou eigenlijk wel dagje naar de boot willen?’
Sofie: ‘Ik had me er eigenlijk wel op verheugd, maar zeilen is natuurlijk ook leuk. Dan doen we de zolder wel echt het weekend daarna he?’
Hein: ‘Deal!’

Nee tegen de omdraaitruc

Wat voor jou geldt, hoeft niet voor de ander te gelden. Een veelgebruikte truc is om onrechtmatig zaken omdraaien: ‘Jij mag van mij toch ook een avond doorzakken zonder het te laten weten.’ ‘Ik vind het ook niet erg als jij later thuiskomt!’ Die uitspraak is irrelevant: als het voor je partner wél belangrijk is, dan is dát de kwestie waar je het over zult moeten hebben.

Zo moet het wel!

‘Jezus, man. Ik was ongerust, waarom liet je me niet weten dat je pas zo laat naar huis zou komen?’
‘Sorry, schat, die borrel liep wat uit, volgende keer zal ik bellen als ik later kom. Ik was vergeten dat jij daar meer moeite mee hebt dan ik.’

Als je samen bent, denk je soms voor twee. Jouw acties en nalatigheden hebben effect op de ander. Als jij rommel prima vindt, betekent dat niet dat je níét mee hoeft te doen aan het huishouden. Datzelfde geldt voor vreemdgaan, drinken, familiebezoek. Je partner heeft hierin waarschijnlijk andere behoeften – en dat is prima – en jullie zullen hierin een aanvaardbare balans moeten vinden. Compromissen horen nou eenmaal bij een harmonieus samenzijn.

Pas op voor de Illusie van Transparantie

Wat voor jezelf volkomen duidelijk is, is dat voor die ander vaak niet. Ga er nooit zomaar van uit een ander weet hoe jij je voelt en wat jij wilt of nodig hebt. Ook niet als diegene jouw partner is. Misschien kan je partner best wat attenter worden, maar als jij niet vraagt of aangeeft wat je wilt, dan geef je je partner geen eerlijke kans.

Dat leidt tot de Illusie van Transparantie.

Mensen denken onterecht dat de emoties van hun gezicht af te lezen zijn. Dit wordt ook wel de Illusie van Transparantie genoemd: veel mensen hebben het idee dat anderen – vooral geliefden – dwars door hen heen kijken, en hun onuitgesproken verdriet, angst of zorgen kunnen zien. ‘Ik zeg wel dat het goed met me gaat, maar het is toch compleet helder dat dit helemaal niet zo is!’ Verwacht niet dat anderen je ook wel begrijpen als je helemaal niks zegt of juist tegenstrijdige boodschappen geeft.

‘Nou het is je gelukt hoor: nu ben ik echt chagrijnig.’
‘Huh. Wat heb ik nu weer gedaan?’
‘Niet zo onschuldig doen! Dat weet je best.’
‘Eh… nee… niet echt.’
‘Ach man, je weet best hoe gestrest ik ben door examenweek en dan ga je vrienden uitnodigen.’
‘Nou eh… Maarten kwam gewoon toevallig langs: moest ik hem wegsturen dan? Hij bleef voor een drankje.’
‘Je houdt gewoon nul rekening met mij!’
‘Ik vond je helemaal niet zo gestrest? En ik dacht dat jij Maarten ook wel mocht.’
‘Ik was nu gewoon niet in de stemming. Dat had je kunnen weten.’

Niet stiekem saboteren, assertiever worden

Het is lastig om voor jezelf op te komen als je een dominante of erg principiële partner hebt. Vooral als je zelf wat zachtaardiger bent. Je zult misschien de neiging hebben om toch te doen waar je zin in hebt en de wensen van je partner saboteren, op zo’n manier dat je partner je niet kan beschuldigen. Vaak met excuses, als: ‘Sorry, ik kan niet mee naar het concert. Zo’n hoofdpijn weer.’ Als dat te vaak gebeurt, saboteer je ook de kans op een gelijkwaardige relatie.

Waarom eigenlijk niet?

Jouw wensen zijn evenveel waard als die van je partner. Verman jezelf en zeg vaker wat jij wilt. Je partner zal misschien aan die nieuwe kant van jou moeten wennen, maar je relatie – en waarschijnlijk zelfs jouw leven in het algemeen – wordt er op lange termijn wel beter op.

Vermijd de ‘wees spontaan’-paradox

Er is een belangrijke uitzondering op ons pleidooi voor directe communicatie. Er zijn situaties waarin transparantie en directheid juist averechts werken. Dat gebeurt bij de eerder genoemde ‘wees spontaan’-paradox. Deze paradox ontstaat doordat een van beide partners een onmogelijke verwachting uitspreekt. Vaak wordt van de ander verwacht dat die iets doet én dat nog leuk vindt ook. Iets leuk vinden kun je natuurlijk niet afdwingen. Net als blijdschap, een leuke sfeer, ontspanning of lust.

Pas op voor vragen en eisen als…

  • ‘Je moet meer uit jezelf vertellen.’
  • ‘Waarom lach je niet, het is een supermooie dag?’
  • ‘Je moet meer initiatief tonen, alles gaat van mij uit.’
  • ‘Ik wil dat je vaker belt, maar wel omdat je dat zelf wilt.’
  • ‘Spreek mij vaker tegen: je hebt geen ruggengraat.’

Deze (niet als zodanig herkenbare) commando’s’ werken verlammend. De ander zal zich gedwongen voelen om op bevel initiatief te tonen, de partner tegen te spreken of interesse te tonen. Dat werkt averechts: de ander zal zich eerder terugtrekken of ergeren (waardoor de een nog meer commando’s afvuurt, enzovoorts). En zelfs als de ander wel gehoor geeft aan deze ‘bevelen’, is er een grote kans dat dit met tegenzin gebeurt, of dat het niet oprecht overkomt. Het is beter commando’s achterwege te laten en de ander op een meer indirecte manier te stimuleren: door vragen te stellen, iets voor hem/haar te doen, enzovoorts. De kans dat daardoor die leuke, geïnteresseerde sfeer alsnog ontstaat wordt dan al groter. In het verlengde hiervan ligt de volgende communicatieregel.

Leur niet om bevestiging

Als je wilt dat iemand jou waardeert of serieus neemt, geef die ander daar dan wel de ruimte voor. Je kunt geen respect of interesse afdwingen door erom voortdurend om te zeuren (herken de ‘wees spontaan’-paradox). Wanneer jouw partner zich in rare bochten begint te wringen om jou gerust te stellen, zie jij jouw oorspronkelijke angsten vaak alleen maar bewaarheid worden. Zoiets gebeurt vaak bij jaloezie.

Hij: ‘Was je ex gisteren ook op dat feestje?’
Zij: ‘Ja, die was er ook even, ja. Kort mee gekletst.’
Hij: ‘Waarom zeg je dat niet meteen?’
Zij: ‘Eh… nou, ik vond het niet heel relevant… denk ik. Hij was er ook maar even.’
Hij: ‘Wat is dat voor antwoord? Je weet toch hoe ik over je ex denk?’
Zij: ‘Eh ja, maarreh… ik wil gewoon niet dat jij daar weer zo’n ding van maakt.’
Hij: ‘We hebben verdomme toch afgesproken dat we vanaf nu altijd eerlijk tegen elkaar zouden zijn. Nu lieg je weer tegen me. Hoe zit dat nou?’

Idealiter proberen twee partners elkaar voldoende bevestiging en geruststelling te geven, maar in sommige relaties is dit evenwicht verstoord. Mensen die twijfelen aan wat de ander voor ze voelt kunnen de behoefte hebben om het daar obsessief over te blijven hebben.

Spreek met jezelf (of de partner) af dat je de ander niet al te vaak belast met jouw angsten en onzekerheden. Natuurlijk is het goed om er regelmatig een open gesprek gesprek over te hebben, maar als je behoefte aan bevestiging zo ‘onbevredigbaar’ is dat je het te pas en te onpas doet, dan kunnen jullie eventueel afspreken dat jullie het er eens in de week (of maand) over hebt.

Disclaimer: Uiteraard zijn er relaties waarin de jaloezie en het wantrouwen gerechtvaardigd zijn. Iemand die jou slecht behandelt of vreemdgaat, en jou niet weet gerust te stellen, verdient misschien een tweede of zelfs derde kans, maar daarna wordt het tijd voor een vaarwel.

Als je emotioneel niet krijgt wat je wilt

Elk stel heeft in meer of mindere mate last van het volgende relatieprobleem, dat steeds in iets andere vorm de kop op steekt: een van beide partners heeft een emotioneel tekort aan iets dat alleen de ander kan geven.

Een van de twee heeft altijd wel meer behoefte aan bijvoorbeeld aandacht, intimiteit, seks, geruststelling, goede gesprekken, vertrouwen, romantische bevestiging of quality time. De behoefte van de een, legt druk op de ander, met alle onbedoelde gevolgen van dien.

In heterorelaties is het vaker (maar zeker niet altijd) de vrouw die meer behoefte heeft aan exclusieve aandacht en geestelijke intimiteit dan de man. Mannen hebben vaker (maar zeker niet standaard) meer behoefte aan seks.

Dat kan soms voor vicieuze cirkels zorgen.

Bijvoorbeeld: sommige mensen krijgen pas zin in seks als er een fijne, intieme sfeer met hun partner is. Anderen hebben juist eerst behoefte aan die seksuele ontlading voor ze ontspannen zijn en openstaan voor geestelijke intimiteit. Als beide partners hierin niet flexibel zijn, komen ze dus niet snel tot elkaar.

Als een bepaalde emotionele relatiebehoefte te lang onvoldoende wordt bevredigd, kan de relatie in code rood terechtkomen. Dat uit zich bijvoorbeeld in gedrag dat de relatie alleen maar verder in de gevarenzone drijft, zoals snauwen, niets voor elkaar over hebben, ruzie zoeken, negeren. Voel jij je door je partner structureel tekortgedaan en vraag je je af hoe je meer aandacht, genegenheid of seks kunt krijgen? Eerst het slechte nieuws: als ‘vragende partij’ kun je het nauwelijks goed doen.

De Drie Onbevredigende Opties

In de praktijk heb je grofweg de keuze uit drie opties om aan je trekken te komen. Waarschijnlijk heb je ze alle drie al uitgeprobeerd en meestal is het resultaat onbevredigend.

 

1. Je onvrede rechtstreeks uiten en gewoon vragen waar je behoefte aan hebt

De meest logische strategie is je onvrede laten blijken, zodat je partner er iets aan kan doen. Deze strategie klinkt in de praktijk vaak zo:

  • ‘Waarom moet het altijd van mij komen: ik wil dat jij met een leuk initiatief komt.’
  • Hee, waarom hebben we nooit meer seks?’
  • Ik wil dat we elk weekend samen iets leuks doen: doordeweeks zijn we allebei te druk.’

Als losse uitspraak kan het een goede wake-upcall zijn voor je partner, maar wanneer je regelmatig moet leuren om aan je trekken te komen ontstaat er al snel een averechts effect waarbij jij onbedoeld in de rol van ‘zuiger’ terechtkomt. De rol die geen enkele partner wil spelen, maar onvermijdelijk lijkt als jij meer van je partner verwacht dan andersom.

Het gevolg van jouw geuite onvrede en frustratie is namelijk dat je partner zich steeds meer onder druk voelt staan en daardoor juist minder gemotiveerd is om zijn/haar best voor je te doen. Dat kan jou nog gefrustreerder maker en nog behoeftiger en jouw partner een nog beklemmender gevoel geven, enzovoort.

Deze vicieuze cirkel wordt in relatietherapie-kringen ook wel de ‘wees spontaan-paradox’ genoemd. Hoe meer partner A verwacht dat de ander zich vrij en spontaan gedraagt, hoe minder vrij en spontaan partner B zich juist zal voelen en gedragen. Lust, humor, interesse, nieuwsgierigheid zijn namelijk geen toestanden die je op commando kunt bestellen. De wees spontaan-paradox is daarom onbedoeld een onmogelijke of beklemmende eis.

  • ‘Ik wil dat je vaker initiatief toont zonder dat ik daarom moet vragen.’

  • ‘Ik wil dat je uit jezelf interesse toont voor mij, maar het moet echt uit jezelf komen.’

  • ‘Je moet me echt wat meer tegengas geven en minder gehoorzamen.’

  • ‘Ik wil graag dat jij me vaker verleidt: verras me maar.’

Het paradoxale is dat iemand op commando iets wordt geacht te doen en dat ook nog oprecht leuk zou moeten vinden. Als iemand al op jouw verzoek ingaat, dan is het op dat moment niet helemaal oprecht. Hoe kan je partner op verzoek ongehoorzaam, spontaan of verrassend doen? Dan is iemand juist gehoorzaam, onspontaan en niet verrassend aan het doen. Je vraagt dus precies naar datgene, waar je niet naar kunt vragen.

Zelfs als jouw partner toch zijn/haar best voor je doet, is het eindresultaat zelden bevredigend. ‘Ja, nu doe je superlief, maar dat doe je alleen maar omdat ik het je vroeg.’

‘Spontaniteit’, ‘enthousiasme’, ‘vertrouwen’, ‘geilheid’ en ‘interesse’ laten zich net zo lastig afdwingen als het ‘winnen van de bingo’. Deze toestanden ontstaan spontaan als aan de randvoorwaarden is voldaan. En hoe meer je die toestanden rechtstreeks probeert af te dwingen, hoe meer je ze wegjaagt.

Andere verwachtingen creëren vaak een onmogelijk te bewerkstelligen situatie, omdat ze een onrealistisch ideaalbeeld nastreven waar je partner nooit aan kan beantwoorden.

  • ‘Je mag nooit meer iets voor mij verzwijgen. Als je nog één keer liegt is het klaar.’

  • ‘Ik moet je honderd procent kunnen vertrouwen. Altijd. Dat heb ik nodig.’

  • ‘Je moet me beloven dat je er altijd voor me zult zijn.’

Zelfs de meest eerlijke partner zal soms iets voor zichzelf willen houden of een leugentje om bestwil uiten. Een partner die ‘honderd procent eerlijkheid’ of ‘eeuwige trouw’ belooft, is op dat moment al oneerlijk.

2. Je onvrede op indirecte manier uiten (saboteren, protesteren)

Wanneer strategie 1 niet lukt gaan partners vaak vanzelf over op strategie 2. Dit is in de praktijk de meest gebruikte strategie, en de meest giftige. Als jij langere tijd tevergeefs probeert om aan je trekken te komen, dan laat je je onvrede op een gegeven moment op andere manieren blijken.

  • Door koud en onverschillig te doen bijvoorbeeld.
  • Door verzoekjes van je partner te saboteren.
  • Door over pietluttige dingen te discussiëren.
  • Of misschien zelfs door hem of haar jaloers te maken.

Het voordeel van deze strategie is dat je ontsnapt aan die zuigerrol, maar uiteraard los je er op de lange termijn niets mee op. De kans dat je hierdoor wel aan je trekken komt, wordt alleen maar kleiner.

Je probeert zo je zelfbeeld intact te houden, maar de sfeer tussen jullie wordt alsmaar grimmiger. En dat terwijl je partner misschien niet eens meer weet waardoor het écht komt, want onderwijl ruziën jullie over zaken die niets te maken hebben met de eigenlijke oorzaak van jouw ontevredenheid.

Het grote gevaar hierbij is dat jullie steeds meer in een nutteloze en uitputtende machtsstrijd terecht kunnen komen waarbij jij niet meer eerlijk aangeeft waar je naar verlangt, maar een onderhuids psychologisch gevecht aangaat met je partner om niet voor hem/haar onder te doen. Dit compliceert en vergiftigt jullie relatie juist meer en maakt het op den duur alleen maar lastiger om tot elkaar te komen.

Deze strategie veroorzaakt een vicieuze cirkel waarin jullie vergeefs blijven vingerwijzen naar elkaar (‘Het ligt toch echt aan jou!’) en steeds minder voor elkaar over hebben.

3. De onvrede negeren en wachten tot die ander er zelf mee komt

Als niks lukt, zul je op een gegeven moment waarschijnlijk onverschillig worden. Als elke goedbedoelde poging van jou toch leidt tot een discussie of misverstand, dan laat je het maar… Je hebt de hoop laten varen dat je partner nog verandert en leeft daarom steeds meer in je eigen bubbel. Dit zorgt er uiteraard voor dat jullie – misschien zelfs zonder dat je partner er erg in heeft – alleen maar verder uit elkaar groeien. Dit is een gevaarlijk moment, want het einde van jullie relatie wordt nu een steeds aantrekkelijkere optie.

Wat kun je dan wel doen?
In alle drie de hierboven genoemde gevallen (verwijten, leuren, saboteren, protesteren of niks doen) leidt jouw gedrag tot een vicieuze cirkel die jullie connectie juist verder verslechtert. Doomed if you do, doomed if you don’t. Extreem frustrerend. Als je er niet direct om kunt vragen, als je het niet kunt afdwingen en als negeren ook niet helpt: wat kun je dan in hemelsnaam wél doen om aan de negatieve spiraal te ontkomen?

Strategie 1. Stop de vicieuze cirkel

De eerste stap is de vicieuze cirkel te herkennen en die niet verder te voeden.
Stop met doen wat je nu doet. Of het nou vragen, zeuren, dwingen, saboteren, klagen, trekken, overtuigen, discussiëren, jezelf verkopen, zuchten, flauwe grappen maken is. Als iets niet werkt, stop er dan mee.

Dat doe je zo.

Misschien vind je het onrechtvaardig of gemeen dat jouw partner je niet geeft waar je behoefte aan hebt, maar bedenk ook dat jouw partner je dat niet verplicht is. In een relatie gun je elkaar iets.

Neem het niet persoonlijk: maak van een liefdesrelatie geen machtsstrijd
Dat jij meer van je partner wil dan andersom, maakt jou niet minder waard. Dat is helaas wat partners vaak wel ervaren. ‘Ik wil iets van jou dat jij niet geeft, dus jij hebt de touwtjes in handen en hebt macht over mij. Het enige wat ik kan doen is mijn macht op andere manieren afdwingen door jouw leven ook minder leuk te maken.’

Door er een Machtstrijd van te maken belanden jullie van de regen in de drup. Als twee partners proberen hun gelijk te halen verliezen er twee.

Ik hoor in de gesprekskamer vaak: ‘Hij geeft gewoon niks om mij, anders zou hij dat toch gewoon voor me over hebben.’ Of: ‘Ze is gewoon een narcist en denkt alleen zichzelf.’ Dat jij niet krijgt wat je wilt, betekent (meestal) niet dat je partner niet van je houdt. Mensen verschillen qua karakter en relatiebehoeften. Misschien ben jij bent bijvoorbeeld aanrakerig en passioneel, terwijl je partner zijn/haar liefde juist praktisch uit, door af te wassen of een fietsenhok te bouwen. Het kan zijn dat je partner door andere omstandigheden jou niet kan geven wat je nodig hebt (psychische klachten, stress, geldzorgen).

Door het gedrag van je partner niet als persoonlijke aanval op jou te zien, wordt het makkelijker om uit de discussiehoek te blijven en het gedrag bespreekbaar te maken.

Om positieve verandering te bewerkstelligen is er niets beters dan (in ieder geval tijdelijk) je ego opzij te schuiven, een machtsstrijd te voorkomen en je naar het naastenliefdegebod te gedragen: behandel de ander, zoals je zelf behandeld wil worden.

Door zelf geïnteresseerd, charmant, respectvol, passioneel of romantisch te doen vergroot je de kans dat je partner jou daarin spiegelt.

Beloon het gedrag dat je wel graag ziet
Als jouw partner (toevallig of bedoeld) het gedrag laat zien dat jou blij maakt, laat dat dan ook blijken. Zeg bijvoorbeeld iets als: ‘Hier word ik dus heel blij van.’ Of laat een glimlach zien. In de praktijk zien we helaas vaak dat positieve pogingen van de ene partner, door de ander cynisch worden afgedaan als:

  • ‘Als je dat nou eens deed als ik er om vraag.’

  • ‘Nu is het te laat. Dat had je beter toen en toen kunnen doen.’

  • ‘Je doet dat alleen maar omdat ik het wil, niet omdat je het zelf wil.’

Deze ‘nuancerende’ reacties lijken misschien onschuldig, maar zijn extreem destructief. Elke poging van de ander om jou tegemoet te komen (hoe subtiel ook) zou juist verwelkomd en aangemoedigd moeten worden. Dat is namelijk het prille, kwetsbare begin waarop jullie negatieve spiraal zich begint te keren.

Als deze strategie weinig uithaalt, dan is het tijd voor stap 2.

Stap 2. Maak ‘jouw’ onvrede tot ‘jullie’ probleem

De grote valkuil is om in een nutteloze discussie te belanden over wiens schuld het is. Vermijd die hele schuldkwestie. Het eerste doel van een gesprek zou moeten zijn om jouw ‘persoonlijke ontevredenheid’ tot een ‘gezamenlijk relatieprobleem’ te maken waarvoor niet alleen jij, maar ook je partner zich verantwoordelijk voelt. Pas dan is er bij jullie allebei bereidheid om tot elkaar te komen.

Dat werkt dan ongeveer zo.

Deze stap bestaat eigenlijk uit drie kleinere stappen:

  1. Zoom uit, beschrijf jullie situatie in algemene, onpersoonlijke termen: maak jouw onvrede bespreekbaar zonder je partner onnodig onder druk te zetten of te demotiveren.
  2. Maak jouw persoonlijke onvrede tot een gemeenschappelijk obstakel voor jullie beider relatiegeluk.
  3. Vraag je partner mee te denken over mogelijke oplossingen.

Stel dat je bijvoorbeeld iets zou zeggen met deze strekking:

‘Lieve partner. Er moet me iets van het hart. Dit is onze situatie zoals ik het nu zie en hoe ik me daarover voel. Ik wil iets van jou en daarmee zet ik jou bewust en onbewust blijkbaar onder druk. We zitten nu in een negatieve spiraal. Ik ben bang dat we steeds verder uit elkaar groeien en dat ik het op deze manier niet lang ga volhouden. Wat denk jij dat we kunnen doen om de spiraal opwaarts te laten gaan?’

Door het zo te stellen, maak je jouw persoonlijke ontevredenheid meer tot een objectief, onpersoonlijk probleem van jullie allebei. Zonder jezelf tot slachtoffer te maken of je partner onnodig onderuit te halen of te demotiveren. Je motiveert hem/haar juist om met je mee te denken over de oplossing, want het is immers ‘jullie’ gezamenlijke obstakel voor een leuk samenzijn.

Laten we de drie stappen wat verder uiteenzetten:

1. Maak het bespreekbaar op een zo neutraal en objectief mogelijke manier
Als jij de ontevreden partner bent, ben jij noodgedwongen degene die jullie situatie moet aankaarten. Aan jou de eer. Geef gewoon een zo objectief en onpersoonlijk mogelijke samenvatting van hoe jij de situatie ziet en wat je daarbij voelt. Een eerlijke reflectie van je gevoel zonder jezelf als slachtoffer neer te zetten of de ander onnodig te demoniseren. Door het neutraal en objectief te brengen, vermijd je de schuldvraag en wordt het makkelijker samen op zoek te gaan naar mogelijke oplossingen.

Doe dat zonder je partner iets te verwijten en probeer niet te happen als je partner dat wel doet. Een verwijt roept namelijk altijd een tegenverwijt of rechtvaardiging op (en dus een discussie die jullie uit elkaar drijft).

Neem dit voorbeeld over wantrouwen:
‘Ik wil niet zeuren of zielig doen, of jou een schuldgevoel geven, maar ik merk dat ik sinds dat moment gewoon heel weinig vertrouwen heb in je. Er is echt iets stuk gegaan in die vakantie. Als jij je best doet denk ik: waarom doet ie zo lief? Heeft ie iets te verbergen? Als jij defensief reageert op mijn wantrouwen, is het ook niet goed. En als je normaal doet, is het eveneens niet goed, want dan word ik weer boos dat jij nergens last van hebt, terwijl ik nachtmerries heb dat je weer vreemdgaat en zo. Ik word er gek van. We kunnen het allebei gewoon niet goed doen nu. Wat kunnen we doen?’

Belangrijk wanneer je je verhaal doet: voorkom dat je verzandt in een eindeloze monoloog met irrelevante details. Hou het kernachtig, zodat je partner weet waar hij/zij op kan reageren. En eindig met de ‘wat kunnen we hieraan doen?’-vraag. (Gevolgd door een stilte, zodat je partner echt antwoord kan geven.)

2. Voorkom de schuldvraag: maak jouw ontevredenheid tot een onpersoonlijk probleem waarvan jullie allebei last hebben en waarvoor jullie allebei verantwoordelijk zijn
Nogmaals, de grote valkuil is om in een nutteloze discussie te belanden over wiens schuld het is. Vermijd die hele schuldkwestie. Het eerste doel van een gesprek zou moeten zijn om jouw ‘persoonlijke ontevredenheid’ tot een ‘gezamenlijk relatieprobleem’ te maken waarvoor niet alleen jij, maar ook je partner zich verantwoordelijk voelt.

Beide houdingen hieronder zijn de doodsteek voor het oplossen van jullie issue:
Partner A: ‘Ik ben niet blij met onze relatie: jij geeft me geen aandacht. Het is jouw schuld.’
Partner B: ‘Ik vind het prima zoals het nu gaat. Het is jouw probleem dat je ontevreden bent, dus dat zul je zelf moeten oplossen.’

Nota bene: beide houdingen lokken elkaar uit en versterken elkaar. Hieruit ontstaat een potje vingerwijzen zonder ooit een oplossing te vinden.

Nogmaals: zolang jullie een relatie hebben, is het ‘jullie’ probleem. Niet een individueel probleem dat alleen door je partner is veroorzaakt en daardoor uitsluitend door hem/haar opgelost kan worden. Het is ook niet een probleem dat alleen bij jou ligt en waarvoor jij in je eentje verantwoordelijk bent. Het is ‘jullie’ probleem dat door verschillende behoeften en/of door jullie situatie tot stand is gekomen. Als jullie allebei in deze relatie willen blijven, dan is het een concreet obstakel dat een fijne relatie in de weg staat, net zoals een kapot bed of defect koffiezetapparaat dat zou zijn. Voor jullie beiden ligt daar dus de uitdaging om elkaar niet te beschuldigen of te verwijten, maar samen te zoeken naar een bevredigende oplossing.

Nu kan het zo zijn dat jij goed je best doet, maar dat je partner toch reageert met een verwijt of beschuldiging. Probeer niet te happen, en blijf iets herhalen als: ‘Ik hoor je en ik snap jouw kant van het verhaal écht wel. Het is niet mijn bedoeling jou te verwijten of in een discussie te raken: ik wil het gewoon aankaarten en samen onderzoeken of we er iets aan kunnen doen.’

3. Eindig je betoog met een hoe- of wat-vraag die jouw partner motiveert om mee te denken over mogelijke oplossingen
Door een hoe- of wat-vraag te stellen, komen jullie veel eerder in hetzelfde schuitje te zitten. Pas dan kunnen jullie samen onderzoeken wat er nodig is om jullie situatie te verbeteren in plaats van te discussiëren over wie er gelijk heeft.

  • ‘Hoe kunnen we dit in de toekomst voorkomen?’

  • ‘Hoe zou jij willen dat ik hiermee omga?’

  • ‘Wat kunnen we doen om de volgende keer wel een leuke avond te hebben?’

  • ‘Wat zou er nodig zijn dat jij wel zin hebt om te vrijen?’

  • ‘Wat maakt dat je mij toen niet durfde te vertellen hoe het echt zat?’

Al deze vragen hebben gemeen dat ze jouw partner stimuleren om met jou mee te denken over oplossingen (en dat ze zo een discussie vermijden).

Belangrijk: laat stiltes vallen als je zo’n vraag stelt. Ga niet zelf voorkauwen, maar laat je partner er serieus en rustig over brainstormen.

Ook belangrijk: vermijd de waarom-vraag en vragen die geen vragen zijn, maar stiekem een verwijt inhouden. Dus, liever niet:

  • ‘Waarom heb je geen aandacht voor me?’

  • ‘Waarom heb jij me dat niet gewoon verteld?’

  • ‘Wil jij soms dat ik me klote voel?’

  • ‘Of ga je nu weer je vriendje bellen om over mij te klagen?’

Nogmaals: deze vragen leiden bijna altijd tot een nutteloze discussie. Ze worden ervaren als verwijt, waardoor iemand zijn gedrag of gevoel juist gaat rechtvaardigen.

Tot slot: wat is nu de échte oplossing van jullie probleem?

Misschien is het je opgevallen dat we tot nu toe geen concrete oplossing voor jullie relatieprobleem hebben gegeven. Het enige wat we doen is jullie de bouwstenen aanreiken om de optimale sfeer te creëren om samen jullie issues op te lossen. Wij weten namelijk ook niet wat de beste oplossing is voor jullie behoefteverschil. Bovendien zijn we ervan overtuigd dat jullie hier als twee volwassen mensen goed zelf uit kunnen komen.

Waarschijnlijk hebben jullie alsnog verschillende behoeften, en komt jullie oplossing neer op een compromis, maar er is nu in ieder geval meer bereidheid om elkaar tegemoet te komen.

De stappen hierboven veroorzaken een positieve feedbackloop die jullie dichter bij elkaar brengt. Als jij minder druk uitoefent op je partner, voelt je partner zich vrijer om uit zichzelf iets voor jou te doen. En andersom. Als beide partners niet flexibel zijn en elkaar nog maar weinig gunnen, dan komen ze dus nooit tot elkaar. Door de stappen hierboven te zetten, vergroot je de gunfactor.

Opdrachten Reflectie 2

OPDRACHT
hoe ervaar jij je zoektocht naar de liefde? Welke van bovenstaande obstakels zitten jou vooral nog in de weg? Wat is jouw ervaring met online dating?

 

Samenvatting

samenvatting hier

Extra leesvoer

Eerlijk debatteren en discussiëren: ken uw drogredenen


Ons dagelijks leven ziet scheel van misverstanden, meningsverschillen en onenigheden. Om tot elkaar te komen proberen we elkaar (en onszelf) te overtuigen met goede argumenten. Iets waar we volgens onderzoek over het algemeen vrij slecht in blijken te zijn.

We denken dat we goede redenen hebben om ‘iets’ te vinden terwijl ze in werkelijkheid ‘al iets vinden’ en daar achteraf de redenen bij bedenken. Dat wordt ook wel motivated reasoning genoemd: redeneren met als doel je gelijk te halen.

Als je er op begint te letten, herken je hoe de meeste mensen zich verlaten op drogredenen om hun gelijk te halen. Heb jij ook graag het grote gelijk aan je kant? Hieronder een kleine rondleiding in de wereld van schijnargumenten. Gebruik die kennis naar eer en geweten.

Goede versus slechte argumenten
Alle redeneringen en argumenten hebben dezelfde structuur: A leidt tot B. Eerst is er een veronderstelling of feit waaruit het argument volgt, dan volgt er een logisch principe om tot de conclusie te komen. Een goed argument heeft drie kenmerken:

  1. Je conclusie komt logisch voort uit je veronderstellingen.
  2. Je punt is relevant voor het onderwerp.
  3. Je conclusie klopt met de werkelijkheid.

Bijvoorbeeld:

  1. Jan is een man.
  2. Alle mannen zijn mensen.
  3. Dus, Jan is een mens.

Een drogreden is een schijnredenering, waardoor er een ongeldige conclusie wordt getrokken.

Bijvoorbeeld:

  1. Jan is een drol.
  2. Een drol is een uitwerpsel.
  3. Jan is een uitwerpsel.

Ergens gaat er in de veronderstellingen die naar de conclusie leiden iets fout. In dit geval is dat omdat het woord ‘drol’ verschillende betekenissen heeft: Jan is in zekere zin een uitwerpsel van zijn moeder, en hij is misschien een sukkel, maar hij is geen ontlasting. We kunnen ook opmerken dat wanneer de logica wel klopt, maar de veronderstellingen niet, dat de getrokken conclusie ongeldig is. Toch kan in die gevallen de conclusie toevallig wel waar zijn.

De meest voorkomende drogredenen zijn:

Conclusie volgt niet uit premissen (non sequitur)
De meeste drogredenen zijn een subtype van de non sequitur. Dit is een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die niet uit de argumenten of premissen volgt.

Voorbeeld: ‘Bij een kwart van de dodelijke ongevallen had de bestuurder alcohol gedronken, bij driekwart van de dodelijke ongevallen had de bestuurder koffie gedronken. Het is dus veiliger als de bestuurder alcohol drinkt in plaats van koffie.’

Deze conclusie klopt niet, omdat de getallen onjuist met elkaar worden vergeleken. Je kunt namelijk verwachten dat er in totaal veel meer koffie drinkende bestuurders dan alcohol drinkende bestuurders onderweg zijn. Logisch dus dat er meer koffiedrinkers botsen. Om de conclusie te kunnen trekken moet je de verongelukte koffiedrinkers met alle koffiedrinkers die niet verongelukken vergelijken en verongelukte alcoholdrinkers met niet-verongelukte drinkers vergelijken. Dan zou je vast dat mensen die alcohol hebben gedronken statistisch gezien meer kans hebben te verongelukken dan koffiedrinkers.

Onterechte oorzaak-gevolgrelatie (post hoc ergo propter hoc)
‘Vorige keer dat ik naar die ene sauna ging, werd ik ziek. Je moet daar dus niet naartoe gaan: het is daar onhygiënisch.’ Als twee dingen na elkaar of gelijktijdig optreden betekent dat niet ze verband houden. De spreker gaat ervan uit dat het aan de sauna ligt dat hij ziek werd en sluit daarmee alle andere oorzaken uit. Zoals een sluimerend virus, lang weekend doorhalen of vlierbessensmoothievergiftiging (ik zeg ook maar wat).

Valse vergelijking
Ten onrechte veronderstellen dat de ene situatie vergelijkbaar is met de andere. Bijvoorbeeld: ‘Geschiedenis is een nutteloos vak. Het verleden moet je laten rusten. Een versleten paar schoenen gooi je immers toch ook in de prullenbak?’ Kapotte schoenen vergelijken met een geschiedenisles is een valse vergelijking.

Een bekende valse vergelijking is de Godwin, waarbij een (vaak gematigde) politieke uitspraak wordt vergeleken met de nazicultuur. ‘Dus jij vindt dat we de Nederlandse cultuur beter zouden moeten beschermen? Weet je wie dat ook zei over de Duitse cultuur?’

Vals dilemma (zwart-wit-denken)
De ander wordt een vals dilemma opgedrongen door te doen alsof er maar twee keuzes zijn terwijl er meer zijn. Voorbeeld: ‘Verdomme. Of je helpt me uit de brand of het betekent dat je nooit een vriend bent geweest.’ Je kunt best een vriend zijn en een verzoek van jouw vriend onredelijk of ongewenst vinden. Ander voorbeeld: ‘Of je hebt gelijk en ze mag me niet of ik heb gelijk en ze is gewoon verlegen.’ Misschien hebben jullie allebei gelijk, of allebei niet.

Argument van de onwetendheid
Als er (nog) geen goede verklaring voor een bepaald fenomeen is of jijzelf weet gewoon hoe het zit kun je niet zomaar veronderstellen dat jouw verklaring klopt.

  • ‘Ik heb hem nooit met een vrouw gezien, dus hij moet wel homo zijn.’
  • ‘Jij was niet thuis gisteren, dus je bent met haar naar bed geweest!’

Of: ‘Wij zijn te nietig om te begrijpen hoe het heelal is ontstaan, dus er bestaat een God die het heeft gecreëerd.’ Die laatste drogreden wordt ook wel het ‘God van de gaten’-agument genoemd.

Ontduiken van de bewijslast
Het ten onrechte presenteren van een standpunt als iets dat geen verdediging behoeft omdat het zogenaamd vanzelfsprekend is.

  • ‘Ach we weten allemaal dat alle mannen vreemdgaan als ze de kans krijgen.’
  • ‘Het is geen geheim: iedereen weet dat je niet met haar moet samenwerken.’
  • ‘Je weet ook wel dat jij niet te vertrouwen bent als ik jou alleen naar het café laat gaan.’

Je onderbouwt je mening niet met argumenten waardoor de ander op het verkeerde spoor wordt gezet. Dit soort argumenten beginnen vaak met iets als “Je moet wel heel dom zijn om niet te weten dat…” Je moet stevig in je schoenen staan om daar iets tegenin te brengen. Een goede tegenvraag: ‘Dat is te makkelijk: wat zijn volgens jou de redenen die aantonen dat jouw uitspraak klopt?’

Een subset van deze drogreden is de nodeloze herhaling of het stokpaardje: “Zoals ik al vaker en uitvoerig heb laten zien: melk is slecht voor je gezondheid. Nu wil ik een stap verder gaan en uitleggen… “ Op die manier wordt impliciet gezegd dat eerst genoemde punt nu niet voor discussie vatbaar is. Je moet de stelling maar op de mooie blauwe ogen van de spreker aannemen.

Definitieverwarring / spelen met woorden
Veel begrippen hebben geen scherp afgebakende betekenis waardoor sprekers er hun eigen invulling aan geven – zogenaamde containerbegrippen. Hoe vager het begrip hoe meer betekenissen je eraan kunt geven. Neem het woord God: die wordt door verschillende mensen ook wel genoemd: Jahweh, mysterie, liefde, Moeder Natuur, het kwantumveld, het heelal, Allah, energie enzovoorts. Dat maakt discussies over het onderwerp behoorlijk glibberig.

Vaag taalgebruik kan maken dat mensen langs elkaar heen praten: ‘Jij creëert constant verwarring op de werkvloer. Dat leidt tot een lagere productie, daarom wil ik je op een andere afdeling hebben.’

Goede tegenvragen: ‘Wat bedoel je precies met verwarring? En lagere productiviteit? Ik werk graag op mijn huidige afdeling. Kunnen we het niet op een andere manier oplossen?’

Beroep op traditie
Een mening of standpunt wordt verdedigd met het argument dat het altijd al zo was. Mensen die alternatieve geneeswijzen promoten gebruiken vaak dit argument. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Handoplegging wordt al duizenden jaren door oude culturen gebruikt tegen allerlei ziekten, dat doen ze niet voor niks. Het werkt.’ Deze argumentatie klopt niet (zelfs als de conclusie toevallig wel zou kloppen). Dat iets duizenden jaren wordt toegepast betekent vaak niet zoveel: regendansjes, bloedzuigers, rituele slachtingen, exorcisme worden door de meeste mensen inmiddels terecht naar de categorie ‘sprookjes’ verwezen.

Andersom kun je natuurlijk ook onterecht een beroep op moderniteit doen. ‘Sjonge, we leven toch niet meer in de jaren 20. Je kunt toch wel iets van deze tijd aantrekken?’ Ook dat is natuurlijk een non-argument.

Beroep op populariteit
De waarheid is geen kwestie van neuzen tellen. Hoeveel (percentages van) medestanders je ook aanvoert in je argumenten, het maakt je stelling niet meer waar. In Amerika gelooft een meerderheid in een (bijbelse) God. Veel gelovigen gebruiken hierom het volgende als argument: ‘De meeste Amerikanen geloven in God, noem je al deze mensen dom en onwetend? Of betekent dit misschien dat er een God is die jij hardnekkig probeert te ontkennen?’ Je kunt als (onzinnig) tegenargument noemen: ‘In West-Europa is de meerderheid atheïstisch. Zijn deze mensen dan wel achterlijk?’

Beroep op autoriteit
Bij een autoriteitsdrogreden wordt ten onrechte een beroep gedaan op autoriteit zonder uit te leggen waarom die autoriteit het bij het rechte eind heeft. Bij discussies op de werkvloer zie je dit argument vaak terug: ‘Waarom ik vind dat we moeten reorganiseren? Omdat ik hier al vijftien jaar werk. Ik weet waar ik het over heb.’ Het feit dat iemand ergens lang werkt of een hogere titel of status heeft, wil verder helemaal niet zeggen dat diens mening meer waard is dan de jouwe. De discussie wordt nu afgedaan met een onterecht argument.

Beroep op emotie
Deze drogredenen komen vaak neer op emotionele chantage, of zelfs regelrechte bedreiging. Zelfs als de tegenstander de truc door heeft is het lastig om er niet door van slag te raken. ‘Ongelofelijk zeg, hoe kun je nu kritiek op mijn werk hebben, terwijl je weet hoe zwaar ik het thuis heb.’ Ook vleierij maakt het de ander moeilijk om kritischer te zijn: ‘Zo’n mooie, slimme vrouw als jij snapt toch wel dat een man als ik niet altijd objectief kan zijn?’

Cirkelredenering
Bij een cirkelredenering gebruik je je standpunt als argument. Je herhaalt je standpunt in andere woorden. Voorbeelden:

  • ‘Ik vind die gast een oneerlijke lul, omdat ik weinig redenen heb om hem te vertrouwen.’ 
  • ‘Als ik alle kritiek op haar lees, dan kan ik alleen maar concluderen dat zij de zaak niet goed heeft aangepakt.’
  • ‘Het moet wel waar zijn, want ik zag het op tv. Alleen als het echt gebeurd is komt het op tv.’

Het verschuiven van de bewijslast
Als je weinig goede argumenten hebt om jouw punt hard te maken kun je ten onrechte beweren dat het de taak van de ander is om het tegendeel te bewijzen. Ook dit argument zie je veel in discussies over het paranormale. ‘Ik voel gewoon dat er engelen bestaan. Bewijs jij maar eens dat ze niet bestaat!’ Dit is natuurlijk geen argument. Als jij beweert dat er een Grote Onzichtbare Gnoom in jouw achtertuin woont dan is het aan jou om dat te demonstreren, niet aan de ander. Niemand hoeft zomaar iets van je aan te nemen omdat een ander niet het tegendeel kan bewijzen.

Christophers Hitchens’ tegenargument: ‘Dat wat zonder bewijs wordt beweerd, kan zonder bewijs worden genegeerd.’

Overhaaste generalisatie
Het afleiden van een algemene uitspraak uit een te klein aantal gegevens. Bijvoorbeeld: ‘Twee keer met Transavia gevlogen, elke keer meer dan een uur vertraging. Vlieg dus nooit met dat klotebedrijf!’ Discriminatie werkt ook volgens deze drogredenering. ‘Ik ben twee keer beroofd in Beverwijk. Beverwijkers zijn niet te vertrouwen.’

Tegenargument: ‘Dat kan toeval zijn, heb je objectieve statistieken die dat aantonen?’

De stroman of vogelverschrikker
Politici zijn hier meester in: het toeschrijven van een standpunt aan de tegenstander die hij helemaal niet heeft. Dat doen ze door het standpunt uit de context te halen, te simplificeren of te overdrijven. In alle gevallen wordt een standpunt gecreëerd dat vervolgens gemakkelijker aangevallen kan worden, een karikatuur.

Een arts die pleit voor een betere regulering van euthanasie om mensen uit hun lijden te verlossen, kan door een tegenstander te horen krijgen: ‘Een arts die mensen stimuleert zelfmoord te plegen is geen arts, maar een koelbloedige moordenaar. Wat voor woord je er ook voor gebruikt: euthanasie is moord.’ Deze redenering is een stroman, een karikatuur van wat de arts bedoelt.

Een actuele stroman is wanneer alle kritiek op de Islam of moslimgebruiken wordt afgedaan als islamofobie of rechts populisme. Ook dat staat een eerlijke discussie in de weg.

Het hellend vlak
Dit valse argument veronderstelt dat een bepaald standpunt onherroepelijk zal leiden tot schadelijke gevolgen. Voorbeeld: ‘Door softdrugs te legaliseren, maak je het mensen heel gemakkelijk om ook aan de heroïne te gaan.’ Dit is een drogreden wanneer daar verder geen bewijzen voor zijn.

Op de man spelen (ad hominem)
Het persoonlijk aanvallen van de tegenstander in persoon in plaats van het standpunt dat hij verdedigt. Voorbeeld:

  • ‘Hoe kun je mij nou kwalijk nemen dat ik lieg. Jij hebt zo vaak gelogen in je leven.’ 
  • ‘Hoe kan ik iemand zonder diploma serieus nemen over onze bedrijfsvoering? Haal eerst maar eens je papieren.’

Beide persoonlijke aanvallen zijn niet relevant voor de echte issues. Ook zonder diploma kun je goede argumenten hebben, en dat jij vroeger ooit gelogen hebt, betekent niet dat je haar dáár nu niet op kunt aanspreken.

Irrelevante bijzaak tot hoofdzaak maken
Jij vraagt aan een collega of ze jou kan steunen met een project dat jou boven de pet gaat. Haar antwoord: ‘Ik dacht dat jij juist zoveel waarde hechtte aan onafhankelijkheid en alles zelf wilde oplossen?’ Zelfs als zou je ooit zoiets gezegd hebben, haar antwoord is niet relevant voor de vraag die je nu stelt. Een ander voorbeeld: ‘Hoezo ben je niet blij met onze samenwerking? Je hebt er zelf voor gekozen om met mij te werken? Dat is jouw eigen schuld.’ Dat jij ooit jullie samenwerking hebt geïnitieerd betekent niet dat jij daar nu geen kritiek op mag hebben.

Oneerlijk beschuldigen van het gebruik van drogredenen
Zoals je misschien al gemerkt hebt, zijn drogredenen lastig onder te verdelen. Het vereist een heldere geest om ze goed uit te elkaar te halen en drogredenen hebben bovendien overlap met elkaar. De uitspraak ‘Jouw kritiek op mij laat alleen maar zien hoe kleinzielig en seksistisch je bent’ kan je zien als een persoonlijke aanval, een non sequitur en een beroep op emotie. Ervaren publieke debatteerders en politici met kennis van drogredenen bestempelen de uitspraken van hun tegenstander te pas en te onpas tot drogreden om hen onderuit te halen en het publiek te beïnvloeden. Een relatief valide vergelijking wordt meteen tot valse vergelijking gebombardeerd. Het aanhalen van relevante werkervaring wordt als onterecht beroep op autoriteit gezien. Het eerlijk aankaarten van problemen binnen een bevolkingsgroep wordt van de hand gedaan als discriminatie (overhaaste generalisatie). Goed statistisch onderzoek kan bij dit soort discussies een eerlijke leidraad zijn. Cijfers liegen niet (als ze tenminste statistisch verantwoord zijn verzameld).

Waarom gebruiken mensen drogredenen?
Dat ligt voor de hand. Meestal omdat ze willen dat iets waar is of anderen willen laten denken dat het waar is. Hierin laten zich de verschillen tussen (bij)geloof en wetenschap goed zien. Wetenschap en statistiek zijn juist ontworpen als tegengif voor wensdenken, drogredenen en vooroordelen. Geloof daarentegen is gemaakt om (ondanks de feiten of een gebrek aan bewijs) zichzelf in stand te houden. Drogredenen zijn daarvoor essentieel.