Jouw account | Logout | SESSION MADE? =

Les 3.1 Ken Uzelve

Zelfkennis

Inhoudsopgave

Inleiding: op zoek naar zelfkennis en het ware zelf

‘De mens ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets wat van de rest is afgescheiden, een soort optisch bedrog van zijn bewustzijn.’ Albert Einstein, natuurkundige

‘In de liefde zijn we allemaal kleuters,’ waarschuwde filosoof Alain de Botton ooit. Misschien is dát wat overdreven, maar kijk rustig om je heen: zelfs mensen die we bewonderen om hun verstand en wijsheid vertonen soms waanzinnig gedrag als het op liefde aankomt. Sla een willekeurig roddelblad open. Kijk naar jezelf en je kennissen. In de liefde maken mensen er regelmatig een potje van, op heel verschillende manieren:

  • Ze blijven tegen beter weten hangen in een relatie die hen ongelukkig maakt;
  • wachten jarenlang tot hun soul mate hun leven binnenwandelt terwijl het leven aan hen voorbijtrekt;
  • blijven ondanks alle drama die het veroorzaakt vreemdgaan of liegen over belangrijke zaken;
  • maken continu ruzie met hun geliefde over onbenulligheden zoals een rondslingerend tandpastadopje;
  • vallen keer op keer op types die hen ongelukkig maken.

Er zijn meerdere redenen te bedenken waarom we juist in de liefde ons gezonde verstand verliezen.

Klik hier voor een kleine opsomming.

  • Verliefdheid is de krachtigste natuurlijke roes die er bestaat, ‘gemaakt’ om ons kritische denkvermogen uit te schakelen en ons op te laten gaan in de paringsdans. Een waan die ons laat voelen dat uitgerekend die ene persoon specialer is dan al die andere 7 miljard mensen op de planeet.

 

  • Als we eenmaal gehecht zijn aan iemand, zullen we het voor onszelf willen goedpraten dat we eigenlijk in een ongelukkige of zelfs destructieve relatie zitten. We zullen onszelf willen wijsmaken dat het in de toekomst wel goedkomt of dat doorzetten en volhouden een teken van liefde of karakter is.

 

  • Aan de andere kant zullen hardnekkige dromers en perfectionisten een prima relatie opgeven als ze denken dat er ergens een (niet bestaande) soul mate of anderzijds ideale partner bestaat.

 

  • Hoe meer we naar romantiek en liefde verlangen, hoe gevoeliger we zijn voor uiterlijke schijn, mooie beloften en oppervlakkige charme. Sommige ‘manipulators’ weten daar perfect misbruik van te maken.

 

  • In onze communicatie hebben we vaak last van blinde vlekken waardoor we elkaar niet goed kunnen of willen begrijpen. Zo hebben we wel toegang tot (alle denkstappen) in ons eigen hoofd maar niet die van een ander: we vinden onze eigen standpunten daarom logischer en begrijpelijker dan die van de ander.

 

  • We willen graag sterk, onafhankelijk en in controle zijn om de ander aan ons te binden, maar om liefde te ervaren en iemand te vertrouwen moeten we eerst onze kwetsbaarheden, zorgen en angsten durven tonen.

 

  • We zijn door de maatschappij geprogrammeerd met ideeën en vooroordelen over hoe een liefdesrelatie eruit hoort te zien. Het gevaar is dat we ons daarom soms in een relatie(vorm) wurmen die niet bij ons past, met een partner die niet bij ons past.

Zelfkennis kun je zien als je levenskompas, ook in je relatie tot anderen. Als je niet weet wie je bent en wat je prioriteiten zijn, dan ben je net als die weggewaaide strandbal in de oceaan, dobberend in de toevallige richting van de wind en golven.

Alle psychologen en filosofen zijn het er wel over eens dat zelfkennis essentieel is, maar wat is hét precies? In de zelfhulpliteratuur wordt er vanuit gegaan dat je jouw echte zelf zult vinden onder de sociale maskers die je aan de buitenwereld toont. Toch is het lastig daar iets concreets te vinden: laten we eerst eens kort op zoek gaan naar dat mysterieuze zelf.

Ga hier op zoek naar jouw ware zelf

 Disclaimer: dit stuk hieronder is vrij lang en niet noodzakelijk om de rest van de module te begrijpen. Mocht de filosofische zoektocht naar jouw echte zelf jou niet interesseren… skip het! 

Ik (M) kreeg ooit een recensieboek opgestuurd getiteld 100% puur jij – Altijd en bij iedereen, geschreven door twee populaire Nederlandse coaches. Op elke pagina werd herhaald hoe je honderd procent (en dus niet bijvoorbeeld 68 procent of 95 procent) altijd en overal jezelf kunt zijn en daar honderd procent (en dus niet bijvoorbeeld 57 procent) voor kunt kiezen. Het boek las als een recept voor waanzin, ik heb het na tachtig bladzijden weggelegd.

In de praktijk raken mensen die ‘honderd procent zichzelf’ willen zijn in de knel. En daarmee komen we meteen tot de crux van het probleem:

We worden namelijk continu geplaagd door tegenstrijdige verlangens die zich niet laten oplossen door ‘jezelf’ te zijn. Wat is jezelf zijn? Stel, je oudtante is jarig en hoopt dat je langskomt. Jij hebt er echter geen zin in vanwege je migraine en het slechthorende verjaardagsbezoek dat daar ook zit. Ben jij níet jezelf als je deze tante bezoekt en een enigszins gemaakte glimlach op je hoofd plakt? Of ben je juist wel jezelf omdat je je tante lief vindt en wil dat zij vandaag gelukkig is? Het is een dilemma waar je niet uitkomt als je ervan uitgaat dat één van die meerdere zelven je échte zelf zou zijn.

  • Is je echte zelf die angsthaas die uit angst voor afwijzing niet openlijk met die aantrekkelijke medereiziger durft te flirten? Of is je echte zelf de sociaal aangepaste persoon die eerst probeert een normaal praatje te maken en wel ziet waar het gesprek eindigt?
  • Is je echte zelf de realist die beren op de weg ziet bij het opzetten van een nieuw bedrijf? Of je is echte zelf de avontuurlijke dromer die ziet hoe mooi de toekomst eruit zou kunnen zien als het plan wel slaagt?
  • Is je echte zelf de braverik die kiest voor een veilige partner om een kindje mee te krijgen. Of is je echte zelf de passionele romanticus die zich mee laat zuigen in een passionele affaire vol lust en drama die al vanaf het begin gedoemd is te mislukken?

Zit je echte zelf – als die al bestaat – verstopt tussen die verschillende zelven? Of zijn de verschillende zelven allebei even echt? Hoe hard je ook zoekt, hoeveel workshops je ook volgt: er is geen oplossing voor het ware versus onware zelf-probleem. Maar troost je, misschien ben je gewoon altijd jezelf: ook als je je nagels bruin lakt, een roze pruik opzet en begint te blaffen als een hond.

‘De mensen zeggen mij weleens: ‘Ach man, wees toch gewoon jezelf.’ Maar ja, zo ben ik niet.’ Theo Maassen, komiek

Misverstand 1: ‘congruent zijn’ versus ‘je ware zelf zijn’
Wanneer jouw binnenkant (gedachten en gevoelens) overeenkomen met je buitenkant (gedrag) dan word je door mensen waarschijnlijk als transparant ervaren. Ze zullen iets zeggen als: ‘Je bent zo lekker jezelf.’ Psychologen noemen dat congruent. Het betekent dat je je niet in allerlei bochten wringt om een bepaald sociaal wenselijk beeld van jezelf te scheppen. Als het gaat om ‘jezelf zijn’ dan is deze congruentie waarschijnlijk het hoogst haalbare. En dat kan bevrijdend zijn: mensen weten wat ze aan jou hebben en andersom: jij weet eerder wat je aan die mensen hebt. Dit soort eerlijkheid zuivert je relaties.

Jezelf zijn betekent dat je je sociale masker tijdelijk hebt afgezet en durft kwetsbaar te zijn. Op het moment dat je niet meer je best doet om aan een bepaald beeld te voldoen dan voelt dat als vrijheid en ontspanning. Stilzwijgend naast je geliefde in het gras liggen. Raar dansend met je vrienden op een feest. Huilend in de armen van een vriend of vriendin. Dat zijn momenten van overgave en kwetsbaarheid waarbij jouw binnenwereld tijdelijk niet geïsoleerd is van de buitenwereld. Ze vallen dan even samen. Mogelijk zijn dit ook de meer gelukkige momenten van je leven. En die staan vaak in contrast met hoe we ons sociale leven normaal doorkomen.

In het dagelijkse leven ontkom je er helaas niet aan om een bepaalde rol (een onecht zelf) aan te nemen. Anders weten je tegenspelers niet eens hoe ze zich toch jou moeten verhouden. Voor de een ben je collega, voor een ander een wijze vriendin, baliemedewerker of minnares. In deze rollen komt noodgedwongen enig acteerwerk, manipulatie en zelfcensuur bij kijken. Jij gedraagt je anders bij de groenteboer dan met je partner, en anders met je collega dan met je baas, en weer anders met iemand waarmee je een date wilt. De ‘ik’ die jij ervaart wordt vaak in relatie tot een ander geschapen, en die ‘ik’ zal verschillen per persoon, per situatie.

Het idee dat je een dieper zelf hebt, komt doordat wij in de buitenwereld verschillende rollen spelen (of zelven gebruiken) en ons daardoor de illusie geven dat er daarachter een echt zelf is. Maar waar we ook zoeken, er is binnenin geen stabiel of centraal zelf met uniforme wensen en karaktertrekken: jij bestaat uit onverenigbare, tegenstrijdige verlangens, waarvan geen eentje échter is dan een andere. De een is op sommige momenten alleen sterker dan de ander.

Omdat therapeuten en coaches daarmee niet zoveel kunnen, zullen zij relatief willekeurig de kaders van jouw ware zelf beschrijven en je een methode voorspiegelen waarmee ze jouw ware zelf tevoorschijn gaan toveren. Als je de new age-wereld meerekent variëren die methodes van astrologie tot aurahealing, van deconditioneren tot sjamanistische ayahuasca-rituelen, van mediteren tot ellenlange psycho-analytische sofasessies.

Je ware zelf vinden klinkt instinctief misschien redelijk, maar wie écht naar zichzelf zoekt, het zelf achter alle sociale maskers, vindt daar uiteindelijk namelijk… niets concreets, behalve een eindeloze stroom terugkerende gedachten, verlangens en gevoelens. De stem in je hoofd (de ik-figuur die continu tegen zichzelf praat) is de manier van jouw brein om die eindelozen stroom bij elkaar te houden en richting te geven. Let er maar eens op: net als een tv-commentator praat de stem alle losse gebeurtenissen in en buiten jouw lichaam aan elkaar, de hele dag door, totdat je slaapt. Die ‘ik’ is niet jouw ware zelf, die ‘ik’ is zijn spreekbuis.

Meerdere zelven in je hoofd
Als je met nog iets meer aandacht en rust naar je gedachten luistert (zoals getrainde mediteerders doen) dan zul je misschien merken dat er niet één spreker is, maar een collectief. In jouw hoofd is eigenlijk een gesprek gaande is tussen meerdere stemmen die allemaal iets anders bepleiten en willen. Jouw innerlijke stem verandert regelmatig van toon: soms is ie steunend en praktisch, dan weer paniekerig, soms verleidelijk, dan weer streng. Soms herken je er misschien de veroordelende stem van je vader in, dan weer die van je moeder, of van jezelf als kind, of die van je favoriete leraar. De stemmen komen voort uit verschillende, vaak tegenstrijdige verlangens die gezamenlijk een compromis proberen te sluiten over wat je moet doen. Dat gaat bijvoorbeeld zo:

Hongerstem: ‘Ik heb honger! Waar is die brownie ook alweer?’
IJdele stem: ‘Niet zo snel man, weet je nog dat je gisteren zei dat je vijf kilo wil afvallen.’
Luie stem: ‘Huh, o ja. Ach, mensen moeten me nemen zoals ik ben hoor.’
Angstige, eenzame stem: ‘Ho even, weet je nog toen je twintig kilo zwaarder was en je zo eenzaam was omdat je vriendin het uitmaakte?’
Nuchtere stem: ‘Ja, dat weet ik nog wel. Maar goed, dat was omdat ze mijn humor niet begreep. Ik heb nu wel een leuke vriendin.’
Jaloerse stem: ‘Nou, die vriendin van jou heeft het wel erg gezellig met Mark, die knappe collega van haar.’
Nuchtere stem: ‘Ja, dat vond ik ook verdacht. Maar ze zei ook dat ze hem een simpele ziel vindt. Ze valt echt op mijn intelligentie en humor.’
Hongerstem: ‘Zeik allemaal niet zo! Hongééér!’
Moederstem: ‘Ik ga nu die brownie pakken. Je hebt de hele ochtend nog niet gegeten, straks val je flauw.’

Wijsheid kun je zien als het vaker leren luisteren naar de stemmen die jouw leven meer rust, geluk, liefde, vertrouwen geven en het vaker negeren van de stemmen die jou onnodig bang, gestrest, onproductief of dwaas maken. Of zoals de wijze psycholoog William James het formuleerde:

‘Het meeste ongeluk wordt veroorzaakt doordat mensen naar zichzelf luisteren in plaats tegen zichzelf praten.’

Naarmate constructieve stemmen aan kracht winnen, worden de zeurkousen automatisch wat verder naar de achtergrond verdreven. Dat is moeilijker dan het klinkt. Jouw brein is namelijk niet gemaakt om je gelukkig en wijs te maken, het is geëvolueerd om je te helpen overleven. En dat is een verschil. Je zult je hele leven lang die verschillende stemmen horen, want ze hebben allemaal een rechtmatige functie. De vervelende, angstige en veroordelende stemmen hebben hun nut: ze willen je bijvoorbeeld beschermen tegen onveilige situaties, afwijzingen en blunders. Het nadeel is dat ze jou daardoor ook afschermen tegen het positieve. Om een leuke partner of baan te krijgen moet je soms ook risico nemen.

Negatieve stemmen die niets anders doen dan jou neerhalen, verliezen aan kracht wanneer je ze onderzoekt en test op hun geloofwaardigheid. Hoe waar zijn de veronderstellingen en claims van de afzonderlijke stemmen nu eigenlijk? Als je de stemmen goed test en onderzoekt zul je erachter komen dat juist de dreigende stemmen heel waarachtig klinken, maar dat hun voorspellingen zelden uitkomen. Op die manier neem je ze steeds minder serieus. Blaffende honden bijten vaak niet.

Noot: Volgens onderzoek heeft de gemiddelde persoon ongeveer 12.000 tot 60.000 gedachten per dag. Daarvan is 80 procent negatief en 95 procent waren precies dezelfde gedachten als de dag ervoor. Het is de geest eigen om zich op het negatieve te richten en dit vervolgens steeds te herhalen. Hierdoor wordt al snel een negatieve gedachtegang gecreëerd. Een andere studie (Leahy, 2005, Study of Cornell University) toonde aan dat 85% van waar we ons zorgen over maken nooit gebeurt. Daarnaast ontdekte 80 procent proefpersonen met de 15% van de terechte zorgen dat ze de uitdagingen beter aankonden dan verwacht en/of hen een waardevolle les leerde. De conclusie is dat 97% van de zorgen ongegrond zijn.

Het woord ‘zelfkennis’ is dus misleidend. Het betekent niet dat je een concreet en zuiver ‘zelf’ ergens in hoofd vind. Het betekent eerder dat je het ‘zelf in je hoofd’ ziet voor wat het is, een van de meerdere illusies die jouw brein heeft geschapen. Er is geen centrum in je te vinden waar je jouw echte zelf zich verschuilt, alleen een eindeloze stroom gedachten, gevoelens en verlangens. Je kunt dat zorgelijk vinden, maar ook bevrijdend. Misschien moeten we ‘meer zelfkennis’ vooral zien als ‘minder zelfmisleiding’. Hoe meer jij de fratsen en blinde vlekken van je brein  doorziet, hoe eerder dat leidt tot meer wijsheid, levensgeluk en betrouwbare kennis.

Waar we in deze module op zoek gaan is het blootleggen van de belangrijkste illusies en blinde vlekken van je brein, zodat je scherper naar jezelf en de werkelijkheid kunt kijken. Dat is wat wij onder zelfkennis ontstaan. Om wijzer en gelukkiger te worden (specifiek in de liefde) heb je drie zaken nodig:

  • Zelfkennis: weten welke ingrediënten je nodig hebt om gelukkiger te zijn in de liefde
  • Betrouwbare kennis over relaties: weten of jouw liefdeswensen realistisch en haalbaar zijn
  • Mensenkennis/intuïtie: weten wat voor vlees je in de kuip hebt, liefst voordat je gehecht bent. Zo kun je bepalen of iemand jou gelukkig kan maken en andersom.

Nogmaals: deze drie vormen van kennis komen in de praktijk grotendeels op hetzelfde neer. Het leren doorzien van zelfmisleiding, de illusies van je geest. Dat zorgt er automatisch voor dat betrouwbare kennis op al die andere gebieden toeneemt.

 

1. Hoe schijnkennis en blinde vlekken échte kennis in de weg zitten

‘De grootste vijand van kennis is niet onwetendheid, het is de illusie van kennis.’
Stephen Hawking, natuurkundige

Het is lastig toe te geven, maar jij en ik leven met een onzichtbare handicap. Een draaglijke, maar serieuze mentale beperking die we ironisch genoeg vaak ‘gezond verstand’ noemen:

Ons brein is hartstikke bevooroordeeld. We vinden allemaal dat we goede redenen hebben om ergens een oordeel over te hebben, terwijl we in werkelijkheid stiekem al geoordeeld hebben en daar pas achteraf de redenen bij verzinnen.

Dat zorgt voor een blinde vlek die ons regelmatig laat denken dat wij weten, begrijpen en gelijk hebben in discussies, ook als dat niet zo is. Het is de illusie van kennis. En we hebben daar allemaal last van. Daarom valt het minder op.

Een eerste hint dat er iets mis is, vind je op de sociale media.

Zoals Twitter. Op elk moment van de dag vind je daar intelligente, hoogopgeleide mensen – waaronder journalisten, deskundigen en hoge piefen met voorbeeldfuncties – die elkaar voor sukkel, leugenaar of nazi uitmaken omdat ze anders over politiek, racisme, zwarte piet of de coronamaatregelen denken en zeker weten dat zij gelijk hebben en de anderen absoluut niet! De meeste discussies op internet polariseren razendsnel in een spiraal van wederzijdse akeligheid.

Is de diepere les dat de waarheid zich altijd ergens in het midden bevindt? Nee, niet per se. Dat denken vooral luie mensen die zich onvoldoende in de materie verdiept hebben. De werkelijkheid trekt zich niks van onze compromissen en meningen aan. Soms is iets gewoon waar of niet, wat jij en ik ook over denken. Als er al één grote les is, dan is het dat je niet zomaar op je eigen brein kunt vertrouwen.

Die grijze drilpudding in jouw schedel is niet gemaakt om zichzelf of de werkelijkheid te begrijpen, maar geëvolueerd om jou te helpen overleven. We zijn geëvolueerde mensapen, geen perfect rationele wezens. En daaruit kun je veel illusies, blinde vlekken en denkfouten verklaren die wij min of meer allemaal standaard hebben.

Hier alvast een paar vastgestelde voorbeelden uit een enorme reeks onderzoeken:

  • We verkiezen welbespraaktheid boven eerlijkheid; zelfvertrouwen boven deskundigheid en simpele ‘onware’ antwoorden die we direct begrijpen boven complexe ‘ware’ verklaringen die moeite kosten om te begrijpen.
  • We schrijven succes aan onszelf toe en falen aan iets of iemand anders (tenzij we depressief zijn, dan doen we het eerder andersom).
  • We zijn geneigd (precies dezelfde) prestaties van vreemden negatiever te beoordelen dan die van mensen uit ‘onze’ groep.
  • We zijn geneigd onszelf bovengemiddeld eerlijk, intelligent, wijs, betrouwbaar te vinden, en dat vinden al die anderen ook van zichzelf. Iets klopt er niet.
  • We dichten mooie mensen positievere eigenschappen toe dan minder fraaie mensen. We denken dat ze eerlijker, intelligenter, succesvoller en moreler zijn.
  • Hoe meer onzekerheid we ervaren, hoe vatbaarder we zijn voor verklaringen die we anders als onzinnig zouden zien.

Tot slot denken we dat deze blinde vlekken meer voor anderen gelden dan voor onszelf. En die zelfoverschatting is precies de reden waarom we onze vooroordelen niet corrigeren.

We zijn ook sterk gehecht aan onze illusies, zelfs als ze ons ongelukkig of onproductief maken. Ze geven ons het gevoel geven dat wij de werkelijkheid begrijpen en daar controle over hebben. Ze houden ons wereld- en zelfbeeld stabiel. Het grote nadeel is dat ze ons soms ook beletten om in positieve zin te veranderen en de werkelijkheid te zien zoals die is.

1. Onze hersenen versimpelen de werkelijkheid

Onze hersenen geven geen getrouwe blauwdruk van de werkelijkheid. De overvloed aan zintuiglijke prikkels wordt vrijwel direct in jouw persoonlijke kader geplaatst, zodat je vooral oog hebt voor wat relevant is voor jou. Dat is noodgedwongen een verarmd, versimpeld en soms verstoord beeld van de werkelijkheid. Onze hersenen bepalen heel autoritair welke prikkels voorrang krijgen. Dat bespaart ons tijd en energie, en helpt ons snel te handelen.

Dat doet je brein zo!

De hersenen gebruiken daarvoor simpele regels: schaduw in tuin + geritsel = deur op slot. Heel nuttig, maar onze achterdochtige hersens hebben het ook vaak mis. Minstens zo vaak worden we gegeseld door de versimpelingen in onze eigen geest. We zien onszelf bijvoorbeeld als een saaie, grijze muis en negeren al die momenten dat we dat niet waren. Of we denken dat iemand die ons op straat niet herkent ‘arrogant’ is, terwijl hij zijn lenzen niet in had.

We zien vooral wat relevant is voor onze overleving en wat wij door onze achtergrond geleerd hebben om te zien.

2. We zien overal verhalen, verbanden en betekenissen, zelfs als ze er niet zijn.

Ons brein is dus geen instrument dat de werkelijkheid nauwkeurig weergeeft, maar een creatieve invulmachine die op basis van concurrerende prikkels en onvolledige informatie zo snel mogelijk een plaatje van de werkelijkheid creëert waarmee wij uit de voeten kunnen. Ons brein is zo goed in het zien van patronen en verbanden dat we ze ook zien wanneer ze er eigenlijk niet zijn.

Daarom zien we…

We zien gezichten in wolken, horen muziek in willekeurige ruis en we denken al snel dat losse gebeurtenissen die na elkaar plaatsvinden met elkaar te maken hebben. Meestal door situatie A (vanmiddag vis gegeten) met situatie B (ik ben nu misselijk en rillerig) te verbinden en daaraan een conclusie te verbinden (ik heb een voedselvergiftiging). Een nadeel van die neiging is dat we regelmatig conclusies trekken die niet kloppen.

Onderzoek toont aan dat we zelfs de voorkeur geven aan onzinnige verklaringen boven onzekerheid. Hoe meer we onder druk staan en hoe onzekerder we zijn, hoe groter de behoefte aan een verklaring. Zelfs als er geen verklaring en betekenis is. Dit is ook hoe bijgeloof ontstaat: twee keer winnen met een nieuw onderbroekje maakt het stukje textiel voor sommigen ineens tot iets magisch. Het merendeel van de topsporters verlaat zich op enige vorm van bijgeloof.

3. We zijn geneigd onze verwachtingen te bevestigen, niet om ze onderuit te halen.

Ons wereld- en zelfbeeld is behoorlijk consistent, zelfs als de feiten dat weerspreken. We zien namelijk wat we verwachten te zien, en negeren wat daar niet mee strookt. Dit wordt ook wel de confirmatiebias of selectieve waarneming genoemd.

Dat verklaart bijvoorbeeld dat jij…

Daarom zie je bijvoorbeeld meer rode dan groene auto’s wanneer je eenmaal hebt besloten een rode te kopen.

Op die manier kun je ook verklaren hoe intelligente mensen totaal verschillende, tegenstrijdige religies of wereldbeelden kunnen aanhangen. Zeker met de gepersonaliseerde informatie via internet is het heel gemakkelijk om bevestiging te krijgen voor de bubbel waar jij in zit. Jij vindt al snel de pagina’s die jouw ideeën versterken en negeert de websites die jouw geloof tegenspreken.

Dit principe verklaart ook het bizarre feit dat 85 tot 95% van de mensen precies dezelfde algemene persoonlijkheidsbeschrijving op zichzelf van toepassing acht. We onthouden wat er wel klopt in de beschrijving en negeren de rest. Op die manier denken zo’n 85% van de mensen dat een uitgebreid astrologisch persoonlijkheidsprofiel hen toch heel nauwkeurig beschrijft.

4. Ons geheugen is minder betrouwbaar dan we denken

We hebben het gevoel dat we de scènes uit het verleden net als uit een digitaal archief naar wil kunnen oproepen en afspelen. Helaas is dat zelfvertrouwen onterecht. Niet alleen bestaat ons verleden noodzakelijk uit een selectieve representatie van wat er gebeurd is, dat ‘verleden’ is ook aan verandering onderhevig.

Hoe jouw herinneringen je misleiden?

Slechts door een klein beetje manipulatie van een therapeut kan er aan dat verleden geboetseerd worden. De stemming en ervaring van het heden mengt zich met het opgeslagen verleden en hoe we ons allerlei gebeurtenissen herinneren. En als je er al aan twijfelde: het werk van regressietherapeuten die vorige levens oproepen is daarom ook omstreden. (Niet alleen omdat het niet klopt, maar ook omdat mensen zich achteraf vaak slechter voelen.)

5. We gebruiken willekeurige ankerpunten voor inschattingen en vergelijkingen

Absolute beoordelingen bestaan niet in de natuur: alle waardeoordelen worden vergeleken met andere. Als het om vergelijken gaat, zijn wij geneigd om voor de kortste (mentale) weg te kiezen: we vergelijken graag met zaken die nog vers in het geheugen liggen, of die we vrij eenvoudig tegen elkaar af kunnen zetten.

Daardoor gebeurt dit.

  • We vinden een schilderij mooier, als we daarvoor toevallig een lelijke hebben gezien.
  • We vinden onze nieuwe manager – die eigenlijk een eikel  is – best lief als we hem vergelijken met de vorige die een tiran was.
  • We beschouwen iets als meer waardevol als het vergeleken wordt met iets dat minder waardevol is.

Dit noemen we het contrasteffect.

Het contrasteffect wordt gretig uitgebuit door winkels. Een product van 30 euro dat eerst 50 euro was, lijkt een veel beter koopje dan wanneer het meteen 30 euro kostte. Om 5 euro uit te sparen voor goedkoop product van 12 euro, lopen we graag tien minuten verder. Als we een groot product kopen, bijvoorbeeld een fiets van 250 euro, dan doen we die moeite niet voor 5 euro. In het laatste geval is het contrast tussen 250 euro en 245 euro te klein. En toch: de korting is precies hetzelfde.

Ander voorbeeld: in een experiment van psycholoog Daniel Kahneman kregen deelnemers vijf seconden de tijd om het antwoord op 2×3×4×5×6×7×8 of 8×7×6×5×4×3×2 te schatten. Aangezien alleen de volgorde van de getallen verschilt, is de uitkomst in beide gevallen dezelfde, namelijk 40.320. De eerste groep kwam op gemiddeld 512, de tweede groep op 2.250. Hoe verklaar je de verschillende inschattingen? De eerste twee of drie getallen worden snel berekend en daarna doe je een wilde gok naar het eindresultaat. Kortom, om schattingen te maken houden we ons aan een beginindruk. Gek genoeg doen we het ook als die beginindruk totaal willekeurig is. In een ander experiment van Kahneman moesten mensen een schatting doen over het percentage Afrikaanse landen in de VN terwijl ze eerst middels een (vastgezet) roulettewiel het getal 10 of een 65 kregen. Die getallen hadden uiteraard niks met de schatting te maken, maar vreemd genoeg schatte de 10-groep het percentage landen veel lager in (25 procent) dan de 65-groep (45 procent). Zelfs een willekeurige beginindruk ziet ons brein als houvast voor een schatting die daar niks mee te maken heeft.

6. We geven de voorkeur aan persoonlijke verhalen boven serieus onderzoek.

Mensen zijn van oudsher verhalenvertellers. Om onze kennis over te dragen vertelden onze voorouders persoonlijke verhalen. In evolutionaire termen is het pas kort geleden dat we onze kennis over de wereld officieel onderzochten, opsloegen, organiseerden en bijhielden.

Daaruit is wetenschap ontstaan.

Waar we vroeger afhankelijk waren van persoonlijke anekdotes – over goed en slecht, nuttig en onnuttig – hebben we nu betrouwbare wetenschappelijke kennis en statistieken. De kracht daarvan is dat die intuïtieve ‘waarheden’ ontkrachten als ze niet kloppen. Toch hebben we de neiging om een willekeurige, maar overtuigende getuigenis serieuzer te nemen dan statistiek. Als jij vliegangst hebt en naar documentaires over vliegtuigrampen kijkt, zul je niet snel geloven dat vliegen een van de meest veilige manieren van transport is. Statistieken roepen weinig gevoel op, persoonlijke verhalen wel.

Stel dat je een fiets wilt kopen en een vriend waarschuwt: ‘Niet kopen, ik heb alleen maar ellende gehad met dat ding.’ En stel dat de consumentengids naar aanleiding van een statistisch onderzoek meldt dat de fiets erg betrouwbaar is en dat er weinig klachten zin. Als je bent zoals de meeste mensen zul je toch je vriend vertrouwen en de fiets niet kopen. Terwijl je vriend maar één fiets heeft geprobeerd en de consumentenbond gegevens heeft verzameld over misschien wel honderd fietsen.

7. We zijn geneigd onze ideeën aan te passen aan anderen

In onze individualistische maatschappij is het lastig om toe te geven, maar wij zijn kuddedieren. Zelfs als we denken dat we vrijdenkers met een eigen mening en eigen ideeën, laat onderzoek zien dat we allemaal gevoelig zijn voor groepsdruk en de mening van anderen. Dat is niets om je voor te schamen, als je je er maar bewust van bent.

Waarom zijn we gevoelig voor groepsdruk?

Het legendarische onderzoek van psycholoog Solomon Asch uit 1956 laat zien dat we zelfs onzinnig gedrag van elkaar overnemen om maar niet buiten de boot te vallen. In dat experiment zat een groepje mensen voor een schoolbord waarop twee lijnen te zien waren: de ene lijn was duidelijk langer. In de groep zat steeds één nietsvermoedende proefpersoon, de rest zat in het complot van de onderzoeker. Alle aanwezigen werd vervolgens de kinderlijk simpele vraag gesteld: ‘Welke lijn op het schoolbord is langer?’ Een kleuter had die vraag goed beantwoord: de lange lijn is het langst, meester! De adder onder het gras: mensen in het complot waren geïnstrueerd om de korte lijn als langste aan te wijzen. Wat deden nietsvermoedende proefpersonen? Eén op de drie gaf hetzelfde foute antwoord als de groep. Volwassen mensen die, zelfs als ze er zeker van kunnen zijn dat de groep het fout heeft, toch kiezen voor de domheid van de groep. Dit is even grappig als het eng is. Alsof mensen aan de hoogste boom opgeknoopt zouden worden als ze niet zouden meedoen.

En evolutionair gezien klopt dat ook. Je reputatie is van oudsher het belangrijkste wat je hebt: een levensverzekering. Ook nu is het de sleutel tot succes of falen. Deze evolutionaire erfenis verklaart waarom veel mensen overdreven angst hebben voor afwijzingen, blunders en openbare praatjes. 

Uit een vaak geciteerde enquête kwam naar voren dat mensen liever sterven dan dat ze voor een publiek moeten spreken. Er is een goede evolutionaire reden voor jouw angst om buiten de boot te vallen. Voor onze voorouders betekende uitsluiting van de groep min of meer de doodstraf. In je eentje overleven was onmogelijk.

Denk jij dat je ongevoelig bent voor sociale druk en de mening van anderen? Stuur je baas nu eens een sms’je dat je hem of haar in een tijgerstringetje wilt zien. Smeer wat chocolademoes op je gezicht en ga naar de supermarkt. Zeg in linkse kringen dat je op de pvv stemt. Tik een aantrekkelijke voorbijganger aan en kijk die 10 seconden lang in de ogen zonder iets te zeggen. Als dit je al zenuwachtig maakt, kun je je voorstellen hoe eng het is om écht af te wijken van de norm.

Samenvattend

Deze blinde vlekken zorgen tezamen voor de grote blinde oppervlek: wij bevestigen wat we al vermoeden, zelfs als het niet klopt. Dit leidt tot de illusie van kennis. En wij hebben hier allemaal last van. Omdat we steeds sneller tot dezelfde conclusies komen, missen we belangrijke nuances en nieuwe informatie. Kortom: we stoppen met leren en gaan ervan uit dat we genoeg weten.

 

Hoe kun je zelfmisleiding en blinde vlekken doorzien?

Hoeveel illusies er ook zijn, je kunt ze altijd in een van twee categorieën plaatsen:

  • Je ziet een patroon of betekenis waar er geen is
  • Je ziet geen patroon of betekenis waar er wel een is

Mensen zijn vooral ‘gemaakt’ om aan de eerste illusie te lijden. Die was extreem nuttig om te overleven.

Waarom dat is?

In de jungle, waar onze voorouders leefden, kon je er beter van uitgaan dat het struikgeritsel afkomstig was van een gevaarlijk roofdier dan van de wind. In het eerste geval rende je weg en gebeurde er niets, in het tweede geval rende je niet weg en werd je opgegeten. Alerte, achterdochtige mensapen overleefden langer en gaven dus ook vaker hun genen door. Jouw en mijn brein zijn een directe kopie van onze ‘conservatieve’ voorouders. De basispositie van de mens is om er maar vanuit te gaan dat een patroon écht is. Dat is veiliger.

Simpelweg íets geloven is voor ons brein natuurlijker dan twijfelen, onderzoeken, experimenteren en testen hoe het écht zit. Dit is ironisch genoeg een van de redenen waarom veel mensen wetenschap wantrouwen, terwijl wetenschap bij uitstek is ontworpen om menselijke vooroordelen en denkfouten te omzeilen.

Laten we de proef op de som nemen met een simpele visuele illusie: welke middellijn is langer?
<PLAATJE>

Jouw onbewuste vertelt je keer op keer dat de bovenste horizontale lijn langer is. Leg er een liniaal tegenaan en je ziet dat dit niet het geval is. Ze zijn precies even lang. Ons brein kiest gewoon voor de meest logische interpretatie van de data die het krijgt. En zelfs nadat jouw bewustzijn de juiste interpretatie kent, laat jouw onbewuste keer op keer dezelfde illusie zien.

Een eenvoudige visuele illusie als deze is makkelijk te doorzien, maar in het dagelijks leven heb je niet door wanneer jouw brein je voor de gek houdt. Je kunt de meeste illusies niet met een liniaal opmeten en vaak beinvloeden ze de werkelijkheid zelf.

  • Veel illusies blijven voor ons verborgen omdat de werkelijkheid ze niet vanzelf corrigeert.
  • Daarnaast beïnvloeden veel illusies de werkelijkheid zelf waardoor ze onzichtbaar blijven.

Het bekendste voorbeeld hiervan is de selffulfilling prophecy. De overtuiging dat iets je zal lukken (ook al bak je er nu niks van) kan maken dat je je leven zo inricht dat de verwachte uitkomst inderdaad plaatsvindt. De illusie schept de werkelijkheid. In dit geval is het een nuttige illusie, maar ook schadelijke stereotypen werken volgens dit principe. Wanneer jij een volslagen onbekende al hebt veroordeeld als arrogante eikel, dan zal je bij die persoon eerder een reactie uitlokken die dat beeld bevestigt. En als hij toch aardig reageert kun je dat zien als schijnheiligheid of geslijm. Deze vooroordelen en blinde vlekken laten zich niet zomaar corrigeren.

Pas op voor het goedpraatmechanisme in je hoofd

Het recept tegen welke illusie of zelfmisleiding dan ook is – hoe kan het anders: de achterliggende feiten kennen. Dat is precies waarvoor wetenschappelijk onderzoek is uitgevonden. Het is een manier om de dwalingen van onze geest te corrigeren en te testen of onze geloofsels wel kloppen.

Om misverstanden over wetenschap voor te zijn klik hier.

Wetenschap is dus geen geloof of instituut, het is een uitgebreid, gedetailleerd proces om de werkelijkheid beter te leren kennen en onze voorspellingen en verklaringen te testen. Wetenschap begint pas, waar geloof stopt.

Maar zelfs wanneer je mensen overweldigende bewijzen en goede argumenten tegen hun geloof presenteert, vallen zij daar meestal niet vanaf. Hun geloof wordt vaak zelfs sterker. Talloze onderzoeken tonen dit aan. Dit wordt ook wel het backfire effect genoemd.

Een bizar, maar vaak gerapporteerd voorbeeld.

Het is je vast niet ontgaan dat de aarde nog niet is vergaan, ondanks het feit dat talloze onheilsprofeten haar ondergang regelmatig hebben voorspeld. Zelfs in 2012, het eens zo gevreesde einde van de Maya-kalender, draaide onze geliefde planeet rustig door. Wat deden die falende profeten en hun volgelingen met de feiten?

Gaven ze toe dat hun geloof onzin was om vervolgens weer een normaal leven te leiden? Het is bizar, maar dat gebeurde zelden tot nooit. Hun geloof werd juist sterker. En deze mensen hadden allemaal een normale intelligentie en waren niet geestesziek. Om hun oorspronkelijke geloof te rechtvaardigen gaven ze bijna zonder uitzondering een van deze verklaringen voor de non-gebeurtenis:

  1. De letterlijke Apocalyps met aardbevingen, overstromingen en hellevuur was een onzichtbaar spiritueel proces (dat alleen de profeet en zijn volgelingen opmerkten).
  2. Het was een test: God wilde weten of de profeet en zijn mensen wel echt voor hem door het vuur zouden gaan.
  3. De datum werd verschoven vanwege een kleine misrekening van de profeet of een serieuze bedenking van God.

Dit is bijna net zo kras als dat je mij keihard in het gezicht slaat en ik even later (met een zakje ijs tegen mijn wang) mompel dat jij mij nooit met een vinger zou aanraken. Het is voor mensen extreem lastig hun illusies te doorzien wanneer ze er eenmaal aan gehecht zijn geraakt. Deze feitenontkenning wordt ook wel cognitieve dissonantiereductie genoemd.

Als jij denkt dat jij er geen last van hebt, dan heb je het mis. De meeste van onze illusies worden echter niet zo duidelijk ontmaskerd als in bovengenoemde voorbeeld. Het nadeel is dat ze daardoor ongestoord kunnen voortduren. Zelfs als ze ons last zijn.

Cognitieve dissonantie
Cognitieve dissonantie is het ongemakkelijke gevoel dat we hebben als iets wat we geloven of hopen wordt tegengesproken door de feiten, of als ons gedrag niet overeenkomt met het positieve beeld dat we van onszelf hebben. De spanning van tegenstrijdige ideeën leidt ertoe dat we ze onbewust herzien om ze met elkaar in overeenstemming te brengen. Zo neemt de spanning af. Ons brein heeft een ingebouwd defensiemechanisme dat de spanning van bedreigende of ongewenste informatie zo snel mogelijk probeert op te lossen.

We zijn evolutionair zo ‘ontworpen’ dat wij de waarheid zullen willen verloochenen als we daardoor buiten de boot vallen of gevaar lopen. We zijn kuddedieren. Erbij horen is belangrijker dan in je eentje gelijk hebben. Hypocrisie is lelijk, maar dus ook extreem menselijk.

Neurowetenschapper Kevin Dunbar onderzocht het backfire-fenomeen ooit met een fmri-breinscanner en deed een veelzeggende ontdekking: een mensenbrein dat informatie krijgt die strookt met wat het al gelooft, licht op in hersendelen die samengaan met leren en het verwerken van informatie. Bij tegenstrijdige informatie dooft die hersenactiviteit juist wat uit en wordt het brein actiever in gedeelten die samengaan met zelfbeheersing en de onderdrukking van gedachten. Kortom, het brein wordt dan defensief en zoekt naar een manier die de spanning van de tegenstrijdige informatie teniet kan doen.

  • Het komt met argumenten en excuses op de proppen om het oorspronkelijke geloof in stand te houden.
  • Het zoekt bevestiging voor alles wat met het oorspronkelijke geloof strookt en negeert tekenen die het geloof weerspreken.
  • Het verzint – soms tegen alle redelijkheid in – verklaringen die het oorspronkelijke geloof intact laten of zelfs versterken.

Dit goedpraatmechanisme in onze hersenen is wat therapeuten rijk maakt en jou belet te leren van fouten en te veranderen. De cijfers stemmen niet vrolijk: slechts een op de acht mensen houdt een leefstijlverandering langer dan een jaar vol.

Hoe enthousiast mensen ook beginnen, een kwart stopt al binnen een week. Wat er meestal gebeurt is dat iemand na een cursus of zelfhulpboek extreem gemotiveerd is om te veranderen, een dappere poging doet en niet lang daarna terugzakt in oude patronen. Mensen hebben soms de mond vol over hoe graag ze willen veranderen, maar hun gedrag zegt uiteindelijk iets heel anders. Ons brein probeert direct om lijdensdruk te verlagen zodat we geen noodzaak voelen om te veranderen, bijvoorbeeld door de omstandigheden er de schuld van te geven dat wij niet kunnen veranderen. Je herkent het aan excuses als:

  • ‘Ik stop met roken als ik dertig ben.’
  • ‘Ach, mijn opa werd honderd en rookte als een ketter.’
  • ‘Ik ga weer gezond doen als de tentamens gehaald zijn.’

Hierom blijven wij gevoelig voor advertenties van wondermiddeltjes en praatjes van zelfhulpgoeroes die de zoveelste unieke methode hebben ontwikkeld. We zijn gevoelig voor wat de Canadese psychologen Janet Polivy en Peter Herman de Cirkel van Valse Hoop noemen.

In hun gelijknamige boek beschreven zij hun onderzoek naar het fenomeen.

Mensen beginnen – door een zelfhulpboek of advertentie – met veel energie maar ook veel te positieve verwachtingen aan hun veranderpoging. Na de eerste successen – de eerste twee kilo’s vliegen eraf, een medesporter flirt met je – schiet het zelfvertrouwen verder omhoog. Alles lijkt volgens plan te gaan, maar nadat je eerst flink vooruitgaat, bereik je daarna al snel je eerste plafond. Het wordt steeds lastiger een extra kilootje van je af te schudden, die medesporter flirt eigenlijk met iedereen, en al dat zweten in de sportschool en rauwkost eten wordt ook niet per se leuker.

De beste sportroutine (of dieet) is die waar jij je langere tijd aan kunt houden. Veranderen kost gewoon tijd en moeite en vergt doorzettingsvermogen. Het helpt om de trucs van je brein leren doorzien, zo kun je veranderen iets makkelijker maken. In module ‘Afkicken en korte metten met slechte gewoonten’ gaan we daar dieper op in.

Uiteraard zit deze vorm van zelfmisleiding ons ook op relatiegebied dwars.

Hoe meer je je emotioneel met iemand verbonden voelt, hoe meer je bereid bent jezelf aan te passen. Sterker nog: vooral als je verliefd bent pas je je haast automatisch aan elkaar aan. De roes maakt mensen extreem flexibel en bereid tot acceptatie.

De chemie van de hersenen verandert er door: onze spiegelneuronen (belangrijk voor inlevingsvermogen) worden extra geactiveerd om ons te laten zien, horen en voelen wat de geliefde ziet, hoort en voelt. Ineens snap je misschien dat jazz meer is dan toetpiepknormuziek, dat goulash best lekker is en dat het bestuderen van vogels met een verrekijker ook z’n charme heeft. Met een beetje geluk krijg je er nieuwe hobby’s en nuttige vaardigheden bij, zoals zakelijk onderhandelen, relaxter omgaan met pech, zeilen. Liefde verrijkt je leven. Maar deze aanpassingsbereidheid heeft ook een andere kant, helaas. Je kunt grenzen laten vervagen die jou geestelijk of lichamelijk juist gezond houden.

Opdracht: goed leren samenvatten
Goede vragen stellen is belangrijk. Zo corrigeer jij je communicatie en blijf je in tune. Vat af en toe in je eigen woorden samen wat je denkt dat de ander bedoelt en vraag daarna of het klopt: ‘Als ik het goed begrijp zeg je <…>: klopt dat of mis ik iets?’

 

Opdracht
denk terug aan een recente miscommunicatie of conflict met je partner. Als je terug kon gaan in de tijd, hoe had je het gesprek dan willen laten verlopen? Waar liep het mis? Denk aan de aandachtspunten die we hierboven hebben besproken.

 

 

2. Zelfmisleiding in relaties

‘Om uit te vinden of mijn vrouw echt van mij houdt, sloot ik haar aan op mijn leugendetector. Zoals ik al vermoedde: mijn machine was stuk.’ – Dark Jar Tin Zo, schrijver

Aantrekkingskracht, verliefdheid en hechting zijn krachtige mechanismen, en als we eenmaal in hun grip zijn doen we rare dingen. Daarom komen partners er soms pas na jaren achter dat ze eigenlijk geen goede match zijn. Het gevoel dat er iets niet klopt, zullen ze vervolgens nog jaren daarna proberen goed te praten. En hups, daar gaan weer vijf jaar van je leven.

  • ‘Als ze inziet hoeveel moeite ik doe, gaat ze meer van me houden.’
  • ‘Als ik slank en fit ben, zal hij me met meer respect behandelen.’
  • ‘Als hij weer werk heeft, komt het goed tussen ons.’

Het als-dan-excuus verwoordt de hoop dat de relatie wél zal werken áls de omstandigheden, zijzelf of hun partner veranderen. Deze gedachten klinken redelijk, maar in de praktijk verbloemen ze soms keer op keer de realiteit. Als het te lang duurt en er weinig verandert, kun je ervan uitgaan dat tenminste één iemand zichzelf voor de gek houdt.

Heel vaak kan relatie-ellende voorkomen worden als partners meer zelfkennis zouden hebben gehad, daar eerlijker naar zouden hebben gehandeld en eerlijker met elkaar zouden hebben gecommuniceerd.

De drie meest voorkomende voorbeelden van zelfmisleiding in relaties zijn:

  • Verwachten dat jij of je partner een andere persoonlijkheid zal krijgen: ‘Ze is ambitieus en zakelijk, ik mis warmte en begrip, maar als we kinderen krijgen, verandert dat vast wel.’

 

  • Denken dat genoeg liefde of seksuele aantrekkingskracht betekent dat je een bevredigende relatie kunt hebben. ‘We hebben dagelijks ruzie, maar ik voel zo veel voor hem. Wat wij hebben moet wel bijzonder zijn, want anders zouden we ondanks de ellende toch ook niet bij elkaar blijven?’

 

  • Onderschatten hoe belangrijk iets voor je is: ‘Ja, ik ben niet verliefd en we hebben nauwelijks seks, maar hoe belangrijk is dat nou helemaal?’

Veel mensen nemen genoegen met een eenzijdige relatie waarvoor zij meer bloed, zweet en tranen laten dan die ander. Een relatie werkt pas als er twee mensen zijn die hun best doen. En dan nog: sommige relaties werken gewoon niet, hoe hard je er ook aan werkt. Alarmbellen voor een slechte relatie zijn:

  • Ruzies zonder emotioneel bevredigend eind en aanhoudende relatiestress.
  • Herhaaldelijk onbegrip en weinig bereidheid (van tenminste één partner) om tot elkaar te komen.
  • Verschillende of botsende relatiebehoeften waarvoor geen bevredigende oplossing bestaat (wel of geen kinderwens bijvoorbeeld).
  • Niemand begrijpt wat jullie met elkaar doen, behalve jullie twee.
  • Je durft je relatieproblemen niet meer met intimi te delen omdat je je er inmiddels voor schaamt.
  • Jarenlang klagen over je relatie/partner en tóch bij elkaar blijven.

De gevallen die we in de therapiepraktijk tegenkomen zijn soms extreem: vreemdgaande, agressieve en scheldende partners die keer op keer toch weer een kans kregen. Voor de buitenstaander is meteen duidelijk wat er mis is. Namelijk dat tenminste één partner zich in bochten wringt om een heel ongezonde relatie in leven te houden. Het meest straffe voorbeeld op relatiegebied is het stockholmsyndroom.

3. Kun je je intuïtie en mensenkennis vertrouwen?

Kun je van tevoren weten of iemand je gelukkig zal maken? Kun je beter worden in liefde? En hoe dan? Boeken lezen? Workshops doen? In therapie gaan? Partners verslijten en jaren maken? Het zal allemaal helpen, maar als je kritisch om je heen kijkt, weet je dat het geen garantie geeft op een gelukkige relatie.

De meeste mensen hebben te weinig liefdesrelaties in hun leven om daar exacte lessen uit te filteren. Zelfhulpboeken en deskundigen geven wisselende (soms tegenstrijdige) adviezen die jou niet per se helpen. Er zijn natuurlijk ook geen one size fits all-strategieën die voor iedereen werken. Iedereen is anders, en niet elk stel is een goede match. Daar moet je met elkaar zien achter te komen. Liefst in een zo vroeg mogelijk stadium, ruim voordat je aan elkaar gehecht bent.

Elke partner is uiteindelijk een gokje. Je weet van tevoren nooit of de relatie goed zal uitpakken. Al is het maar omdat elk mens verandert, en de relatie tussen hen dus ook. Maar kun je, nog voordat je gehecht bent de signalen herkennen dat je in de juiste relatie zit?

Klik hier voor een kleine cursus ‘intuïtie en mensenkennis’

Over intuïtie zijn boeken vol geschreven. En je hebt ontelbare coaches die er cursussen over geven. Wat is het eigenlijk en hoe betrouwbaar is je intuïtie?

Intuïtie is niet anders dan het razendsnel bij elkaar sprokkelen van losse stukjes informatie. Dat doet je onderbewuste brein geheel automatisch. Intuïtie is eigenlijk een ander woord voor ‘herkenning.’ Een ervaren brandweerman kan intuïtief inschatten hoe gevaarlijk de situatie is waarin hij zich bevindt en hoeveel tijd hij ongeveer heeft om weg te komen. Brandweermannen weten niet precies hoe ze het weten, maar ze voelen ineens: ‘Nu moet ik wegwezen.’ Talloze onderzoeken bevestigen de doeltreffendheid van hun intuïtieve beslissingen op dit gebied. Intuïtie bestaat uit de optelsom van alle ervaringen die iemand op dat gebied heeft. Nogal wiedes dat de brandweerman daarop vertrouwt. Die herkent steeds beter wat hij in bepaalde situaties wel of niet moet doen. Nu over naar het domein van relaties.

Eerste indrukken
Eerste indrukken zijn altijd extreem belangrijk geweest voor de mens. Vooral vroeger in de jungle, toen we nog niet werden beschermd door oom agent en vadertje staat, moesten mensen razendsnel kunnen bepalen of ze iemand konden vertrouwen. Vrouwen (fysiek iets minder sterk dan mannen) zijn er volgens onderzoek iets beter in dan mannen. Of het aangeboren is of door training komt, weten we vooralsnog niet.

In slechts honderd milliseconden heeft ons brein een duidelijke eerste indruk ontwikkeld over iemand. En die indruk is verrassend goed. Na vijf minuten observatie kunnen we met zo’n zeventig procent accuraatheid voorspellen hoe iemand in grote lijnen zal zijn.

Is iemand extravert? Een betrouwbare partner? Sterk geweten? Conservatief? Open? Onbetrouwbaar? Een makkelijk slachtoffer? Een warme persoonlijkheid? Redelijke kans dat je het juist hebt tenzij je met een psychopaat te maken hebt, want die is goed in het maskeren van zijn of haar bedoelingen.

Ook weten we al na een paar milliseconden of we iemand aantrekkelijk vinden of niet. Vooral wanneer we ‘open’ staan voor liefde en seks. Evolutionair gezien is ook dat belangrijke informatie. Jouw lichaam berekent razendsnel de kansen dat die andere persoon wel íets voor jou zou kunnen zijn en laat dat jou direct weten door een gevoel van aantrekking. Op dat moment maakt je lichaam dopamine en noradrenaline aan waardoor je extra alert, attent, giechelig en zenuwachtig wordt en zul net even wat meer je best doet op te vallen en een soortgelijke reactie bij die ander probeert op te wekken. Als er daarna geen duidelijke afknappers zijn (zoals een accent of domme uitspraken) en de interesse wederzijds lijkt dan zal dat gevoel alleen maar toenemen.

Aantrekkingskracht, verliefdheid en hechting zijn krachtige mechanismen. Het nadeel is dat ze er niet per se rekening mee houden of jij met die persoon ook gelukkig in een langdurige relatie kunt zitten. Eigenlijk wil je dus, ruim voordat je in de ‘verkeerde’ relatie gezogen wordt, weten wat voor vlees je in de kuip hebt.

Hoe weet je of iemand een geschikte partner is?
Zoals gezegd: al na een paar minuten heb je echt een indruk van een ander die in 70 procent van de gevallen zal kloppen. Wat gebeurt er als je het mis hebt, zoals ongeveer in 30 procent van de gevallen? Corrigeert ons brein dat vooroordeel dan? Nauwelijks, zegt onderzoek. Hoe meer tijd mensen krijgen om een oordeel te vormen, hoe meer ze hun oorspronkelijke vooroordeel juist bevestigen, ook als die niet klopt.

Het is dus belangrijk om een ‘open’ geest te houden en oog te houden voor informatie die jouw beeld tegenspreekt. Nogmaals, ons brein ziet wat het verwacht te zien en negeert nieuwe informatie die daar niet mee strookt. Als we iemand idealiseren, kunnen we acties die niet met dat beeld stroken, negeren. ‘Goed, hij was mijn verjaardag vergeten, maar hij interesseert zich sowieso niet voor dat soort formaliteiten.’

Een grappig weetje: tijdens eerste dates zijn mensen objectiever over de persoon met wie ze daten dan wanneer ze eenmaal verliefd of gehecht zijn. Het is dus goed om die eerste indrukken serieus te nemen. Het blijkt dat mensen met veel zelfvertrouwen die rode signalen eerder serieus nemen dan mensen die onzekerder zijn. Als jouw intuïtie zegt dat er iets niet in de haak is, luister daar dan naar.

Goede mensenkenners pikken tegenstrijdige signalen er snel uit en weten wat ze moeten doen om iemand te ‘testen’ voordat het tot een relatie komt. Hoe doen ze dat?

Laat jezelf zien, durf kwetsbaar te zijn

  • ‘Ze reageert niet meer. Was ik te enthousiast? Nu denkt ze dat ik wanhopig ben.’
  • ‘Hij vindt me vast een zeikerd: waarom moest ik nou over mijn werk beginnen?’
  • ‘Shit: ik had niet meteen moeten zeggen dat ik kinderen wil? Ik hoor nu niks meer van hem.’

Zo’n eerste dateperiode waarin je elkaar nog niet kent is altijd lastig. Als jij enthousiaster reageert of sneller bent met afspreken dan die ander, dan kan het nuttig zijn een stapje terug te doen. Het is altijd goed om te zien wat er nu eigenlijk terugkomt wanneer jij minder je best doet. Je wilt ook testen of die ander een beetje into you is. Een beetje strategisch handelen is nuttig en laat de ander zien dat jij gezonde sociale vaardigheden hebt. Mensen die grenzen niet accepteren en blijven jengelen naar een afspraak of een reactie worden eerder ervaren als vervelend of bedreigend.

Het andere uiterste is ook niet nuttig: soms moet je je enthousiasme laten doorschemeren om die ander te prikkelen. Als jij jezelf laat zien, nodig je eigenlijk de ander uit om hetzelfde te doen.

Wees niet bang om daarin het voortouw te nemen. Dat is voor jullie allebei de beste manier om te ontdekken of jullie bij elkaar passen. Je bent samen aan het ontdekken of jullie wat voor elkaar zijn. Dat kan alleen als jullie allebei nieuwsgierig naar elkaar zijn én iets van jezelf laat zien. Het is tijdens die momenten van echtheid en kwetsbaarheid (wanneer de sociale maskers afvallen) dat je elkaar echt even te zien krijgt en dat je ofwel dichterbij elkaar komt ofwel afknapt. En ook dat laatste is prima. Niet leuk misschien, maar wel helder.

Als je teveel bezig bent om niet afgewezen te worden (bijvoorbeeld door alsmaar leuk, grappig, aantrekkelijk of relaxt te doen) saboteer je ook de kans om wel intiemer te worden. Als iemand afknapt nadat jij jezelf hebt laat zien, dan is dat pijnlijke, maar wel waardevolle informatie. Natuurlijk hoef je niet meteen op de eerste date leeg te lopen of je vuile was buiten te hangen. Er is een timing voor alles, maar daten vraagt ook om kwetsbaarheid en echtheid tonen. Als iemand uiteindelijk afknapt dan had je niet kunnen voorkomen.

Als je jezelf hebt laten zien, en die ander knapt af, dan kun je gerust aannemen dat het later ook zou zijn gebeurd. De timing was misschien niet goed of diegene zoekt toch een ander type. Het heeft verder weinig zin om je hoofd erover te breken. Toch doen veel mensen dat wel, vooral wanneer ze sowieso al weinig zelfvertrouwen op liefdesgebied hebben. In je hoofd kun je 1001 dingen bedenken die je anders had moeten doen, maar dat is een zinloze oefening waar je niets opschiet.

Jezelf alsmaar anders of beter willen voordoen dan je bent, zorgt voor een onzichtbare muur tussen jezelf en die ander: het saboteert intimiteit, vertrouwen en uiteindelijk dus liefde. Bovendien saboteer je de mogelijkheid om erachter te komen zien of jullie wel écht goed bij elkaar passen.

De waarheid verdraaien of verzwijgen is deel van ons sociale repertoire. Het is ons met de paplepel is ingegoten. En daar is wat voor te zeggen: het stroomlijnt ons sociale leven en minimaliseert conflicten. Leugentjes geven ons namelijk (een gevoel van) controle over hoe de ander ons ziet. We beschermen er ons zelfbeeld mee. Dat voelt veilig en juist in de liefde willen we een goede indruk achterlaten. Toch houd je daarmee ook iets `anders buiten de deur: namelijk een diepere connectie en de kans om erachter te komen of je bij elkaar past.

1. Stel daden boven woorden

Observeer of iemands woorden overeenkomen met daden: iemands gedrag zegt veel meer dan woorden. Partners die beloven dat ze zullen terugbellen, meehelpen of masseren en dat keer op keer niet doen; partners die kribbig doen zonder reden: wat moet je er eigenlijk mee? Als jij vaak op deze manier wordt teleurgesteld is dat een signaal dat je waarschijnlijk tegen beter weten hoopt op verbetering.

Wees feitelijk en praat iemands gedrag niet goed

Mensen die aan hun eigen oordeel en intuïtie twijfelen en weinig zelfvertrouwen hebben, kunnen soms geen knoop doorhakken. Zelfs als het voor hun vrienden duidelijk is dat zij onevenredig veel moeite steken in een persoon die het niet waard is, zijn ze bang dat het aan henzelf ligt. Ze denken bijvoorbeeld iets als:

  • ‘Hij heeft het moeilijk op werk, logisch dat hij nauwelijks reageert’.
  • ‘Ze is net uit elkaar met haar vriend… logisch dat ze onze afspraak afzegt.’
  • ‘Niet iedereen hecht evenveel aan afspraken zoals ik, ik moet hem daar niet op beoordelen.

De waarheid is: zelfs als die ander in een lastig parket zit en redenen heeft om niet attent, aardig of responsief te zijn en afspraken niet na te komen… dan nog is het geen reden om jou te laten zwemmen. Die ander kan jou dan nog steeds geruststellen.

 

2. Geef mensen een eerlijke kans.

Aan de andere kant is het wel goed om anderen eerst een kans te geven en ze niet meteen af te schrijven. Probeer je achterdocht niet jouw gedrag en communicatie te laten beïnvloeden, door iemand op te jagen of in een hoe te zetten. Communiceer positief en gun die ander het voordeel van je twijfel.

3. Raadpleeg anderen

Raadpleeg je meest wijze vrienden of vriendinnen en neem hun feedback serieus. Als je de neiging hebt te vallen op de verkeerde types of het slechte gedrag van anderen te vergoelijken dan doe je er goed aan om een ‘hulpbron’ in te schakelen. Zij zien eerder wat jij niet wilt zien. Doe dit alleen van iemand wiens mening en advies jij serieus kunt nemen.

Deze methode werkt!

Deze ‘methode’ werkte voor een vriendin die inmiddels gelukkig getrouwd is, maar voorheen steeds op ‘foute’ mannen viel. Ze stelde haar moeder op een gegeven moment als keurmeester aan. Haar moeder had achteraf vaak gelijk gehad: ze zag misschien niet wat haar dochter in een man aantrok, maar ze had ook geen last van haar blinde vlekken. Op een gegeven moment was ze haar verslaving aan foute mannen spuugzat en besloot ze haar moeders advies serieus te nemen. Als moeder ‘nee’ zei, dan was dat het einde.

4. Wees transparant en eerlijk

Als je blijft twijfelen over iemands oprechte intenties, dan is het goed om daar op een gegeven moment eerlijk over te zijn. Als hij/zij jou vervolgens niet gerust kan stellen (en als iemands daden structureel niet overeenkomen met iemands woorden en jouw vrienden en kennissen het ook niet vertrouwen)… dan kun je ervan uitgaan dat je moeite doet voor iemand die dat niet waard is.

 

 

 

Opdracht: goede afspraken maken
Maak een goede afspraak. Stel … etc

4. Misleiding door manipulatieve partners

‘De beste manier om uit te vinden of iemand te vertrouwen is door iemand te vertrouwen.’ ― Ernest Hemingway, schrijver

Zoals de waard is, zo vertrouwt hij zijn gasten. Ook in dit gezegde schuilt veel waarheid. Als jij zelf betrouwbaar (en niet manipulatief) van aard bent, ga je er waarschijnlijk vanuit dat anderen ook zo zijn. Als jij een dubbele agenda hebt, dan vermoed je eerder dat anderen die ook hebben. En laten we eerlijk zijn: lang niet iedereen is te vertrouwen.

Toch laat onderzoek laat zien dat vertrouwen geven over het algemeen de beste levensstrategie is. Als jij mensen het voordeel van de twijfel geeft, krijg je dat meestal dubbel en dwars terug. Mensen die warm, gul en goed van vertrouwen zijn, hebben meestal meer vrienden, fijnere relaties en zijn daarom een stuk gelukkiger. Niet verrassend misschien.

Wat je misschien wel zal verbazen is dat mensen die anderen meer vertrouwen schenken, ook beter lijken te zijn in het spotten van leugens.

Hoe kan dat?

De mogelijke reden is dat leugenaars scherper en waakzamer zijn bij achterdochtige mensen. Bij gulle mensen zullen hun échte bedoelingen dus eerder doorschemeren. Als je dus zowel alert áls goed van vertrouwen bent, ben je lastiger te manipuleren.

Welke mensen zijn het vaakst slachtoffer van partners met een duister randje? Als je weinig zelfvertrouwen hebt, conflictvermijdend bent en een grote behoefte aan liefde en bevestiging hebt dan is het goed wat waakzamer in de liefde te zijn. Hieronder geven we alvast de belangrijkste adviezen om door de misleiding van anderen heen te zien.

Signalen dat iemand manipulatief en onoprecht is!

Disclaimer: de paringsdans is per definitie een poging om elkaar te bespelen. Dat is natuurlijk niet slecht. Het doel kan zowel een duurzame relatie als een one night stand zijn. Het wordt pas manipulatie en misleiding als iemand andere intenties heeft dan hij/zij voorschotelt. Bijvoorbeeld wanneer iemand doet alsof hij/zij een serieuze relatie wil, maar uiteindelijk vooral bezig met is met het bevredigen van andere behoeften (seksueel, financieel). Het lastige is dat die grens niet altijd (meteen) duidelijk is.

Sommige mensen zijn er gewoon heel goed in anderen te misleiden: ze weten goed hoe ze het gezonde verstand van hun slachtoffers moeten omzeilen en verleggen de grenzen stap voor stap. Dit zijn in het kort de tekenen dat iemand mogelijk jou probeert te manipuleren.

Oppervlakkige charme om een doel te bereiken. De makkelijkste manier om iemand te manipuleren is natuurlijk door iemand speciaal te laten voelen. Met alleen al een glimlach en wat complimenten kun je ver komen. Als daar nog cadeautjes of speciale privileges bij komen kijken, dan kun je het gevoel krijgen dat je iets terug moet of wilt geven. Hoe kun je weten of iemand jou oprecht leuk vindt zonder iets anders van jou te willen (zoals seks of geld)? De charme van manipulators is meestal gewoon vrij oppervlakkig en doelgericht. Over het algemeen werken ze zo snel mogelijk naar een doel toe. Toch is dat geen wet: sommige manipulators zullen aanvankelijk vaak overdreven veel in jou investeren, voordat het tij keert en ze vooral ‘nemen’.

Over jouw grenzen gaan. Manipulators zullen (vroeg of laat) jouw natuurlijke grenzen proberen te laten vervagen. Je wordt bijvoorbeeld onder druk zet om iets te doen waarbij jij je niet relaxt voelt. Meestal gebeurt dat pas in een later stadium (als jullie al een relatie hebben). Die grenzen kunnen sociaal, seksueel en financieel zijn. Een groot geldbedrag lenen bijvoorbeeld. Dat doen ze door behendig op jouw onzekerheden en schuldgevoelens te werken. ‘Hee, weet je nog dat je zei dat ik je alles kon vragen als ik ooit iets nodig had?’ Hierdoor zal het slachtoffer geneigd zijn de wens van de manipulator in te willigen.

Geen ‘nee’ accepteren. Omdat manipulators uit zijn op een doel zullen ze daar vaak (te pas en te onpas) op terugkomen. Ook als jij hebt aangeven dat je dat niet zitten. Geen ‘nee’ accepteren, werkt goed bij mensen die van nature meegaand zijn. Op een gegeven moment zullen ze maar meegaan in de wensen van de manipulator. Als is het maar om van het gezeur af te zijn.

Je gezonde verstand omzeilen. Manipulators zullen proberen jouw weerstanden weg te praten. Ze zullen bijvoorbeeld iets zeggen als: ‘Je doet altijd zo verstandig! Wat zegt je gevoel? Waarom probeer je het niet gewoon? Wat heb je te verliezen?’ Ze laten je voelen dat jouw weerstanden, zorgen en angst eigenlijk maar kinderachtig zijn: een teken van onnodige angst.

Gaslighting. Leugenaars zijn vaak vermijdend en manipulatief in hun taalgebruik. Als je hen confronteert met iets dat niet helemaal in de haak is, kaatsen ze de bal vaak terug: ‘Ik vraag jou toch ook niet wat je in je vrije tijd doet? Je bent mijn moeder niet.’ Ze zorgen ervoor dat je aan jezelf gaat twijfelen. Het ligt niet aan de manipulator dat jij ergens een probleem mee hebt, het ligt aan jezelf. Jij bent zelf moeilijk, achterdochtig, oneerlijk of controlerend. Dit fenomeen wordt ook wel gaslighting genoemd.

Isoleren van vrienden en familieleden. Buitenstaanders zien soms veel eerder dat er iets niet in de haak is dan jijzelf. Als vrienden en familieleden jou over iemand waarschuwen, dan is het nuttig dat serieus te nemen. Manipulators zullen zonder uitzondering proberen jou immuun te maken voor de negatieve meningen over hen. Hierom zijn eenzame mensen met een klein sociaal netwerk eerder slachtoffer. Deze mensen zijn vaak ook behoeftiger naar een relatie. Een goed sociaal netwerk is dus een extra buffer tegen uitbuiting door anderen.

Tot slot: we willen allemaal geloven dat die ander een geschenk uit de hemel is. Als iemand in meerdere opzichten te mooi lijkt om waar te zijn… dan is die persoon mogelijk te mooi om waar te zijn. Je grootste wapen tegen manipulatie door anderen is een gezonde dosis scepsis en zelfvertrouwen. Toch is het moeilijk om de betovering door vaardige, intelligente manipulators te verbreken. Zij weten heel goed waar jouw zwakheden zitten en weten je ook gerust te stellen wanneer jij je twijfels uit.

opdracht
Oefening: Vraag meerdere mensen (die jij vertrouwt) wat jouw blinde vlekken zijn? Vraag ze, om de balans te bewaren naar zowel ‘positieve’ als ‘negatieve’ blinde vlekken. Zijn er terugkerende dingen die je van meerdere mensen hoort: dan wijzen die op een blinde vlek.

 

 

Samenvatting

samenvatting hier

Interessant leesvoer

Hoe word je wijzer? Een mini-gids


‘Er zijn slechts twee manieren om je leven te leven: doen alsof niets een wonder is, en doen alsof alles een wonder is.’ Albert Einstein, fysicus

Er wordt gezegd: wijsheid wordt niet zomaar gegeven. Alleen ‘jaren maken’ of ‘een hoog IQ hebben’ is geen garantie op wijsheid. Wat heb je nodig om harmonieus te leven, jezelf niet voor de gek te houden, een goede band met anderen te onderhouden en te doen wat moreel goed is?

Er is alvast een groot obstakel dat het lastig maakt om wijs te worden. Het is de menselijke geest eigen om zichzelf voor de gek te houden en recht te praten wat krom is. We doen dat meestal om ons huidige zelf- en wereldbeeld intact te houden. Als iemand terecht een kritische noot zingt over jou (of wat je gelooft) kan het een automatisch reactie zijn om die kritiek direct te negeren of te weerleggen. Je ego en overtuiging blijven intact, maar je leert er niks van.

Hoe word je wel wijzer? Hier een paar reminders.

Besef hoe weinig je eigenlijk weet
Je staat er vast niet zo vaak bij stil, maar jouw leven is één groot vraagteken. Eén doorlopend mysterie. Je hebt nu geen enkel idee wat er gebeurt buiten de ruimte en tijd waarvan jij je nu bewust bent. Wat gebeurt er nu in het huis van de overburen of in de straat achter je huis? En in Palermo of Mexico-Stad? Je hebt geen idee. Zelfs in jouw eigen huiskamer ben je omringd door mysterie. Misschien zit je naast je beste vriend of je moeder die je al je hele leven kent, maar weet je echt wat er nu in hun hoofd omgaat? Uiteindelijk ben je zelfs een groot mysterie voor jezelf. Je hebt werkelijk geen idee wat je over tien seconden zult denken, laat staan over een uur of een week. Misschien is jouw lichaam een griepje aan het ontwikkelen zonder dat je daar erg in hebt.

Nog wat willekeurige vragen die jouw onwetendheid blootleggen:

  • Waar is je bewustzijn als je slaapt?
  • Wie ben jij eigenlijk als jouw geheugen gewist zou worden?
  • Waarom heb jij vijf vingers aan elke hand en niet vier of zes?
  • Waarom hou jij van koffie en een ander niet? Of andersom?
  • Hoeveel mensen denken op dit moment aan jou?
  • Hoeveel vogels vliegen er nu boven Amsterdam?

Misschien heb je jouw stuitende onwetendheid gesust met antwoorden uit boeken en andermans monden, maar hoogstwaarschijnlijk komen die boeken en mensen ook met halve antwoorden en schijnverklaringen om zichzelf en jou gerust te stellen (want écht weten doen zij ook niet). Elk serieus antwoord nodigt een vervolgvraag uit. Denk aan het kind dat net de waarom-vraag heeft ontdekt.

‘Wat is dat?’
‘Een giraffe.’
‘Waarom heeft ie een lange nek?’
‘Om beter bij de blaadjes te kunnen komen?’
‘Waarom eet ie blaadjes?’
‘Omdat ie dat lekker vindt.’
‘Waarom vind ie dat lekker?’
‘Omdat hij dan gemotiveerd blijft voedsel te zoeken, zodat hij niet doodgaat.’
‘Waarom wil hij niet dood?’
‘Eh, omdat ie wil leven.’
‘Waarom?’
‘Daarom.’

Goed, jij weet, in tegenstelling tot een kind, hoe je zelfstandig in deze wereld kunt overleven – en dat is heel wat – maar verder? Het echte mysterie is dat jij net als dat kind eigenlijk maar weinig weet, maar dat verder niet als een probleem ervaart. Zowel de wereld als jijzelf voelen bekend en vertrouwd. En daar is een evolutionair aannemelijke reden voor: jouw brein is geëvolueerd om het gevoel te ontwikkelen dat jij weet, begrijpt, snapt en herkent. Dat helpt jou om in deze wereld te navigeren. Het zou nogal onpraktisch zijn om continu met open mond stil te staan bij hoe bijzonder en raar het leven is.

Cognitief gemak
Er komt drinkwater uit de kraan, je moeder is morgen nog steeds je moeder, paarden zijn groter dan honden, de hond van de buren bijt niet. Hoe vaker jij iets ervaart zonder dat het je schaadt, hoe meer datgene bekend en comfortabel begint te voelen. Bekendheid voelt fijn. Na een paar prettige ontmoetingen met de nieuwe buurman (die er aanvankelijk wat gevaarlijk uitzag met zijn tatoeages en brede nek) ga je er op een gegeven moment gewoon vanuit dat het een aardige, betrouwbare man is. En als jij na meerdere ontmoetingen niet door zijn pitbull wordt gebeten, dan kun je erop vertrouwen dat het de volgende keer ook goed gaat. Psychologen noemen dit cognitief gemak. Elke nieuwe stimulus (zoals een voedingsmiddel, dier of omgeving) kan potentieel gevaarlijk zijn, maar als er na herhaaldelijke blootstelling niets vervelends gebeurt dan went je brein eraan en kun je je zorgen daarover laten varen.

Cognitief gemak is de manier van jouw brein om jou een gevoel van vertrouwen te geven, zodat je beter functioneert en alleen maar hoeft te letten op stimuli die wel potentieel gevaarlijk zijn.

Jouw brein is niet gemaakt om verbaasd te zijn over de voorspelbaarheid van de natuurwetten en alledaagse, ongevaarlijke gebeurtenissen.

Je brein is juist geëvolueerd om waakzaam te blijven voor nieuwe en vreemde gebeurtenissen die (evolutionair gezien) gevaarlijk of voordelig kunnen zijn. Een auto die snel op je afkomt, melk die zuur ruikt, een aantrekkelijke voorbijganger die iets te lang naar je kijkt; dat zijn belangrijkere signalen.

Je brein maakt continu onderscheid tussen veilige en onveilige stimuli. Veilig voelt goed en maakt dat je datgene kunt negeren, onveilig voelt slecht en maakt dat je alert moet zijn. Toch moet je ‘cognitief gemak’ niet verwarren met ‘betrouwbare kennis’.

Cognitief gemak kan door psychologen heel makkelijk kunstmatig worden gecreëerd. Talloze onderzoeken laten zien dat willekeurige stimuli, zoals nonsenswoorden, nepfeiten of pasfoto’s van vreemden, meer waar, bekender, beter en leuker voelden wanneer proefpersonen er vaker aan werden blootgesteld. Reclamemensen maken hier uiteraard goed gebruik van. Je koopt eerder iets van een bekend merk dan van een onbekend merk als je door de supermarkt loopt. Cognitief gemak verklaart ook waarom wij Paris Hilton en Kim Kardashian als belangrijke beroemdheden zien. Die mensen zijn beroemd omdat ze… eh… beroemd zijn en telkens in de media verschijnen, niet omdat ze iets bijzonders kunnen.

Veel van jouw meningen en vooroordelen voelen ‘waar’, maar zijn dat niet altijd. En de snelste manier om wijzer te worden is ten eerste om vaker te twijfelen aan jouw en andermans ‘waarheden.’

Wees bescheiden: als je iets niet weet, geef het toe
Het meeste is tweedehands kennis dat we hebben aangenomen, omdat we de reputatie van onze kennisbron vertrouwen. Maar dat is gevaarlijk, want lang niet alle kennisbronnen zijn te vertrouwen. En internet duwt ons, zonder dat we het doorhebben, een bepaalde bubbel in.

Het is lastig te erkennen dat we weinig weten, want we zien onszelf graag als deskundigen en experts. Ook worden we tegenwoordig geacht overal maar een mening over te hebben. Hoe groter je ego hoe lastiger het wordt onderscheid te maken tussen mening of wensgedachte en de werkelijkheid. De werkelijkheid is vaak dat je helemaal niet precies weet waarom je buurvrouw laatst onvriendelijk tegen je deed of waarom die date op je afknapte. En als je weer eens je ongezouten mening hebt over een bekende zangeres of politicus: hoeveel weet je nu écht over die persoon? Hoeveel weet je nu écht over politiek? En over virussen? En voetbal? Wat is er mis met vaker toe te geven: ‘Mmm, ik weet het eigenlijk niet?’ Dat geeft je direct meer ruimte en vrijheid om te onderzoeken hoe het wél zit.

Wijze mensen zijn vaak bescheiden en dat is geen toeval. Bescheidenheid is de bodem waarop echte kennis kan groeien. Wijsheid begint paradoxaal genoeg pas wanneer je ziet hoe weinig je eigenlijk écht weet.

Kijk voorbij woorden en labels
De briljante natuurkundige Richard Feynman won ooit een Nobelprijs voor zijn inzichten in de kwantummechanica. Wat maakte hem, volgens eigen zeggen, zo’n grondige wetenschapper? ‘Ik leerde al heel vroeg het verschil tussen de naam van iets weten en iets weten. Je kan de naam van de vogel leren in alle talen van de wereld, maar wanneer je daarmee klaar bent, weet je absoluut niets van die vogel. Dus, kijk naar die vogel en observeer wat ze doet.’

Wij hebben allemaal onze natuurlijke nieuwsgierigheid vervangen door oppervlakkige antwoorden en labels van anderen. We hebben als kind geleerd dat het kennen van een naam synoniem is aan weten. Ik herinner me een moment dat ik met een vriendin en haar zoontje door Artis liep. ‘Wat is dááát?’, riep het jongetje toen het voor het eerst een reusachtig en raadselachtig beest met een nek zo lang als een kleine palmboom zag. Het kind bleef met grote ogen en open mond stilstaan. Terecht, want het is echt een wonderlijk beest! ‘Een giraffe,’ antwoordde de moeder. ‘Herken je het niet uit het Grote Dierenboek?’ ‘O ja, giraffe, giraffe!’, herhaalde het jongetje, ‘Ga nu naar apen?’ Het kind leek perfect tevreden met het kennen van het woord ‘giraffe’, toch was het dier net zo raadselachtig als voor hij de naam wist. Op het moment dat je denkt dat je iets kent, remt dat de nieuwsgierigheid om het nog te willen observeren en begrijpen. Iets in een hokje kunnen plaatsen voelt vaak als begrijpen, maar dat is het niet. Labels bevredigen onze behoefte aan een verklaring, maar vormen soms juist een obstakel om het écht te begrijpen.

Wees comfortabel met onzekerheid, twijfel en onwetendheid
Je kunt best willen dat er leven na de dood is en dat je wordt beschermd door een liefhebbende Goddelijke intelligentie. Begrijpelijk, maar dat verlangen alleen maakt het uiteraard niet waar. Iets níet weten is prima. In plaats van je geest te vullen met schijnkennis kun je beter een open geest houden. Voor mystici, dichters en wetenschappers is dat gevoel van onwetendheid juist wat hen drijft. Niet de jacht naar kennis, maar het onderzoeken van de werkelijkheid zelf is wat hen gelukkig maakt. Door comfortabeler te worden met ‘niet weten’ word je minder vatbaar voor nepkennis en charlatans.

Voed je nieuwsgierigheid (zonder naïef of achterdochtig te worden)
Nieuwsgierigheid en twijfel geven jou de juiste brandstof om nieuwe dingen te leren. Maar of jij daardoor juist dichter of verder van de werkelijkheid af komt te staan, hangt af van hoe goed jij bent in het onderscheiden van échte kennis en schijnkennis. Het is zowel een valkuil om te veel als te weinig te vertrouwen op anderen. Ook zogenaamde deskundigen, psychologen, coaches, experts, ouders en autoriteiten maken regelmatig fouten of hebben soms andere belangen (geld verdienen), waardoor je hun adviezen mogelijk met een korrel zou moeten nemen. Het tegenovergestelde – achterdocht en paranoia – is ook een grote valkuil. Veel complotdenkers wantrouwen alles wat mainstream is (zoals journalisten, wetenschappers en bekende deskundigen die zich soms jarenlang hebben vastgebeten in bepaalde onderwerpen), maar verder vertrouwen ze volkomen op alles wat alternatief lijkt te zijn. Dan ben je nog verder van huis.

Leer hoe wetenschap en statistiek werken
Nogmaals, de meeste kennis verkrijgen we via derden. Hierom is het belangrijk goed onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare kennisbronnen. Wetenschappelijke kennis is de meest objectieve kennis die we hebben, want het maakt onderscheid tussen wat we willen dat waar is en wat de werkelijkheid ons écht vertelt. Het is een proces om de werkelijkheid te leren kennen, het is geen instituut. Over wetenschap bestaan helaas grote misverstanden. Bijvoorbeeld dat ‘wetenschap ook maar een geloof is’ of dat ‘wetenschappers dogmatisch zijn en niet openstaan voor alternatieve werkelijkheden’. Wetenschap probeert de grenzen tussen wat we wél en niet weten juist nauwkeurig in de gaten te houden. De feiten en voorlopige veronderstellingen wijzen de weg, niet onze wensen en vooroordelen. En wetenschappers moeten juist leren van hun missers, want als zij dat niet doen, dan doen hun collegawetenschappers dat wel. Als wetenschapper word je juist bewonderd als je je eigen of andermans eerdere conclusies weet te weerleggen. Bij religies worden ongemakkelijke feiten juist weggewuifd of goedgepraat. Hier lees je meer over wetenschap.

Gebruik woorden eerlijk en zorgvuldig.
Eerlijk taalgebruik zuivert allereerst jouw communicatie met anderen en zorgt dat je daarom meer over jezelf en de wereld leert. ‘Ik vind Nederlanders gierig’ is eerlijker dan zeggen: ‘Nederlanders zijn gierig.’ Nog zorgvuldiger zou zijn: ‘Mijn gebrekkige ervaring met de Nederlanders die ik ben tegengekomen, zegt me dat ze meer op hun centjes letten dan andere wereldburgers.’ Toegegeven, dat laatste klinkt geforceerd, maar zelfkennis en eerlijk taalgebruik gaan hand in hand.

Einstein schijnt ooit te hebben gezegd: ‘Als je het niet aan zesjarige kunt uitleggen, dan snap je het zelf ook niet.’ Claimt iemand zeker te weten dat – pak ‘m beet – nulpuntenergie, God, de meervoudige persoonlijkheidsstoornis – écht bestaat, laat ze in simpele taal uitleggen hoe zoiets dan precies in de praktijk van alledag werkt (zonder dat ze teruggrijpen op dure woorden en semi-wetenschappelijk jargon). Zie of het dan nog steeds zo zinnig klinkt. En als het dan meer vragen oproept dan beantwoordt, dan kan dat erop duiden dat iemand niet weet waar hij of zij het over heeft.

Gebruik je intuïtie voor complexe levensbeslissingen
Wetenschap zegt natuurlijk niet altijd wat individueel voor jou het beste is. Intuïtie is daarom waardevoller bij complexe beslissingen waarbij jouw subjectieve gevoel doorslaggevend is: de keuze van je huis, partner of carrière bijvoorbeeld. Uit onderzoek blijkt dat gelukkige mensen niet bang zijn om op hun intuïtie te vertrouwen. Dat is niet omdat ze naïef zijn. Gevoelsmatige beslissingen over complexe zaken blijken achteraf meestal beter uit te pakken dan rationele beslissingen. Intuïtie is het resultaat van subtiele aanwijzingen die je onbewust over iets of iemand bij elkaar hebt gesprokkeld.

‘Het vergt eerlijkheid en moeite om je ook in de andere kant van het verhaal te verdiepen, en je eigen oordelen te zien voor wat ze zijn: oordelen.’

Neem risico’s en durf fouten te maken
Om beter te worden in intuïtie, moet je vooral niet te bang zijn om fouten te maken. Van fouten leer je het meest. Mensen die vaker actie ondernemen en beslissingen durven te nemen, leren meer dan mensen die vooral nadenken en piekeren. Veel wijsheid is vaak het gevolg van veel domme beslissingen. En aan jezelf en anderen toegeven dat je iets niet weet of dat je fouten hebt gemaakt is de hoofdroute naar nuttige feedback vanuit je omgeving. Als je het op die manier ziet, kan zelfs kritiek leuk, of op z’n minst interessant, worden.

Krijg oog voor de andere kant van de zaak
Sommige mensen gebruiken al hun intelligentie om zichzelf en anderen te overtuigen van wat zij al geloven. Vooral in deze tijd is het verrassend makkelijk in je eigen bubbel te zitten en ‘bewijzen’ te vinden voor wat je toch al gelooft. Via internet kom je al snel op de pagina’s die jouw geloofsels bevestigen (confirmatiebias). Het vergt eerlijkheid en moeite om je ook in de andere kant van het verhaal te verdiepen, en je eigen oordelen te zien voor wat ze zijn: oordelen.

Hecht meer aan eerlijkheid en echtheid, dan aan bewondering en sociale status
Het is een gemakkelijke formule: hoe meer je hecht aan persoonlijk gewin – of het nu status, geld of macht is – hoe lastiger het is om eerlijk tegenover jezelf en anderen te zijn. Als jij jezelf als deskundige ziet, dan zul je het lastiger vinden om toe te geven dat je iets niet weet. Om jouw zelfbeeld intact te houden zul je je meningen en vooroordelen eerder willen verdedigen. Hoe sterker het gevoel dat je ‘iets’ te verliezen hebt, hoe meer je zult willen teruggrijpen op illusies. De prijs die je daarvoor betaalt is een beladen geweten, stress, slechte nachtrust en minder betekenisvolle relaties met de mensen om je heen.

Tot slot
Echte zelfkennis is dus meer dan statische kennis die je uit boeken kunt halen, het heeft meer te maken met bewustwording en opmerkzaamheid van jouw diepere en veranderende drijfveren en behoeften. Je hebt meer aan nieuwsgierigheid, bescheidenheid en een gezonde dosis scepsis dan aan stellige meningen en boekenkennis. Als je eerlijker bent tegenover jezelf en anderen leer je het meest. Eerlijkheid is als een heldere, goed gepoetste spiegel. Daarin wordt het licht der wijsheid het best weerkaatst.

Hoe weet je dat hij niet ‘into you’ is? Een boek samengevat

Ik hoop dat sommige van mijn blogs een waardige vervanging zijn van een heel boek over hetzelfde thema. Dat bespaart iedereen tijd en moeite. De lezers, de auteur, de uitgever, de mensen van de papierfabriek, de boomzagers, de bomen. ‘Laten we ons beperken tot de essentie.’ Dat lijkt mij een nobel streven van de zelfhulpboekenschrijver.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom zelfhulpboeken over nogal beperkte thema’s zo’n 200 plus pagina’s of 60.000 woorden zouden moeten beslaan. Een bestseller als He is just not that into you bijvoorbeeld. Hoeveel woorden moet het boek bevatten om een vrouw duidelijk te maken wanneer een man niet wil? Ik denk dat je dat in een a4’tje ook kwijt kunt. En ik denk dat de meeste vrouwen – behept met voldoende inlevingsvermogen – prima aanvoelen wanneer de liefde van een man iets te voorwaardelijk is. Hoogstens willen ze het niet weten. Als ze daaraan twijfelen of stapelverliefd zijn en daarom niet scherp kunnen oordelen, moeten ze hun oordeel maar aan een wijze vriend of vriendin uitbesteden.

Een eerlijke medewerker van een uitgeverij vertelde mij laatst waarom dunne boeken niet verkopen. Je kunt al raden dat het over geld zal gaan: ‘Voor een dun boekje kun je minder vragen en er worden minder aantallen van verkocht. Mensen willen gewoon veel papier voor hun geld. De inhoud is bijzaak.’ Natuurlijk, de wetten van het boek volgen de wetten van de economie. De medewerker nuanceerde het financiële aspect nog met een creatief aspect: ‘Hoe simpeler de boodschap is uitgewerkt, hoe origineler het klinkt.’

Goed, laat ons – om ook dit boek niet nodeloos te vullen – nu maar naar de kern gaan. Uit pure rechtschapenheid (en met lichte jaloezie) geef ik je hier de essentie van een boek dat het schrijversduo Liz Tuccillo & Greg Behrendt in een klap multimiljonair heeft gemaakt: He is just not that into you. Ik moet bekennen dat ik het boek echt gelezen heb. In sneltreinvaart, dat wel, maar daar is het boek op gemaakt, met veel kaderteksten en citaten. Na het gelezen te hebben kan ik volmondig beamen dat de luttele zinnen op de achterflap van het boek prima volstaan als vervanging voor het lezen van het hele boek. Wat zegt de achterflap?

‘Mannen zijn niet gecompliceerd, al willen zij je soms anders laten denken. En er zijn geen onduidelijke boodschappen. De waarheid zou kunnen zijn dat hij niet into you is.’

Hij is niet into you wanneer hij…
– niet van de woorden ‘relatie’ en ‘vriendje’ houdt;
– je niet mee uitvraagt;
– te druk is om de telefoon op te pakken.’

Vind je de achterflaptekst toch te karig? Hier dan de (iets ingekorte, maar waarheidsgetrouwe) inhoudsopgave, plus uitleg: Hij is niet zo into you als hij je níet belt, uitvraagt of date; alléén belt als ie dronken is; geen seks met jou wil, maar wel met een ander; níet wil trouwen; het heeft uitgemaakt; zomaar is verdwenen uit je leven en/of getrouwd is.

In de hoofdstukken leggen ze vervolgens uit waarom het geen goed idee is om te hopen op een leuke relatie met iemand die geen seks met je wil, jou niet opbelt, enzovoorts. Ik kan deze adviezen stuk voor stuk beamen. Het is meestal zonde om je tijd te verspillen aan een ambivalente man wanneer je op meer hoopt. Als je niet van lezen houdt kun je trouwens ook de film zien. Als je niet van films houdt kun je het die eikel ook op de man af vragen.